Bij MS lijkt het sleutelwoord myeline

, door Jeanine Bronsema
foto: Shutterstock

​Iedereen kent het spreekwoord ‘voorkomen is beter dan genezen’. Maar wat nou als je niet weet hoe je iets kunt voorkomen? Zoals bij multiple sclerose, een ziekte waarvan men nog niet weet hoe die ontstaat. Het UMCG richt zich daarom vooral op onderzoek naar het herstellen van de schade. Dit gebeurt binnen het MS Centrum Noord Nederland, waar het onderzoek en de zorg gebundeld zijn.

Bij MS zijn er problemen in de hersenen en het ruggenmerg. De zenuwen die daar lopen zijn beschermd door myeline, een soort isolatielaag. Bij MS-patiënten wordt deze laag afgebroken. “Wat er dan gebeurt, is te vergelijken met een stroomdraad”, vertelt Wia Baron, MS-onderzoeker in het UMCG.

“Om de stroomdraad zit isolatiemateriaal, zodat de stroom goed doorgegeven wordt. Als die laag weg is, loopt de stroom niet meer goed door de draad, maar gebeurt dat met schokjes. Je krijgt dan bijvoorbeeld een flikkerende lamp.”

En dat gebeurt ook bij MS-patiënten. De zenuwen kunnen niet goed meer de signalen doorgeven en patiënten krijgen last van tintelingen, concentratieproblemen, moeilijk lopen of vermoeidheid.

Klachten die verdwijnen en terugkeren

Typerend voor MS is dat deze klachten in het begin tijdelijk zijn. “Patiënten hebben bijvoorbeeld last van slecht zien”, vertelt Thea Heersema, neuroloog in het UMCG. “Na enkele weken of maanden verdwijnt deze klacht weer, maar op den duur komt er een nieuwe klacht.”

De klachten ontstaan op het moment dat het myeline rondom de zenuwen verdwijnt. Maar in de beginfase van MS maakt het lichaam het myeline weer aan en voelt de patiënt zich beter. “Toch komen de meeste patiënten uiteindelijk in de progressieve fase terecht, waar geleidelijke achteruitgang is”, zegt Heersema. De klachten die mensen hebben, blijven dan bestaan.

Minder terugvallen, minder achteruitgang

Om dit zo goed mogelijk tegen te gaan, krijgen patiënten ontstekingsremmende middelen. “Die moeten ervoor zorgen dat er minder terugvallen zijn en dat er minder achteruitgang is”, legt Heersema uit.

Verder krijgen patiënten medicijnen om de symptomen van de ziekte te verminderen. “Veel mensen denken dat iemand met MS binnen een paar jaar in een rolstoel zit”, vertelt Heersema. “Niet alleen buitenstaanders denken dat, ook MS-patiënten zelf. En hoewel dat voor een kleine groep ook zo is, geldt dit voor de meeste MS-patiënten niet.”

Myeline is de oplossing

De behandeling van MS richt zich dus vooral op de ontstekingen en de symptomen. Maar ondertussen gaat de afbraak van myeline door en wordt de schade in de hersenen en het ruggenmerg erger. Op MRI-scans is dit te zien: op de plekken waar het myeline wordt afgebroken zijn witte vlekken zichtbaar.

Myeline lijkt dus het sleutelwoord en daar richt Baron zich dan ook op met haar onderzoek. “Want als we de myelinelaag herstellen, kunnen we voorkomen dat de ziekte erger wordt.”

Daarvoor zijn de cellen die het myeline maken erg belangrijk. “Deze verdwijnen in de aangetaste gebieden en dan wordt er geen myeline meer aangemaakt”, legt Baron uit. De beste oplossing zou dus zijn om nieuwe cellen in de hersenen te krijgen die wel myeline kunnen maken.

Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Want dat moet in de vorm van voorlopercellen die zich uiteindelijk ontwikkelen tot een cel die myeline kan produceren. Bij een groot deel van de MS-patiënten zijn die voorlopercellen wel aanwezig in aangedane gebieden, maar op de een of andere manier ontwikkelen ze zich niet tot myeline-producerende cellen.

“Dit kan komen doordat er verkeerde, remmende signalen zijn of dat de goede signalen ontbreken”, vertelt Baron.

Een goed eiwit het slechte pad op

En Baron vond een remmend signaal in de vorm van een eiwit. Als er ergens schade is in het lichaam, zoals een wondje, maar ook het verdwijnen van myeline, is dit eiwit meestal aanwezig om de boel te herstellen. Een goed eiwit dus. Maar waar het eiwit normaal gesproken na herstel weer verdwijnt, blijft het bij MS-patiënten aanwezig en gaat het uiteindelijk samenklonteren. Hierdoor ontwikkelen de voorlopercellen zich niet tot een cel die myeline kan produceren.

“Dus we hebben twee mogelijkheden”, vertelt Baron. “Of we moeten ervoor zorgen dat dat eiwit wél verdwijnt, of we moeten zorgen dat er toch cellen komen die myeline gaan maken, ook al is dat eiwit aanwezig.” Na jaren onderzoek vond Baron voor beide opties stofjes die daarvoor kunnen zorgen en waar de cellen weer myeline maken.

Geduld is een schone zaak

Dat klinkt veelbelovend, maar het onderzoek is nog erg fundamenteel en is voornamelijk getest in celkweken. Wel zijn de eerste resultaten met proefdieren veelbelovend, maar het duurt nog even voordat het in mensen getest kan worden.

“Toch vinden ook patiënten dit fundamentele onderzoek belangrijk”, vertelt Heersema. “Er zijn nu alleen medicijnen om de ziekte te remmen. Het fundamentele onderzoek richt zich juist meer op het herstel van functieverlies.”

Ook Baron vindt het fundamentele onderzoek van belang. “Als je auto kapot is, moet je ook eerst weten hoe de auto eigenlijk werkt. Dan kom je erachter wat er kapot is en kun je het maken.” Dat geldt ook voor MS-onderzoek.

Moe, maar waarvan?
Behalve fundamenteel onderzoek naar MS, doet het UMCG ook onderzoek naar de symptomen. Zoals de vermoeidheid waar veel MS-patiënten mee kampen.

"Je zou denken dat motorische problemen veel erger zijn, maar MS-patiënten vertellen vaak dat vermoeidheid een veel grotere impact op de kwaliteit van leven heeft", zegt Inge Zijdewind, universitair hoofddocent in het UMCG.

Om erachter te komen waar die vermoeidheid door komt, liet Zijdewind patiënten vragenlijsten invullen die aangaven hoe moe iemand zich voelde. Daarnaast mat ze de spiermoeheid door MS-patiënten een vermoeidheidstaak te laten uitvoeren.
kader_ms.jpg
Gedurende twee minuten drukten patiënten met hun wijsvinger tegen een krachtmeter. “Alleen met de wijsvinger”, zegt Zijdewind, “want we willen niet het hele lichaam laten inspannen, omdat dan ook bijvoorbeeld hart en longen harder moeten werken. We wilden juist alleen het zenuwstelsel vermoeid maken door een klein spiertje langere tijd aan te spannen.”

Zo kon Zijdewind aantonen dat de moeheid die patiënten ervaren, samenhangt met de aansturing van de spier. Dus iemand die veel krachtsafname in de spieren had, voelde zich ook meer vermoeid. “Dat klinkt misschien logisch, maar de meeste onderzoeken vinden dit verband niet.”

Toch valt er nog weinig aan de vermoeidheid te doen, omdat nog niet bekend is wat vermoeidheid precies is en waar het zit. “Dat laatste zijn we nu aan het onderzoeken door met MRI-scans de hersenen te bekijken tijdens deze vermoeiende krachttaak”, zegt Zijdewind. Want om vermoeidheid te kunnen behandelen, moeten onderzoekers eerst weten wat er bij moeheid gebeurt.

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.