Aandacht voor psychische problemen bij levertransplantaties

, door Christine Dirkse
foto: Shutterstock

De klinische uitkomsten van levertransplantaties worden steeds beter en mensen met een donorlever leven steeds langer. Maar, zo blijkt uit promotieonderzoek van Coby Annema van het UMCG: een deel van hen heeft, soms jarenlang, last van angst, depressie of posttraumatische stress. “De uitkomsten van mijn onderzoek laten zien dat vroegtijdige psychosociale screening en begeleiding van belang is om mensen optimaal op een transplantatie en de periode erna voor te bereiden.”

Levertransplantaties worden in Nederland al sinds 1979 uitgevoerd. “Nu mensen met een donorlever steeds langer leven, wordt ook kwaliteit van leven na de transplantatie belangrijker. Psychisch welbevinden is daar een onderdeel van,” legt Annema uit.

Zij onderzocht bijna driehonderd transplantatiepatiënten die tussen 1979 en 2009 een transplantatie hebben ondergaan. “Meer dan 35 procent van de patiënten rapporteren, zowel kort na de transplantatie als op de lange termijn, psychologische problemen, met name angst en depressie.”

Wachtlijst

Annema volgde ook tweehonderdzestig leverpatiënten die in Nederland op de wachtlijst stonden gedurende de wachtlijstperiode en in de eerste twee jaren na de transplantatie. Vooral in de tijd dat patiënten op de wachtlijst staan, hebben ze last van psychische problemen. Maar liefst 49 procent ervaart symptomen van angst, 34 procent heeft symptomen van een depressie en 32 procent heeft last van posttraumatische stress.

Na de transplantatie blijft ongeveer de helft hiervan klachten houden. “Vooral mensen die ernstige klachten hebben voor de transplantatie, houden die klachten ook na de operatie.”

Angst is logisch

Het is niet vreemd dat patiënten die een levertransplantatie ondergaan psychische problemen krijgen, vindt Annema. “Het is een heel zwaar traject. Patiënten zijn vaak al jaren ziek voordat ze uiteindelijk op de wachtlijst komen. En dan moeten ze maar hopen dat er op tijd een donor komt, want nog steeds sterven er mensen terwijl ze wachten op een donor.

“Na de ingrijpende operatie moeten patiënten zich aanpassen aan een nieuwe situatie. Ze moet afweeronderdrukkende medicijnen slikken en hebben een lange herstelperiode. Natuurlijk levert de transplantatie uiteindelijk gezondheidswinst op, anders zouden we het niet doen, maar het is wel een zwaar traject dat het nodige vraagt van het incasseringsvermogen van patiënten.”

Psychische screening en hulp

Uit het onderzoek blijken diverse risicofactoren voor het ontwikkelen van psychische problemen voor en na de transplantatie. “Mensen die vooraf veel ziekteklachten hebben of het gevoel hebben geen controle over de situatie te hebben, hebben meer kans op het ontwikkelen van psychische problemen. Ook krijgen mensen die een emotionele copingstrategie hebben – dat wil zeggen dat ze op een emotionele manier met hun problemen omgaan – eerder psychische klachten.”

Annema’s advies is patiënten bij het in gang zetten van het transplantatieproces psychisch te screenen. “We kunnen dan veel meer hulp op maat bieden: de één heeft misschien genoeg aan lotgenotencontact, terwijl de andere psychische hulp nodig heeft of een training om te leren omgaan met stress. Dat heeft twee voordelen: psychisch welbevinden bevordert de kwaliteit van leven én therapietrouw, wat bij transplantatiepatiënten heel belangrijk is. Bovendien herstellen mensen die goed in hun vel zitten over het algemeen sneller na een operatie.”

Coby Annema-de Jong (1966, Bedum) studeerde Verplegingswetenschappen aan de Universiteit Maastricht. Zij deed haar promotie-onderzoek bij het onderzoeksinstituut SHARE van het UMCG. Annema deed ook onderzoek naar de behoefte aan contact tussen aan contact getransplanteerde patiënten en donorfamilies. Meer over dit onderzoek lees je hier.

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.