Architect in eigen speeltuin

, door Marjolein te Winkel
foto: Cas Oorthuys - Nederlands Fotomuseum

​Je kunt er honderd keer zijn geweest zonder dat het je ooit is opgevallen. Maar weet je het eenmaal, dan kun je er nooit meer heen zonder het níet te zien: in nagenoeg alle speeltuinen in Nederland voert symmetrie de boventoon. En dat, vindt onderzoeker Rob Withagen van het UMCG, is onwenselijk.

Rob Withagen bezocht tijdens een vakantie in Sri Lanka een op een heuvel gelegen boeddhistische tempel. Om daar te komen moest hij trappen met ongelijke treden beklimmen. De trappen waren met opzet zo gemaakt, om bezoekers te dwingen bezig te zijn met het moment, en niet met hun werk of andere zaken die juist afleiden van het nu. "Het liep vreselijk, maar het werkte wel", blikt hij terug.  

Klimrek van KukukOok kinderen moet je uitdagen, vindt de docent filosofie van het Centrum voor Bewegingswetenschappen van het UMCG. Een voorbeeld van speeltoestellen die uitdagen, zijn de toestellen van de Duitse ontwerper KuKuk . "Spelen op de automatische piloot kan niet op deze toestellen."

De iglo van Van Eyck

Dat geldt niet voor de toestellen die in de meeste Nederlandse speeltuinen te vinden zijn. De afstand tussen de sporten van een klimrek, de afstand tussen springblokken, de afstand tussen de touwen van een touwladder: allemaal zijn ze gelijk. "En die hang naar symmetrie en standaardisatie is niet alleen iets van de laatste jaren", zegt Withagen.  "Architect Aldo van Eyck had bijvoorbeeld een sterke neiging tot symmetrie. Van Eycks klimrek in de vorm van een iglo is heel bekend, die hebben in de tweede helft van de twintigste eeuw in honderden speeltuinen gestaan – heel Nederland stond er vol mee. En ook de symmetrische patronen waarop hij springblokken in speeltuinen rangschikte is kenmerkend."

"Bij hun eigen ontwerp k​iezen kinderen voor​ een grotere uitdaging"  

Die symmetrie mag dan misschien prettig zijn voor het oog, vanuit bewegingswetenschappelijk perspectief gezien is ze onwenselijk, betoogt Withagen. "Dergelijke​ patronen zorgen ervoor dat kinderen die van blok naar blok springen maar twee verschillende afstanden kunnen overbruggen." Hij liet voor zijn onderzoek kinderen spelen in een speeltuin met blokken van verschillende hoogtes, die op verschillende afstanden van elkaar waren geplaatst. Hieruit bleek dat als kinderen kunnen kiezen, ze niet voor de moeilijke, verre sprongen gaan, maar geneigd zijn juist de makkelijkste sprongen te kiezen.

Kinderen kiezen voor uitdaging

Maar toen hij vervolgens de kinderen architect van hun eigen speeltuin liet zijn door ze zelf de blokken te laten rangschikken, bleek dat de afstanden die de kinderen tussen de blokken maken veel groter zijn dan in de eerder gecreëerde speeltuin. "Bij hun eigen ontwerp kiezen kinderen dus voor een grotere uitdaging dan bij een speeltuin die voor ze is ontworpen."

Withagen pleit voor meer speeltuinen met een grote variatie in afstanden. "Daarmee kom je tegemoet aan de wensen van de consumenten van de speeltuinen: de kinderen. Daarnaast houd je dan ook rekening met de variatie aan kinderen die in een speeltuin komen. Het ene kind is immers groter dan het andere kind, en kan verder springen. En, zo blijkt uit studies naar motorisch leren: beweging verbetert met name als de beweging steeds op verschillende manieren wordt uitgevoerd."

Praktijkonderzoek in Selwerd 

Voor verder onderzoek is Withagen samen met zijn collega Simone Caljouw in gesprek met de gemeente Groningen over het plaatsen van springblokken in speeltuinen in de wijk Selwerd. "We willen betonnen blokken van verschillende grootte in verschillende opstellingen plaatsen – zowel asymmetrisch als symmetrisch. We kunnen dan in de praktijk zien waar kinderen zich het meest toe voelen aangetrokken."


Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.