De eeuwige strijd tegen afstoting

, door Theone Joostensz
foto: Henk Veenstra

Transplantatie betekent altijd: dealen met afstoting. Stefan Berger, hoogleraar transplantatienefrologie in het UMCG, onderzoekt hoe afstoting werkt, en dan met name op de lange termijn. Dinsdag 11 september houdt hij zijn oratie.

Twee jaar geleden beklom Stefan Berger, samen met een aantal getransplanteerden, donoren en collega-artsen, de bekende Franse berg Mont Ventoux. Om de wereld te laten zien waar mensen na een orgaantransplantatie toe in staat zijn. De foto van de groep lachende fietsers op zijn prikbord zegt veel over de betrokkenheid van Berger bij zijn patiënten.

“Ik vind het ontzettend leuk om patiënten gedurende een langere periode in hun leven te begeleiden”, zegt hij. “Een relatief groot aandeel van de groep nierpatiënten die wij hier zien, is chronisch. Als arts richt ik mijn zorg dus op de lange termijn. Daardoor bouw ik ook een band op met mijn patiënten.”

Zijn liefde voor zijn vakgebied, de transplantatienefrologie, ontstond al in het tweede jaar van zijn studie Geneeskunde. “Ik raakte gefascineerd door de complexe werking en de bijzondere anatomie van de nier”, zegt Berger.

“Daar kwam op een gegeven moment mijn belangstelling voor immunologie bij; de werking van het afweersysteem. Het afweersysteem valt alles aan wat lichaamsvreemd is, ook een getransplanteerde nier. Afstoting is dus altijd een probleem. Binnen de transplantatienefrologie doen we veel onderzoek naar de vraag hoe we die afweerreactie van het lichaam kunnen minimaliseren en hoe het verdedigingsmechanisme van het getransplanteerde orgaan zelf werkt.”

Acute en chronische afstoting

Er zijn grofweg twee vormen van afstoting: acute en chronische. Acute afstoting veroorzaakt door afweercellen, was jarenlang het hoofdprobleem binnen de transplantatiezorg. Menig orgaan ging binnen een jaar verloren, maar tegenwoordig is acute afstoting dankzij medicatie goed onder controle.

Het probleem is nu de lange termijn afstoting, ofwel humorale afstoting. Het lichaam maakt antistoffen aan die het orgaan beschadigen waardoor het na verloop van tijd steeds slechter gaat functioneren. Tien, vijftien jaar na hun niertransplantatie moeten patiënten dan toch vaak (opnieuw) aan de dialyse.

Berger: “In ons onderzoek naar humorale afstoting bekijken we het verdedigingsmechanisme van de nier tegen deze antistoffen. Uit getransplanteerde nieren halen we bloedvatcellen en zetten die op kweek. We voegen daar antistoffen aan toe en kijken hoe de cellen daarop reageren. Zo hopen we te leren hoe het schademechanisme precies werkt en hoe we daarop kunnen ingrijpen.”

Transplantatie bij ouderen

Dertig procent van alle niertransplantaties in het UMCG gebeurt bij patiënten boven de 65 jaar. Dat verloopt via een speciaal programma waarbij van oudere donoren de organen vooral naar oudere ontvangers gaan.

Berger: “De kwaliteit van een oudere donornier is wat minder, maar die hoeft in dit geval ook geen dertig jaar meer mee te gaan. De patiënt is van de dialyse af en geniet nog een aantal jaren van een betere kwaliteit van leven. Er keren maar weinig oudere, getransplanteerde patiënten terug naar de dialyse; vaak overleeft de donornier de ontvanger.”

Transplanteren bij ouderen brengt echter grote uitdagingen met zich mee omdat het risico op complicaties groter is. Door hun verminderde weerstand zijn ouderen gevoeliger voor infecties. Ze kunnen hartproblemen krijgen en het algehele herstel verloopt langzamer.

“Bij oudere patiënten moeten we ons meer inzetten op kwaliteit van leven en minder op het voorkomen van afstoting”, zegt Berger. “Onze doelstelling is anders: als iemand van 75 jaar nog vijf goede jaren erbij krijgt, dan is dat een succesvolle transplantatie.

“Lange termijn afstoting is voor ouderen nauwelijks een issue. Bovendien hebben zij een minder actief afweersysteem, dus waarschijnlijk hebben zij ook minder afweeronderdrukkende middelen nodig. Dat zou tot minder infecties kunnen leiden, een betere overleving, en misschien ook minder belasting van het vaatstelsel en minder schade aan de nier.

“Deze herfst starten we met een studie waarbij we kijken of ouderen gebaat zijn bij aangepaste afweeronderdrukkende medicijnen. We hebben hier net 1,2 miljoen euro voor gekregen van ZonMw. Het is de eerste, grootschalige studie die helemaal gericht is op oudere nierpatiënten. In het kader van Healthy Ageing is dit natuurlijk ook een prachtig onderzoek.”

Transparant transplanteren

“Als transplantatieprogramma en onderdeel van het UMCG Transplantatiecentrum moeten we niet alleen kijken naar getransplanteerde patiënten, maar naar het hele scala van patiënten met nierfalen”, vindt Berger.

“Wij willen onze waarde voor onze regio bepalen. Wat doen wij voor deze patiënten? Hoe selecteren wij patiënten voor transplantatie? We willen hier meer inzicht in krijgen met behulp van gegevens vanuit de zorgverzekeraars. Hoeveel patiënten in onze regio komen in aanmerking voor transplantatie, hoeveel van hen zien wij, wie accepteren wij, hoe snel hebben wij ze getransplanteerd, en wat is de impact daarvan op de gezondheid van de patiënt? Als we hier meer inzicht in hebben, kunnen we de resultaten vergelijken met andere transplantatiecentra om te zien of wij de juiste keuzes maken. Die onderlinge transparantie is nodig.”  

Blauw_50Transplantaties_stempel_Ø85mm.jpgUMCG Transplantatiecentrum
In het UMCG worden alle vormen van orgaantransplantatie uitgevoerd: hart, lever, long, nier, pancreas en stamcel. Alle deze transplantatieprogramma’s werken samen in het UMCG Transplantatiecentrum.
Het credo van het UMCG Transplantatiecentrum geeft de essentie van deze samenwerking weer: ‘Shared care for shared organs®’.
Het is dit jaar 50 jaar geleden dat er voor het eerst een transplantatie werd uitgevoerd in Groningen. 

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.