65 jaar intensive care in het UMCG

, door Helma Erkelens
foto: Historische Collecties UMCG

​1955. Er is een polio-epidemie in aantocht en het Algemeen Provinciaal Stads- en Academisch Ziekenhuis (APSAZ) maakt zich klaar. Een neuroloog, een anesthesist en een longarts steken de koppen bij elkaar en richten in het Infectiepaviljoen een kamer in voor patiënten die beademing nodig hebben. Vandaag zouden we het een intensive care noemen – de eerste in Nederland.

In 1952 is er een enorme een uitbraak van poliomyelitis in Denemarken. Het is een bekende infectieziekte die verlamming kan veroorzaken, ook aan de ademhalings- en slikspieren. Het virus wordt overgedragen via de ontlasting en bij slechte hygiënische omstandigheden slaat het keihard om zich heen.

Sinds 1950 is er een vaccin, maar kinderen worden er nog niet standaard preventief mee ingeënt. De wereld is nog geen global village zoals nu: pas twee jaar na de Deense uitbraak meldt Nederland de eerste poliopatiënt. Vergelijk dat eens met corona: twee tot drie maanden na de eerste bekende patiënten in Wuhan was het virus al in ons land.

Voor twee patiënten

Terug naar die allereerste IC van 1955. Het was een patiëntenkamer waar maximaal twee personen beademd en verpleegd konden worden. In isolatie, dat betekent dat artsen en verpleegkundigen beschermende kleding aantrokken en door een sluis moesten om bij de patiënt te komen.
 
De eerste patiënt die er ligt heeft geen polio, maar de spierziekte Giullain-Barré. Een paar dagen later krijgt hij gezelschap van een peuter met kinderverlamming, zoals polio in de volksmond heet. Er komen meer patiënten – veel kinderen – maar de toeloop staat niet in verhouding met die van nu. Wel is al snel is een tweede kamer nodig. Die eerste weken nemen een neuroloog en vijf studenten de zorg op zich. Al snel leveren ook de longartsen en anesthesisten de nodige menskracht om 24/7 zorg te bieden.

IJzeren longen en kurassen

De IC van nu staat vol met de meest geavanceerde apparatuur voor beademing, en om hart, nieren, lever, hersenactiviteit, bloeddruk tal van andere lichaamsfuncties te bewaken. De belangrijkste apparaten in het prille Ademcentrum, zoals die IC toen heette, zijn de ijzeren long en kurassen.

Het is geen pretje om in zo’n ijzeren long te liggen. Het is een buis waar je hoofd uitsteekt. Een schuimrubber ring rond je hals sluit de long luchtdicht af. Door het creëren van onderdruk oftewel negatieve druk in de capsule wordt je borstkas naar buiten getrokken, en zo adem je.

Er is ook een methode die werkt met positieve druk, die wordt nog steeds gebruikt. Dat apparaat duwt als het ware zuurstof in je longen. Patiëntjes die aan de beterende hand zijn, krijgen deze kuras-beademing. Het kuras is aangesloten op een ventilator en ondersteunt de eigen ademhaling. Het Universiteitsmuseum Groningen heeft een paar prachtige exemplaren uit de polio-tijd in zijn collectie.

In 1955 liggen er vijftien poliopatiënten aan de chronische beademing. Na een dip in de epidemie laait die in 1956 opnieuw op en dat is voorzien. Tien ziekenhuizen zijn klaar om patiënten op te vangen. 74 liggen in het APSAZ en maar liefst 36 van hen liggen aan de beademing.

Experimenterende chirurgen

In diezelfde periode experimenteren chirurgen van het APSAZ met openhartoperaties – ook zij hadden iets wat je nu IC zou noemen. In 1957 zijn ze het experimentele stadium voorbij. “Na de operatie hadden deze patiënten over het algemeen geen zeer intensieve zorg nodig”, zegt emeritus-hoogleraar Jan Homan van der Heide, de thoraxchirurg van toen. Maar zaken als bloeddruk, en de gehaltes zuurstof en koolzuurgas in het bloed werden zeer goed in de gaten gehouden.

“Als ze na de operatie wakker werden, dat was ’s avonds, mochten we de verkoeverkamer van de anesthesie gebruiken, die stond dan toch leeg. Om de patiënt te bewaken sliepen professor Dorlas van de anesthesie en ik om er beurten naast. We kregen overdag wat hulp van de verpleging, maar intensive care-zusters waren er niet.

“De directie van het ziekenhuis wilde niet dat verpleegkundigen specialiseerden. Wij leerden ze natuurlijk toch het een en ander, maar we hadden vooral behoefte aan meer handen aan het bed. Toen daar wat budget voor kwam heb ik er medische studenten voor aangenomen. De hartenjongens, zo noemden we hen. Jarenlang maten zij ’s nachts de bloeddruk, deden de biochemische bepalingen, en zorgden ze voor de patiënten. Als er wat was, belden ze ons uit bed.”

Kwaaie koppen

Door de uitbreiding van de hartchirurgie neemt in de jaren zestig het aantal IC-bedden spaarzaam toe. Het succes van de bewaking en behandeling bij patiënten die er liggen, trekt de aandacht van andere specialismen; vooral de traumatologen zijn geïnteresseerd. In 1978 komt er een gezamenlijke chirurgische IC met veertien bedden. De samenwerking van de chirurgen verloopt niet altijd vlekkeloos.

“Omdat traumapatiënten op onvoorspelbare momenten acute hulp nodig hebben, kwam het nogal eens voor dat de traumachirurgen onze thoraxbedden hadden ingepikt. Dat leverde stampende ruzies op, want als er geen IC-bed was konden wij niet opereren. Het was niet leuk om patiënten af te bellen die met smart op een hartoperatie zaten te wachten”, aldus Homan van der Heide. “Maar ook hun patiënten hadden een IC-bed hard nodig.”

De opsplitsing van de chirurgische IC in de thorax IC en de chirurgische IC in november 1987 reduceerde het gebakkelei aanzienlijk. De afdelingen Interne Geneeskunde, Neurochirurgie en Kindergeneeskunde hebben dan al ieder hun eigen intensive care. In 2010 fuseren deze IC’s uiteindelijk tot één afdeling Intensive Care Volwassenen (ICV). De Kinder IC valt onder het Beatrix Kinderziekenhuis UMCG. Vanaf 1994 wordt intensivist een speciaal aandachtsgebied en start er een aanvullende opleiding tot intensivist.

Pionieren-de-luxe

In de jaren daarna ontwikkelde de IC van het UMCG zich tot de hypermoderne afdeling van vandaag. “Voor ons was het pionieren-de-luxe”, aldus Hans Bams die er in 1984 intensivist werd.

Hij vervolgt: “We bedachten continu hoe we de dingen nog beter konden doen. De samenwerking met onze ploeg van gespecialiseerde verpleegkundigen was heel hecht. Wat we ook maar bedachten, zij wilden het proberen en wij stonden open voor hun opmerkingen en kritiek. Zij waren onze ogen en oren, want zij hadden vaak maar een patiënt onder hun hoede, wij als artsen vier of vijf. We konden blind op hen vertrouwen.”

Hoe het voor de coronapatiënten is om op de IC te liggen, is dagelijks in de media. Traumatisch, zoals dat het vroeger ook al kon zijn. Wat onveranderd is gebleven, is de enorme toewijding van verpleegkundigen en artsen.

Maatregelen UMCG
Meer weten over hoe het UMCG omgaat met het coronavirus? Op deze pagina vind je alle informatie.

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.