De Route van adjunct-hoogleraar Lude Franke

, door Ellis Ellenbroek
foto: Henk Veenstra

Ze zeggen wel: De weg is belangrijker is dan de bestemming. De hobbels, de stroomversnellingen, de gemiste afslagen en de vergezichten. En niet te vergeten de reisgenoten en voorbijgangers. We vragen opvallende UMCG-wetenschappers naar hun route.

Aflevering 4: statistisch geneticus Lude Franke (37), adjunct-hoogleraar bij de vakgroep Genetica.

Als ik zeg 8 juni 2017, zeg jij…..

“8 juni 2017? Dat durf ik niet te zeggen. Ooooo ja, dan is mijn inauguratie van de Jonge Akademie.”

Wat betekent de toetreding tot dat KNAW-platform van jonge topwetenschappers voor jou?

“Het is heel leuk om deel uit te mogen maken van zo’n gezelschap jonge mensen – mensen van mijn leeftijd - die met heel verschillende dingen bezig zijn, maar de passie en verwondering voor en over de wetenschap delen.

“Recent waren we op ledenweekend. Ik praatte met een archeoloog. In de dinosaurusboeken van mijn kinderen staan de mooiste plaatjes. Ik vroeg hem: ‘Hoe weten jullie hoe zo’n dier eruit gezien heeft?’ Hij zei dat nieuwe vondsten de beelden telkens veranderen. Fascinerend om te horen.

“Wat wij hier doen bij genetica is kijken naar DNA en DNA verandert niet. Je krijgt het van je ouders en doet er de rest van je leven mee. Ons werk is dus eigenlijk makkelijker dan dat van archeologen. Het is logisch redeneren, veel kennis heb je er niet voor nodig.”

Je maakt ook deel uit van het Groningse zusje van De Jonge Akademie, de Young Academy, die publieksactiviteiten organiseert en adviseert over wetenschapsbeleid. Moet je erg je best doen om in zo’n club te komen?

“Je moet een aanvraag indienen. Er is een commissie die vervolgens bepaalt. Je hebt een interview, dat was een heel gemoedelijk gesprek. Ik had niet het idee dat ik tegenover allemaal hoge piefen zat. Meer nog dan als een prestatie beschouw ik mijn lidmaatschap als een gedeelde verantwoordelijkheid. Je realiseert iets met elkaar.”

De wetenschap is publish or perish. Heb je wel tijd voor zulke clubs?

“Je moet de balans zien te vinden tussen inspiratie en transpiratie. Ik kan me wel opsluiten op de afdeling en me helemaal concentreren op het uitvoeren van mijn wetenschappelijke werk. Maar ik wil ook gevoed worden met nieuwe ideeën. Die krijg ik voor een belangrijk deel van mijn collega’s en van collega’s in andere instituten, maar als je iets multidisciplinairs wilt gaan doen zijn gezelschappen als De Jonge Akademie en de Young Academy heel waardevol.”

Over multidisciplinair gesproken, jij bent ook grafisch ontwerper. Hoe is dat zo gekomen?

“Als kind waren er twee dingen die ik heel goed kon. Tekenen en programmeren. Programmeren heb ik mezelf heel vroeg aangeleerd. Toen ik tien was kregen we een computer en ben ik er direct mee begonnen, met een vriendje. Ik ben een heel technische jongen.

“De gelegenheid deed zich voor te gaan ontwerpen. Boeken, huisstijlen, logo’s, websites. Dat bleek ik goed te kunnen en ik kon er ook wat mee verdienen. Langzaam ging het groeien. Mijn broer Gert, vier jaar jonger, heeft grafisch ontwerp op de kunstacademie gedaan, hij heeft het langzaam van me overgenomen. Hij is nu mede-eigenaar van CleverFranke, dat datavisualisatie doet voor allerlei grote bedrijven. CleverFranke heeft kantoren in Utrecht en in Chicago. Ik spar regelmatig met mijn broer, en af en toe doe ik nog wat consultancywerk voor hem.

“Mijn achtergrond als grafisch ontwerper, gespecialiseerd in datavisualisatie, helpt enorm bij het werk dat ik nu doe. Je zou het haast wel een unique selling point van mij kunnen noemen, of in elk geval een selling point. Wij speuren naar patronen en afwijkingen in het DNA. We werken met kolossale datasets.

“We hebben nu sets van wel honderdduizend mensen en van ieder van die mensen hebben we een miljoen dingen gemeten. Het punt is: Het is vrij moeilijk uit zulke hoeveelheden nieuwe verbanden en nieuwe inzichten te destilleren. Visualiseren helpt om er niet in te verzuipen.”

Je bent verbonden aan de afdeling Genetica, wat kun je vertellen over je eigen genen?

“Mijn zus Lieke, die tweeënhalf jaar ouder is dan ik, is huisarts. We hebben allemaal een goede basis en goede steun gehad van onze ouders. Mijn ouders zijn net allebei met pensioen. Mijn moeder was activiteitenbegeleidster van verstandelijk gehandicapten, mijn vader directeur van een zorgcentrum. Bij ons was het adagium dat je je voor dingen in moest zetten, hard moest werken en je talenten moest ontwikkelen.

“Ik ben eigenlijk altijd wel intrinsiek gemotiveerd geweest. Het ging allemaal vanzelf, ik had mijn eigen fascinaties, genoeg om me mee bezig te houden. Er was niet echt een noodzaak me tegen van alles en nog wat af te zetten. Moeilijke momenten – dat ik het niet meer wist – heb ik nooit echt gehad.

Een zondagskind?

“Ik heb mijn passies kunnen en mogen volgen. Wat meespeelt is dat ik tamelijk eigenwijs ben, maar het moet je ook gegund worden. Ik heb ook geluk gehad met de volgorde waarin de dingen zich aandienden. Ik heb medische biologie gestudeerd, maar ik was onhandig in het lab. Ik vond het op het lab vooral heel gezellig, maar ik had onvoldoende gevoel van waarom je nou het ene stofje bij het andere moest doen.

“Toen deed zich de gelegenheid voor om binnen medische biologie een bedrijfskundige stage - een soort minor - te doen. Drie maanden lang volgde ik bedrijfskundige vakken, ik vond het geweldig. Ik stelde een businessplan op om slimme studenten in kleine autootjes rond te laten rijden bij mensen met computerproblemen. Dat is niet van de grond gekomen, maar ik was er heilig van overtuigd dat ik als consultant zou gaan werken.”

“Echter: ik moest nog een wetenschappelijke stage lopen voor medische biologie. Het leek me wel wat iets te zoeken waarbij ik het programmeren in kon zetten. Iemand tipte me om bij Genetica te gaan praten. Ik kwam in gesprek en kon aan de slag, in Utrecht. Na drie maanden was ik fully hooked. Ik kon het programmeren gebruiken om collega’s te helpen beter chocola te maken van hun genetisch onderzoek.”

Hoe belandde je in Groningen?

“In Utrecht was Cisca Wijmenga mijn begeleider. Zij zag, toen ik daar stage liep: die Lude heeft er lol in en die kan iets. Zij heeft geregeld dat er geld kwam om mij aio te laten worden. Zo werd ik promovendus in 2004.

“Wat heel bijzonder was, was dat ik de volledige vrijheid kreeg om te doen wat ik wilde. Blijkbaar had Cisca er voldoende vertrouwen in dat het tot resultaat zou leiden. Toen Cisca naar Groningen ging ben ik meegegaan. Ik wist niet zoveel van Groningen, ik had er niet direct een bepaald gevoel bij. Maar Cisca was een fantastische baas en collega, dat was voor mij een belangrijk argument.”

Je maakte de overstap van medische biologie naar genetica en was fully hooked. Hoezo?

“Genetica is zo fantastisch. Het staat aan de basis van alles. En het is een vak dat zich razendsnel ontwikkelt. In een moordend tempo biedt het ons inzicht in hoe ziektes ontstaan.”

Toch studeerde je na medische biologie nog een jaar filosofie in Nijmegen. Waarom?

“Ik was al wel ingegaan op het aanbod om te promoveren, maar wilde de kans nemen om me nog verder te verbreden. Een jaar lang ben ik bezig geweest met vragen als ‘Wat kunnen we nou echt weten?’ of: ‘Wat is logisch redeneren?’ Ik vond het vormend.”

Waar wil je over tien jaar zijn?

“Ik zou graag iets willen bijdragen aan methodes om de farmaceutische industrie efficiënter te maken. Het ontwikkelen van een medicijn kost al snel een miljard. Stel dat je daar een paar promille van kunt besparen, dan heb je al miljoenen bespaard. Dat helpen realiseren is mijn ambitie. Het motiveert mij en ook mijn mensen.”

Lude Franke werd op 14 januari 1980 geboren in Oldenzaal en woonde op verschillende plekken. Hij studeerde medische biologie in Utrecht en vervolgens een jaar filosofie in Nijmegen. Hij promoveerde in 2008 in Utrecht in medische biologie, ging naar Londen als postdoc en kwam in 2009 als statistisch geneticus in Groningen, waar hij nu adjunct-hoogleraar is.
Franke doet met big data onderzoek naar auto-immuunziektes. Hij is bij de afdeling Genetica ook head of research and education. Hij is lid van de De Jonge Akademie, een platform binnen de KNAW voor jonge topwetenschappers alsmede van de Groningse variant daarvan, de Young Academy. Hij ontving meerdere prijzen voor zijn werk, zoals een VENI- en een VIDI-beurs van NWO en een ERC Starting Grant. Daarnaast is hij grafisch ontwerper en als zodanig betrokken bij het bedrijf van zijn broer Gert.
Lude Franke woont in Zwolle met vriendin Madelien (34),  psychiater. Zij hebben twee dochters, Suzan (4) en Dorien (2).

Over het onderzoek van Lude Franke maakte Anoek Houben een animatie in opdracht van KennisInZicht.

 


 

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.