De Route van hoogleraar Debbie Jaarsma

, door Ellis Ellenbroek
foto: Henk Veenstra

Ze zeggen wel: De weg is belangrijker is dan de bestemming. De hobbels, de stroomversnellingen, de gemiste afslagen en de vergezichten. En de reisgenoten en voorbijgangers niet te vergeten. We vragen opvallende UMCG-wetenschappers naar hun route tot nu toe.

Aflevering 2: Debbie Jaarsma (43), hoogleraar onderzoek en innovatie van medisch onderwijs.

Tegenwoordig onderzoek je hoe dokters, verpleegkundigen en tandartsen het best kunnen worden opgeleid. Maar ooit begon je als student diergeneeskunde in Gent.

“Tussen mijn elfde en veertiende woonden wij in Boekelo. Prachtig vond ik het daar in Twente. Ik miste het toen we weer terug verhuisden naar Den Haag. Ik dacht: als ik nou diergeneeskunde ga doen kan ik later weer lekker buiten gaan wonen.

“Ik ben drie keer uitgeloot en ging toen in Gent studeren. De opleiding was zoals het hier was in de jaren vijftig. Heel streng, schools. Mondelinge examens bij de hoogleraar die op een podium zat. Dat meemaken, heeft mij gevormd. Maar toen keek ik er nog niet met onderwijsvernieuwingsogen naar. Die afstand had ik nog niet.”

Wat voor dierenartspraktijk had je voor ogen?

“Een beetje als James Herriot​ eerst. Maar ik merkte dat ik de eerstelijns dierenartspraktijk saai vond. Ik zag geen academische uitdaging in inenten en opereren.

“Verder ontdekte ik dat ik niet zo handig ben. Ik vond het een enorm gedoe. Zalf in de oren van een hond? Zo’n dier staat natuurlijk niet stil. Bij mijn vriendinnen leek het of ze wel vier handen hadden: hond in de houdgreep, zalf in dat oor. Ik dacht alleen maar: hoe dóe ik dit?

“Ik hield van verdieping en werd gevraagd om de opleiding pathologie in te gaan. Onderzoeken waar dieren aan zijn overleden. Dan bewegen ze niet meer hè!”

Wanneer kwam het onderwijs als thema op je pad?

“Ik gaf tijdens mijn studie al bijles en ook tijdens mijn specialisatie zocht ik naar mogelijkheden om les te geven. Ik had een klik met studenten. Ik vond het leuk en zij ook.

“De opleiding tot patholoog paste minder goed bij me dan gedacht. Ik weet nog precies het moment dat ik besloot ermee te stoppen. Ik zat door de microscoop naar de teen van een Australische brilkikker te kijken. Daar zat een tumor in. Toen dacht ik: ik heb hier geen zin meer in. Het was alleen maar nog meer kennis, kennis, kennis. Ik had acht jaar gestudeerd. Ik wilde mezélf inzetten.

“Mijn ouders hebben een traantje weggepinkt toen ik mijn witte jas aan de wilgen hing. Want wat ging ik doen? Ik werd docent diergezondheidsonderwijs op de HAS, hogeschool voor Agro, Food en Leefomgeving in Den Bosch. Dat was toch even iets minder sjiek dan specialist pathologie bij de Universiteit Utrecht.

“Voor mij is belangrijk dat het goed voelt wat ik doe. Ik wil de vrijheid hebben ook eens een gekke keus te maken, eens iets uit te proberen.
De HAS was de beste tijd van mijn werkende leven. Het was de periode waarin ik het meest over mezelf leerde. Ik leerde mezelf inzetten in een organisatie. Communiceren, samenwerken.

“En ik kreeg ontzettend veel kansen om gave dingen uit te proberen. Voor een talentenplan voor hippische sporters zat ik ineens met Anky van Grunsven rond de tafel. Op je bek gaan kon daar ook. Je kreeg feedback, stond weer op en ging weer door.”

Je had de tijd van je leven op de HAS. Toch bleef je er maar twee jaar en keerde je terug naar de universiteit van Utrecht.

“Ik had het gevoel dat ik weer iets moeilijks moest gaan doen. Daar kwam nog wel een  uitstapje naar de farmaceutische industrie tussendoor. Mijn hele familie zat in het bedrijfsleven. Ik wou dat ook wel eens uitproberen. Ik heb een jaar lang pillen verkocht aan psychiaters. Eigenlijk was het hilarisch, want als dierenarts heb je één ding niet gehad en dat is psychiatrie.

“Ik zat met psychotische patiënten in dezelfde wachtkamer op de dokter te wachten. Extreem leerzaam dat te zien, mee te krijgen hoe ziek mensen kunnen zijn en hoe weinig je soms kunt doen. Ik ging er anders door naar de samenleving kijken. Ik leerde ook veel over verkopen, het uitvragen van behoeftes. Dat komt goed van pas, als hoogleraar moet ik dat ook doen.
Bij de farmaceut miste ik de intellectuele uitdaging. Zat ik in de auto, dacht ik: kan ik onderweg geen Spaans gaan leren of zo?

“Op een dag kwam ik mijn latere promotor tegen. Toen ik vertelde dat ik bij de farmaceut werkte was hij ontzet. Hij vroeg of ik geen interesse had in een promotieplaats, het bleek over onderwijs te gaan. 

“Curriculumverandering in diergeneeskundig onderwijs. Hij wist hoe leuk ik onderwijs vond. Ik zei: Ja, maar dan word ik áió, ga ik de helft van mijn salaris inleveren. Geen bonussen meer, geen leasebak. Maar ik heb het wel gedaan! Ik moest wel even met Sjoerd overleggen, we hadden net een huis gekocht.”

Hoe kwam je, als doctor diergeneeskundig onderwijs, bij de humane geneeskunde terecht?

“Bij toeval zag ik bij mijn schoonouders in de Volkskrant de vacature staan. Hoogleraar evidence-based education op de medische faculteit van de Universiteit van Amsterdam! Als je kijkt naar de inhoud van het curriculum verschillen diergeneeskunde en mensgeneeskunde wel van elkaar, maar qua opbouwen van de didactiek in een curriculum is het niet heel anders.

“Ik solliciteerde niet omdat ik dacht dat ik die baan ging krijgen, maar om te oefenen. Zo’n benoemingsadviescommissie is echt wel wat anders dan een gewone sollicitatie. Je komt binnen bij de raad van bestuur en dan zitten er tíen man tegenover je. We hadden een goed gesprek, maar toen ik eruit liep dacht ik: ze zullen wel denken: die jonge dierenarts.

“Toen bekend werd dat ik het werd stuurde mijn vader mij een briefje met ‘hooggeleerde vrouwe’. Nog steeds zet hij al mijn titels op post.

“Mijn promotor in Utrecht was verdrietig toen ik het werd in Amsterdam. Hij had gehoopt dat ik de groep verder zou uitbouwen. Het lag in de lijn dat ik hem zou opvolgen. Mij leek het lastig, hoogleraar worden aan de Faculteit Diergeneeskunde waar ik had gestudeerd, co-assistent was geweest en was gepromoveerd. De mensen daar zagen mij nog als dat jonkie. Het is link als je de kroonprinses bent.”

Eind 2012 sprak je je oratie 'Bevlogenheid in het onderwijs' uit in Amsterdam. Anderhalf jaar later vertrok je naar Groningen.

“De prodecaan onderwijs van Groningen nam contact met me op. Ik zei: Nee, het is te vroeg. Ik ben net in Amsterdam. Ik heb geloof ik drie keer nee gezegd. Maar de realiteit was dat ik in het AMC het beleid en het management was ingezogen.

“Ik was de eerste hoogleraar onderzoek van medisch onderwijs daar, ik volgde niet iemand op. Het was nog geen soepele organisatie. Ik was de meeste tijd aan het managen. Te weinig tijd om te lezen, te weinig om te schrijven, te weinig tijd voor de promovendi die ik begeleidde. Ik ben er zelf ingesprongen, maar uiteindelijk vond ik het niet bevredigend.

“En toen kwam de vraag of ik naar Groningen wilde komen. Ik zou Janke Cohen opvolgen die al een mooi fundament had gelegd met haar onderzoeksgroep. Sjoerd en ik hebben het er lang over gehad. We wilden eigenlijk altijd al weg uit de Randstad. Dit was een kans.”

Hoe verder. Waar vinden we Debbie Jaarsma over tien jaar?

“Dit is iets wat ik in elk geval de komende jaren heel erg leuk vind en waar ik ook beter in wil worden. Een vriendinnetje van me vroeg laatst: moet jij niet minister van onderwijs worden? Toen dacht ik: Nee. Nee hoor. Nu nog niet.”

Debbie Jaarsma werd op 19 oktober 1973 geboren in Wassenaar en verhuisde vaak in haar jeugd. Ze studeerde diergeneeskunde in Gent en Utrecht van 1992 tot 2000. Ze brak de specialisatie tot patholoog af en werd hogeschooldocent aan de HAS in Den Bosch (2001-2003). 
In 2008 promoveerde ze in Utrecht op diergeneeskundig onderwijs. Ze werd in december 2011 hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en aanvaardde in april 2014 in Groningen de leerstoel onderzoek en innovatie van medisch onderwijs.
Haar onderzoeksgroep heet LEARN, wat staat voor Lifelong Learning Education and Assessment Research Network. Ze getrouwd met Sjoerd de Hoogh (43) en is moeder van Lara (12).

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.