De ene ondervoede patiënt is de andere niet

, door Helma Erkelens
foto: Shutterstock

Fijn, ik val af, denk je misschien als je ziek bent. Maar wanneer die kilootjes spiermassa zijn, kom je in de gevarenzone. Voor je het weet ben je ondervoed, en dat geldt ook voor iedereen met overgewicht. Het gevolg: je herstelt langzamer, je kunt niet alles meer - bijvoorbeeld boodschappen doen of koken. Daardoor kun je een deel van je zelfredzaamheid kwijtraken. Lies ter Beek onderzocht voor verschillende aandoeningen hoe ondervoeding beter herkend kan worden en wat de onderliggende factoren zijn. “Want je moet ondervoeding voor zijn.”

Belemmering voor herstel

Tien tot bijna vijftig procent van alle Nederlandse ziekenhuispatiënten is ondervoed of heeft risico daarop. Voor een aantal aandoeningen is het percentage erg hoog. De factoren die hier aan bijdragen kunnen verschillen per aandoening en zijn deels ook persoonlijk. Zorgverleners zijn zich onvoldoende bewust van die verschillen, constateert Ter Beek, die op dit thema promoveerde.

Ze werkt als diëtist bij de afdeling Longziekten en Tuberculose in het Centrum voor Revalidatie van het UMCG en is docent-onderzoeker Voeding en Diëtetiek bij de Hanzehogeschool Groningen. “Ondervoed zijn betekent dat patiënten langer in het ziekenhuis verblijven of vaker opnieuw opgenomen worden, allerlei infecties kunnen krijgen, wonden hebben die niet helen en verminderd zelfredzaamheid zijn. Het gaat dus om veel meer dan alleen gewicht verliezen. Deze kennis is nog geen gemeengoed in de zorg.”

Vicieuze cirkel

“Ondervoeding kan komen door een tekort aan voedingsstoffen, bijvoorbeeld omdat iemand te weinig eet. Maar het kan ook veroorzaakt worden door een verhoogde behoefte aan voedingsstoffen, of door verlies en verminderde opname van voedingsstoffen, denk maar aan diarree. Ondervoeding kan dus complex zijn”, aldus Ter Beek.

“Als je door ziekte veel pijn of te weinig energie hebt om boodschappen te doen of te koken, loop je al risico om ondervoed te raken. En dat risico neemt alleen maar toe als je te weinig beweegt, want dan neemt je spiermassa af. Voor je het weet zit je in een vicieuze cirkel.”

Factoren kennen

De studie van Ter Beek maakt deel uit van een onderzoekslijn van de Hanzehogeschool Groningen en het UMCG. In navolging van een ander onderzoek naar ondervoeding bij patiënten met hoofd-halskanker dat binnen deze onderzoekslijn werd gedaan, volgde Ter Beek voor haar onderzoek gedurende twee jaar tachtig patiënten met COPD van de afdeling Longrevalidatie. Ze deed meerdere keren metingen en nam interviews en vragenlijsten af.

Ook onderzocht ze ondervoeding bij patiënten van de afdeling Vaatchirurgie, en ze deed literatuuronderzoek naar ondervoeding bij patiënten met tuberculose. “Wil je de factoren kennen die een rol spelen bij ondervoeding, zoals bijvoorbeeld de specifieke problemen rondom eten die patiënten kunnen ervaren of verminderde activiteit en functionaliteit dan moet je dit bij veel meer aandoeningen onderzoeken”, stelt ze.

Pijn en bewegingsproblemen

Bij patiënten met hoofd-hals kanker is het de tumor in de keel of mondholte die het eten bemoeilijkt. Kauwen en slikken doen pijn en voedsel smaakt anders dan vroeger. Dat vraagt om een andere aanpak van de diëtist dan wanneer ondervoeding ontstaat omdat mensen minder mobiel zijn.

“Bij patiënten met COPD staat benauwdheid op de voorgrond. Boodschappen doen, een maaltijd koken en eten zijn te grote inspanningen. Focussen op alleen de keuze van voedingsmiddelen en het eten heeft dan weinig zin, want ook het probleem om de voeding te organiseren en te bereiden moet worden opgelost.”

Patiënten met bijvoorbeeld een vaatziekte hebben eveneens vaak een bewegingsbeperking, maar bij hen kan dat komen door pijn in de benen. “Dan kun je denken aan pijnbestrijding én een voedingsadvies.”

Ook jongere patiënten verhoogd kwetsbaar

Het spreekt bijna vanzelf dat wie ondervoed is, ook erg kwetsbaar is. Niet alleen qua gezondheid maar ook als het gaat om hun functioneren in de samenleving en het onderzoek van Ter Beek onderstreept dat. Ze onderzocht het bij haar groep patiënten met COPD.

“Veertig procent was bij aanvang van de studie ondervoed maar dat niet alleen. Ook het percentage kwetsbaarheid was erg hoog. “De gemiddelde leeftijd van deze patiënten was slechts zestig jaar, toch voldeed meer dan tachtig procent aan de criteria van de Frailty Index voor kwetsbaarheid. Dat betekent dat zorgverleners hier ook alert op moeten zijn bij jongere patiënten.”

Gevolgen voor de behandeling

De onderzoeksresultaten van Ter Beek bieden eyeopeners voor diëtisten, maar ook voor (huis)artsen, praktijkondersteuners, verpleegkundigen en thuiszorgmedewerkers. “Als je ziet dat iemand minder mobiel is en/of minder eet, moet er altijd een alarmbelletje afgaan over de voedingstoestand. Los van de klacht waar iemand mee komt. Het mag niet uitmaken of iemand oud of jong is. Je wilt gewoon niet dat mensen steeds minder kunnen, steeds minder actief zijn en hun zelfredzaamheid verliezen.

“Op het moment dat iemand met een slechte voedingstoestand een behandeling ingaat voor een ziekte, wordt het gezondheidsprobleem namelijk niet direct kleiner. Want ondervoeding belemmert het herstel en maakt mensen extra hulpbehoevend.

“Het is dus altijd nodig om door te vragen. Hoe gaat het met u? Hoe ziet uw leven eruit? Bent u de afgelopen maand meer of minder gaan eten? En wat eet u dan? Hoe vaak komt u buiten de deur? Doet u zelf de boodschappen? Als zorgverlener is het goed om ook geïnteresseerd te zijn in het leven dat iemand leidt als hij/zij bij jou de deur uit gaat.”

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.