"De computer neemt het over van de arts"

, door Christine Dirkse
foto: Henk Veenstra

In de jaren ’90 was hij de eerste PET-dokter in Nederland. ​Nu, 25 jaar later, houdt UMCG-hoogleraar Medische Beeldvorming Jan Pruim zijn oratie. Daarin spreekt hij over de ontwikkelingen op het gebied van PET en andere medische beeldvorming. Die ontwikkelingen gaan razendsnel. Computers gaan steeds meer taken van clinici overnemen. Dat heeft grote gevolgen voor de manier waarop we artsen opleiden. Dat is dan ook het doel van zijn leerstoel. Ik ga me vooral bezighouden met de vraag hoe we artsen in opleiding kunnen voorbereiden op veranderingen in de toekomst. 

Pruim was een paar jaar afgestudeerd als arts, toen de PET – positron emissie tomografie - in Nederland opkwam en hij daarover een lezing volgde. “Dat was niet de eerste beeldvormende techniek”, vertelt hij. Met röntgenfoto’s en CT-scans konden veranderingen in de bouw van het lichaam al bestudeerd worden. En de MRI maakte het mogelijk om ook de samenstelling van weefsels weer te geven. “Maar PET maakt het mogelijk om ook processen in het lichaam te volgen.” Hij was direct gegrepen. “Met PET kun je echt het functioneren van het lichaam in een plaatje vastleggen. Je maakt eigenlijk een soort avatar van het lichaam. Dat fascineert mij nog steeds.” 

​​Een fascinerend plaatje

PET was dus de eerste beeldvormende techniek waarmee echt iets van het functioneren van het lichaam zichtbaar gemaakt kon worden. Daarvoor gebruikt men radioactieve isotopen; vormen van atomen die een klein beetje straling uitzenden. “Bij een PET-scan spuiten we een gewone stof in, bijvoorbeeld glucose, met daaraan zo’n radioactief isotoop, bijvoorbeeld fluor. De glucose zendt daardoor een klein beetje straling uit.” 

“We printen een 3D-model, of we zien het beeld in 3D via een speciale bril. Dat klinkt als science fiction, maar ik denk dat het dichterbij is dan je denkt." ​

De combinatie van fluor en glucose wordt vaak gebruikt bij onderzoek naar tumoren. Een tumor heeft veel energie nodig en zuigt veel glucose naar binnen. Maar een tumor kan niets  met glucose waar fluor aan gebonden is. Daardoor blijft het liggen en hoopt het op. De fluor zendt straling uit, die door de computer wordt geregistreerd. “Het blijkt dat PET op deze manier heel nuttig is bij het bepalen van de agressiviteit van een tumor, de effectiviteit van een behandeling en bij het detecteren van uitzaaiingen.” 

De mogelijkheden voor PET lijken oneindig. “In theorie kun je zo’n radioactief isotoop aan elke stof in het lichaam labelen. Je kunt er ook hart- en hersenziekten mee onderzoeken, bijvoorbeeld.” Het klinkt wel gevaarlijk, radioactieve straling in het lichaam. “Radioactieve straling is overal. Kalium zendt ook straling uit, dat zit in al je lichaamscellen”, legt Pruim uit. “Dat beetje straling is lang niet zo levensbedreigend als een tumor en andere ziekten. De PET is dan gewoon een goed hulpmiddel, niet iets waar je zieker van wordt.”

​​Eindeloze mogelijkheden

Toen Pruim enige tijd na de lezing een vacature zag voor een arts in het eerste PET-centrum van Nederland in Groningen, solliciteerde hij direct. Hij werd de eerste PET-arts in Nederland. “PET zat in die tijd enorm in de lift. Er werd veel onderzoek mee gedaan, en al snel werd het in heel veel ziekenhuizen ingezet. In combinatie met een CT-scan of een MRI bleek de PET-scan heel waardevol bij het stellen van diagnoses.” 

De mogelijkheden bleken eindeloos. Zo is het ook mogelijk om eigenschappen van tumoren in kaart te brengen, eigenschappen waarop dan met de behandeling kan worden (bij)gestuurd. “Omdat je in theorie heel veel verschillende processen kunt meten, kun je patiënten blijven onderzoeken. Je moet je afvragen hoe je daar in de klinische praktijk mee om gaat. We willen natuurlijk optimaal behandelen, maar elke scan kost veel geld en vraagt ook veel van de patiënt. Je kunt een patiënt niet honderd keer door een scanner halen.”

​​​​​Nieuwe ontwikkelingen

De nieuwe ontwikkelingen op het gebied van afbeeldingherkenning en big data maken de mogelijkheden nog veel groter. “Het duurt niet lang meer of computers gaan de beelden die we maken ook interpreteren”, voorspelt Pruim. “Dat lijkt misschien nog ver weg, maar als je weet dat Google al bezig is om vakantiefoto’s te herkennen, dan kun je je voorstellen dat weefsels ook wel door een computer te herkennen zijn. Door de komst van big data kun je de computer die beelden laten vergelijken met andere afbeeldingen van hetzelfde weefsel. De computer kan met behulp van resultaten uit het verleden snel bepalen wat er aan de hand is en welke behandeling het meest effectief is.” 

“Een arts zal niet meer zelf diagnoses stellen, maar alleen het werk van de computer controleren. De computer zal een verslag van de onderzoeken maken, compleet onderbouwd met theorie uit de literatuur.” ​

Pruim durft nog veel verder te gaan. “Ik denk dat we in de toekomst heel anders omgaan met de beelden die we maken. We kijken niet meer naar beelden, we maken er hologrammen van. We kunnen er dan bijvoorbeeld een 3D-model mee printen. Of we zien het beeld in 3D via een speciale bril, zodat we tijdens een operatie het beeld live voor ons hebben.” Pruim weet dat zijn ideeën klinken als science fiction. “Ik denk dat het dichterbij is dan je denkt. De ontwikkelingen gaan razendsnel.”

​​Anders werken

Al deze ontwikkelingen hebben grote gevolgen voor de manier waarop artsen aan het werk gaan. Daarom zijn de Nederlandse Vereniging voor Radiologie en de Nederlandse Vereniging voor Nucleaire Geneeskunde een nieuwe opleiding gestart, ‘Corona’ genaamd. “Die opleiding is revolutionair in de wereld: we combineren radiologie en nucleaire geneeskunde tot één nieuw specialisme, omdat al die beeldvormende technieken samen horen, zodat een arts het totaalplaatje ziet van een orgaansysteem.” 

Bovendien zal de rol van de arts veranderen, denkt Pruim. Ook daarop moeten de artsen voorbereid worden. Pruim vergelijkt het werk van een arts bij medische beeldvorming met de taak van een piloot. “Een piloot houdt tegenwoordig zelf nauwelijks nog een stuurknuppel vast, maar controleert alleen of alle apparatuur hun werk goed doet. Zo zal een arts ook niet meer zelf diagnoses stellen, maar alleen het werk van de computer controleren. De computer zal een verslag van de onderzoeken maken, compleet onderbouwd met theorie uit de literatuur. De arts zal dan in de gaten houden of de computer wel doet wat hij moet doen.” 

Met dat toekomstbeeld gaat Pruim in zijn nieuwe leerstoel aan het werk, om met de opleiding in te spelen op die veranderingen. 

De echo, een röntgenfoto, een CT-scan, MRI-scan, PET... Hoe zit het ook al weer met al die verschillende beeldvormende technieken in een ziekenhuis? Lees verder: W​at is wat in beeldvormende technieken?

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.