Avond voor deelnemers aan oogonderzoek

, door Theone Joostensz
foto: Shutterstock

Onderzoekers van de afdeling Oogheelkunde organiseren op dinsdag 25 juni een bijeenkomst speciaal voor deelnemers aan wetenschappelijk onderzoek naar de oogziekte glaucoom. Om hen op de hoogte te houden van de vorderingen en als dank voor hun trouwe inzet. Promovendus Iris Tigchelaar en hoogleraar Visuele Neurowetenschappen Frans Cornelissen van het UMCG vertellen over het onderzoek.

In Nederland hebben ruim 100.000 mensen, met name ouderen, glaucoom. Dat betekent dat hun zicht heel geleidelijk aan steeds minder wordt. Het begint bij uitval van het omgevingszien. Dat is het hele gebied dat een oog kan zien zonder te bewegen, ook wel de periferie genoemd.

De meeste mensen merken er lange tijd niets van dat hun zicht vermindert. Als ze na verloop van tijd het idee hebben dat ze door een koker kijken, is het vaak te laat om de ziekte te behandelen. Glaucoom is onomkeerbaar en je kunt er uiteindelijk blind door worden. Dat laatste overkomt zo’n 15 procent van alle glaucoompatiënten.

“Hoe eerder je erbij bent, hoe beter het is”, zegt Frans Cornelissen, hoogleraar Visuele Neurowetenschappen van het UMCG. “Daarom richten we ons in ons onderzoek met name op screening en (zelf)diagnostiek: hoe kunnen we glaucoom in een zo vroeg mogelijk stadium opsporen?”

De Groninger Glaucoom avond wordt dinsdag 25 juni gehouden voor genodigden van 18.30 tot 22.00 uur in het UCMG. Nomdo Jansonius, hoofd van de afdeling Oogheelkunde van het UMCG, houdt een lezing. Mensen kunnen deelnemen aan verschillende workshops, meedoen aan een quiz en vragen stellen aan een panel van experts. “We hopen die avond de nodige feedback te krijgen van mensen”, zegt Cornelissen. “We willen graag weten wat zij belangrijk vinden. Want uiteindelijk doen we het allemaal voor onze patiënten.”

Rijsimulator

Iris Tigchelaar, promovendus en organisator van de Groninger Glaucoom Avond onderzoekt bij 65-plussers de effecten van gezichtsuitval op hun rijvermogen. “In de rijsimulator vergelijk ik ouderen die glaucoom hebben, met ouderen uit een controlegroep”, vertelt ze. “Dat doe ik bij een bedrijf dat een apparaat heeft ontwikkeld dat gezichtsscherpte, contrast en het visuele veld meet. Op basis van de reactiesnelheid van de deelnemers screenen we wie nog wel goed zou kunnen rijden en wie beter een check kan laten doen in het ziekenhuis.”

Het onderzoek van Tigchelaar maakt deel uit van een groot Europees programma, dat zich richt op onderzoek naar de oorzaken van glaucoom, en betere en eerdere opsporing en behandeling van deze oogziekte. 25 promovendi uit heel Europa en van verschillende disciplines zijn hier de komende jaren mee bezig. 

Zo onderzoekt Anna Neustaeter, promovendus en mede-organisator van de Groninger Glaucoom Avond, grote groepen data uit LifeLines op risicofactoren voor glaucoom. Cornelissen: “Als je bijvoorbeeld extreem veel last hebt van licht, of als je door de schemering juist eerder problemen ervaart dan voorheen, dan zou dat een aanwijzing kúnnen zijn voor glaucoom. Door grote groepen te onderzoeken, krijgen we daar meer inzicht in.”

Hoge oogdruk

Een belangrijke risicofactor voor glaucoom is een hoge oogdruk. Die hoge druk ontstaat wanneer het vocht binnen in het oog niet goed wordt afgevoerd. De oogzenuw raakt dan beschadigd, met beperking of uitval van het gezichtsveld als gevolg. Door middel van oogdrukverlagende druppels kan dit proces vaak worden vertraagd.

Er is echter ook een vorm van glaucoom die niet wordt veroorzaakt door een hoge oogdruk, maar waarschijnlijk door een lage druk in het hoofd. Tigchelaar: “Die druk kun je alleen meten door middel van een ruggenprik, wat verre van aangenaam is. Momenteel is er onderzoek gaande om de druk in het hoofd te meten aan de hand van geluidjes die het oor produceert. Je oor maakt namelijk uit zichzelf geluidjes. Die kun je niet horen, maar wel meten met een soort oordopje. Die geluiden veranderen afhankelijk van de druk in je hoofd.”

Interdisciplinair

Ook wordt er binnen het programma samengewerkt met andere afdelingen, zoals tussen promovendi oogheelkunde en neurologie, om de relatie te bestuderen tussen glaucoom en andere ouderdomsziekten als Parkinson en Alzheimer. En het is nog toekomstmuziek, maar vanuit de genetica wordt er al gekeken naar de mogelijkheden om stamcellen in te zetten die nieuwe verbindingen moeten leggen tussen het oog en de hersenen.

“Uiteindelijk willen we voorkomen dat mensen blind worden door glaucoom”, aldus Cornelissen. “Dat gaat ons niet binnen een paar jaar lukken. Maar als we in een eerder stadium ontdekken of mensen glaucoom hebben, dan bereik je al een heleboel. Want dan kun je ook eerder beginnen met behandelen waardoor de kans op blindheid afneemt. Dat zorgt ervoor dat mensen langer onafhankelijk kunnen blijven, wat weer een positief effect heeft op de kwaliteit van leven.”

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.