Behandeling zaadbalkanker onder de loep

, door Diane Romashuk
foto: Antoinette Borchert

Zaadbalkanker komt steeds vaker voor. Met de subsidie van 570.000 euro die ze van KWF Kankerbestrijding ontvingen, gaan onderzoekers Steven de Jong, Jourik Gietema en Marcel van Vugt van de UMCG-afdeling Medische Oncologie daarom op zoek naar nog betere behandelvormen. Het succes van chemotherapie bij specifiek deze ziekte gaat ook onder de loep, want daarvan valt mogelijk veel te leren voor de bestrijding van andere soorten kanker.

Voorafgaand aan de voetbalwedstrijd van de Londense voetbalclub West Ham United op 19 april, galmt een minuut lang een indrukwekkend applaus door het stadion. H​​et is een eerbetoon aan de 20-jarige speler van het elftal Dylan Tombides. Een dag eerder overleed hij aan teelbalkanker.

De ziekte die hem trof, waarbij een tumor ontstaat in één van de testikels, is zeldzaam. “Het aantal nieuwe patiënten per jaar is in Nederland bijvoorbeeld iets minder dan duizend”, vertelt De Jong. “En met de klassieke chemotherapie is zaadbalkanker op zich ook goed te bestrijden, zelfs als het is uitgezaaid. Zo'n tachtig tot negentig procent van de patiënten geneest.”

Belangrijke oorzaak van overlijden

Daar staat tegenover dat het aantal patiënten de afgelopen jaren gestaag toeneemt. En dat teelbalkanker bij mannen tussen de twintig en veertig jaar de meest voorkomende vorm van kanker is. “Voor deze relatief jonge groep blijft het een belangrijke oorzaak van overlijden.”

“Simpel gezegd willen w​e de genen die voor resistentie zorgen uit de tumoren halen en zo heel gericht het resistentie-mechanisme uitzetten”

Met het vierjarige onderzoek onder hun leiding hopen medisch oncoloog Gietema en celbiologen De Jong en Van Vugt daar wat aan te veranderen. Van Vugt: “Soms zijn de kankercellen resistent tegen de kankerremmende stof, cisplatine, in chemotherapie. Daarom willen we verder onderzoeken welke mechanismen die resistentie veroorzaken.”

Zo wordt bijvoorbeeld gekeken naar het mechanisme dat zorgt dat zaadbalkankercellen minder snel dood gaan na behandeling met cisplatine. Een cel bestaat uit een kern en uit het cytoplasma. “Voor effectieve chemotherapie moet een eiwit dat celdood tegen gaat in het cytoplasma naar de celkern gedreven worden”, zegt De Jong. “Bij resistentie wordt dit eiwit door andere eiwitten in het cytoplasma gehouden. We gaan onderzoeken of we doelgericht kunnen ingrijpen in dat proces. Dit willen we doen door zogeheten 'small molecules' of antilichamen als hulpmiddelen in te zetten, om deze blokkades op te heffen en zo de resistente cellen gevoelig maken voor cisplatine.”

Vervolgens onderzoeken ze of ze de resistentie bij zaadbalkanker tumoren in muizen kunnen opheffen. “Dat gebeurt met een genetisch trucje. Simpel gezegd willen we de genen die voor resistentie zorgen uit de tumoren halen en zo heel gericht het resistentiemechanisme uitzetten”, vertelt Van Vugt. “Bij mensen kun je dit niet doen. Maar de kennis over de werking die dit ons oplevert, kunnen we wel gebruiken om nieuwe geneesmiddelen aan de behandeling toe te voegen voor een vergelijkbaar of beter effect. We kijken dus ook welke bestaande of nieuwe experimentele medicijnen daarvoor geschikt kunnen zijn.” 

Andere tumoren beter behandelen

Bij de uitkomsten zijn mogelijk ook patiënten met andere vormen van kanker gebaat. “Eierstok- en longkanker worden bijvoorbeeld ook behandeld met dezelfde cisplatine bevattende chemotherapie, maar vaak met minder succes”, zegt De Jong. “We weten dat zaadbalkanker er wel erg gevoelig voor is, maar nog maar weinig van waarom dat zo is. Met meer inzicht daarin kun je andere tumoren mogelijk ook beter behandelen.”

Met onderzoek naar zaadbalkanker heeft het UMCG volgens de onderzoekers inmiddels expertise opgebouwd. De Jong: “Dit is een vervolg van onderzoek waar we in 1995 al mee zijn gestart. We zien bijna alle zaadbalkankerpatiënten uit Noord-Nederland in dit ziekenhuis. De grote groep die we zo al lang volgen is uniek in Nederland.”

 

Alles op één plek

Het onderzoek vindt plaats binnen het Multidisciplinair Oncologisch Laboratorium van het Cancer Research Center Groningen. Zo'n honderd biologen, farmaceuten, artsen, analisten en studenten bestuderen hier de verschillende aspecten van kanker. Van Vugt: “Hier gebeurt eigenlijk alles op één plek: van basaal onderzoek tot de studie van muismodellen, maar ook de vertaling van resultaten naar de kliniek.” De samenwerking tussen de verschillende disciplines heeft belangrijke voordelen. “Als wij bij de muizen nieuwe, effectieve behandelmogelijkheden vinden voor zaadbalkanker, dan is de stap naar de kliniek klein. En de verwachting dus realistisch dat deze nieuwe mogelijkheden in de toekomst echt de patiënt bereiken.”

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.