50 jaar orgaantransplantatie in het UMCG

, door Helma Erkelens
foto: Collectie Groninger Archieven

Op 5 maart 1968 vond in het Academisch Ziekenhuis Groningen (AZG), zoals het UMCG toen nog heette, de allereerste orgaantransplantatie plaats bij een patiënt: een nier. Elf jaar later, in het voorjaar van 1979, haalde het AZG alle kranten met de eerste geslaagde levertransplantatie in Nederland en daar bleef het niet bij. Inmiddels is het UMCG het enige ziekenhuis in Nederland dat álle orgaan- en weefseltransplantaties uitvoert.

Het mooie vijftigjarige jubileum ten spijt: het UMCG stond tot 1979, tot de eerste levertransplantatie, niet mondiaal of zelfs maar landelijk in de schijnwerpers. Mooie budgetten voor innovatie en onderzoek waren er ook niet.

Hoe kan het dan dat Groningse artsen en onderzoekers een grote rol hebben gespeeld in het mogelijk maken van zoiets experimenteels als orgaantransplantaties? Dat is een van de vragen die historicus Rolf ter Sluis en gezondheidswetenschapper Roel Bakker proberen te beantwoorden in hun nog te verschijnen boek over vijftig jaar transplantatie in Groningen.

Vrijheid, vriendschap en ego

“De belangrijkste verklaring is volgens mij dat er altijd hele korte lijntjes zijn geweest tussen het fundamentele onderzoek en de klinische toepassing”, zegt Ter Sluis. “Alle kennis, labs en andere faciliteiten op loopafstand. De schaalgrootte van de Groningse academische wereld was gewoon precies goed. Ook de geografische afstand tot de academische ziekenhuizen in de Randstad werkte in het voordeel: hier kon je in betrekkelijke luwte experimenteren.”

Maar de menselijke factor moet je ook niet uitvlakken, vervolgt hij. “De arts-onderzoekers die in de jaren zestig en zeventig aan de wieg stonden van orgaantransplantaties waren sterke persoonlijkheden. Ze geloofden heilig in hun missie, het waren pioniers, ze hadden een enorm doorzettingsvermogen en een enorm organisatietalent.

“Irritante drammers konden ze ook zijn. Hoe kon het ook anders, hun project bungelde nogal eens aan een zijden draadje. Want waarom moesten er zoveel middelen naar onderzoek waarvan niemand wist of het ergens toe zou leiden? Je moest vaak hemel en aarde bewegen om verder te kunnen. Niet ieder mens blijft in zo’n situatie overeind.

“En daar komt een derde factor om de hoek kijken: onderlinge sympathie en kameraadschap. Dit kan je alleen jarenlang volhouden als je er met een clubje toegewijden echt helemaal voor gaat.”

Paradepaardje

Na de eerste geslaagde levertransplantatie groeide orgaantransplantatie uit tot een paradepaard van het UMCG. Ter Sluis stond in de jaren tachtig als anesthesieverpleegkundige zelf op de OK.

“Het halve ziekenhuis lag stil als er ‘een lever werd gedaan’, alles moest er voor aan de kant. Het was een enorme logistieke operatie. De labs waren gewaarschuwd, de bloedbank moest extra bloed invliegen, er werd extra menskracht gemobiliseerd voor het geval dat. Specialisten van tal van disciplines stonden stand by. Je had het idee dat je met een heel groot team aan het werk was.”

Gezond ouder worden met nieuw orgaan

“De ingreep zelf is geen pionierswerk meer”, stelt chirurg Robert Porte, voorzitter van het UMCG Transplantatiecentrum. “Maar hoe word je gezond oud na een orgaantransplantatie? Dat is de uitdaging waar we nu voor staan.”

Veel transplantatiepatiënten hebben dezelfde gezondheidsproblemen: diabetes, hoge bloeddruk, overgewicht, hoog cholesterol, hart- en vaatziekten, huidkanker (veelal al bijwerkingen van het levenslang slikken van afstotingsremmende middelen), maar ook psychosociale problematiek.

“Transplantatieonderzoek richt zich nu op leefstijl. Met de biobank TransplantLines volgen we transplantatiepatiënten gedurende hun leven. Want we willen kunnen voorspellen welke patiënten complicaties krijgen en waarom. Als we dat weten, kunnen we mensen al in een heel vroeg stadium beter begeleiden, zodat ze die complicaties niet ontstaan, of pas veel later in hun leven.” 

Nieuwe pioniers

Maar helemaal uitgepionierd is de transplantatiegeneeskunde niet. Het schrijnende tekort aan orgaandonoren, waardoor patiënten sterven op de wachtlijst, vraagt om creatieve oplossingen. Het UMCG Transplantatiecentrum is al jaren koploper als het gaat om het preserveren, oppeppen en verbeteren van organen van mindere kwaliteit: dat is de andere pijler van ons transplantatieonderzoek, zegt Porte.

“Collega’s van de afdeling Biomaterialen zeiden: ‘Waarom zou je daar geen pompen voor ontwikkelen?’. Jaren geleden hebben we samen nier-, long- en leverpompen ontwikkeld die deze organen goed houden buiten het lichaam. We ontwikkelen nu samen een pomp voor de pancreas, om de eilandjes van Langerhans te kunnen isoleren. Als dat lukt, is dat goed nieuws voor patiënten met diabetes type 1.

“We ontwikkelen ook een betere hartpomp. De bestaande zorgt onvoldoende voor herstel en verbetering van het uitgenomen hart. Met dit onderzoek ga je terug naar het experiment: hoe je moet pompen, bij welke temperatuur, of het helpt dat je stamcellen aan de perfusievloeistof toevoegt of groeihormonen, andere medicijnen… Dat is allemaal onderwerp van het onderzoek van nu.”

Daarmee lijkt de cirkel een beetje rond. “We leven in een heel andere tijd dan vijftig jaar geleden. Maar we beseffen nog steeds dat er met technologie en innovatie dingen mogelijk zijn. En we geloven dat het kan, als je er met zijn allen aan trekt.”

Een stevig fundament
In 1900 waren orgaantransplantaties nog science fiction. De Groningse biochemicus Hamburger, hoogleraar fysiologie en weefselleer, had de ingreep vast niet in het achterhoofd toen hij in zijn lab fundamenteel onderzoek deed naar de samenstelling van bloed. Bloed kan veel vertellen over het functioneren van darmen en lever.

Collega Hijmans van den Bergh, medisch chemicus en internist, had orgaantransplantatie evenmin voor de bril toen hij in 1916 ontdekte in welke twee vormen bilirubine (een gele galkleurstof) voorkomen in bloedplasma. Zijn vondst was van grote betekenis voor het vaststellen van leverziekten. Volgende decennia brachten andere onderzoekers in Groningen en daarbuiten die kennis stap voor stap verder.

Een ander vroeg spoor in de voorwaardenscheppende sfeer voor orgaantransplantaties was de ontwikkeling van medische apparatuur om patiënten in leven te houden. In 1943 kwam internist Kolff met zijn kunstnier, een apparaat dat de nierfunctie tijdelijk kon overnemen. Hij had het tijdens zijn Groningse jaren ontwikkeld.

Na de Tweede Wereldoorlog werd er dankzij de komst van kunststoffen veel meer mogelijk op het gebied van levensreddende en orgaanvervangende apparatuur. Groningen werkte er hard aan mee.
Hoogtepunt was de vinding van de hartlongmachine, ontwikkeld op de zolder van de chirurgische kliniek. De machine kon patiënten in leven houden tijdens een hartoperatie. Deze uitvindingen staan historisch gezien lijnrecht in verbinding met de orgaanperfusiekamer die in 2015 werd geopend in het UMCG.

Hoogtepunten 50 jaar transplantatie in GroningenBlauw_50Transplantaties_stempel_Ø85mm.jpg

1968: De eerste niertransplantatie
1979: De eerste levertransplantatie bij volwassenen
1982: De eerste levertransplantatie bij kinderen
1990: De eerste longtransplantatie
1998: UMCG ontwikkelt een perfusieapparaat om donorlevers beter te bewaren
2001: De eerste dunnedarmtransplantatie
2003: De eerste transplantatie van eilandjes van Langerhans
2005: D eerste non-heartbeating longtransplantaties
2005: De eerste levende levertransplantatie
2007: De eerste harttransplantatie
2008: De eerste gecombineerde lever-darm-pancreastransplantatie
2008: De eerste niertransplantatie met niet-passende bloedgroepen
2015: Opening van de orgaanperfusiekamer
2015: De eerste dunnedarm- en buikwandtransplantatie

Voor het jubileumboek over 50 jaar transplantatie in Groningen is een crowdfundings-actie gestart. Meer informatie

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.