"Dokters: schrijf bewegen voor als medicijn"

, door Angela Rijnen
foto: Henk Veenstra

Bewegen is gezond, dat weten we allemaal. Toch betrekken dokters dat gegeven niet of nauwelijks in hun behandelingen. Dat moet anders, vertelt revalidatiearts Rienk Dekker. Het UMCG en het Amsterdam UMC (voorheen VUmc) gaan met verschillende partners daarom een praktisch hulpmiddel ontwikkelen om ‘bewegen’ in het therapeutisch arsenaal te brengen.

“Er bestaan wagonladingen bewijs dat bewegen helpt voorkomen dat aandoeningen ontstaan, verergeren of terugkomen en dat het herstel na ziekte bevordert”. Rienk Dekker schudt snel wat voorbeelden uit zijn mouw.

“Bij suikerziekte - diabetes type 2 -  is bewezen dat een actievere leefstijl ervoor kan eraan bijdragen dat iemand geen medicijnen meer hoeft te gebruiken. Gedoseerd en verstandig bewegen kan artroseklachten verminderen. En uit mijn praktijk als revalidatiearts weet ik dat mensen na een herseninfarct zich fitter en opgewekter voelen en minder beperkingen ervaren als ze meer bewegen.”

Koffer met mogelijkheden

Wat houdt dokters dan tegen het onderwerp expliciet op de agenda van hun consulten te zetten? Dekker: “Wij denken dat het onder meer met werkdruk te maken heeft. In de spreekkamer van de polikliniek stelt de arts vragen, doet lichamelijk onderzoek, bespreekt uitkomsten van onderzoek, geeft uitleg en schrijft een recept uit… Dat alles in de beperkte tijd van een consult.

“Maar bewegen ís een medicijn. Het hoort in de koffer met therapeutische mogelijkheden die artsen hebben. En dat besef groeit gelukkig wel onder meerdere medisch specialisten.”

Passend en gezond

Een groep zeer voor bewegingsadviezen gemotiveerde medici uit het UMCG en VUmc, met als projectleider Rienk Dekker, wil achterhalen wat dokters nu precies tegenhoudt om bewegen in te zetten als medicijn. Twee onderzoekers worden voor dit project 'Physicians implement Exercise = Medicine' aangetrokken.

Op basis van de bevindingen bestaat de tweede stap uit het ontwikkelen van een praktisch hulpmiddel, een tool die artsen op poliklinieken moet helpen snel in kaart te brengen hoe actief een patiënt is en wat voor hem of haar een passend en gezond beweegadvies is.

Het plan is om daarbij gegevens te betrekken uit databanken, waaronder LifeLines. “Dat maakt het mogelijk beweeggegevens van een patiënt naast gemiddelden van een relevante groep vergelijkbare gezonde mensen te leggen”, legt Rienk Dekker uit. Het idee is dat de beweegtool inpasbaar wordt in het Elektronisch Patiënten Dossier van ziekenhuizen. 

Koffie drinken

Adviezen die de tool geeft, moeten op de patiënt zijn toegesneden, stelt Dekker. “Zaak is dat ze  haalbaar zijn en in iemands leven passen. Je gaat erom duidelijke doelen te stellen en daaraan in  stapjes te werken. Zodat die dame na een herseninfarct straks weer een kilometer kan lopen om koffie te gaan drinken bij haar dochter.

“Ons project gaat er om de mindset van dokters te veranderen, maar de richting van hun adviezen wordt voor een groot deel bepaald door degenen die zij bedienen. Daarom zijn we erg blij dat een patiëntenplatform met de projectgroep meedenkt.’

Motiveren

Rienk Dekker erkent dat het bijzonder moeilijk is voor mensen om hun leefstijl aan te passen. Waarom verwacht hij dat deze aanpak wel kan werken? “Uit onderzoek is bekend dat het kan helpen als de dokter benoemt: het zou beter zijn om meer te bewegen op een manier die u een beetje leuk vindt. Je moet mensen op de juiste manier motiveren. Als iemand bijvoorbeeld  door een aandoening erg moe is, loont het om een manier te vinden die hem of haar over het dode punt heen trekt, zodat de vicieuze cirkel van moe-weinig bewegen-niet fit zijn, wordt doorbroken.”

Het ZonMw-project, dat twee jaar gaat duren, is overigens niet gericht op het aantonen of de benadering werkt. Maar dat wil het onderzoeksconsortium wel graag.

“Natuurlijk gaat het er om dat de patiënt er beter van wordt!”, aldus Rienk Dekker. “We weten dat in het najaar een nieuwe projectronde bij ZonMw komt. Dan gaan we zeker een poging wagen om een vervolgsubsidie in de wacht te slepen met als doel de effectiviteit van de tool te toetsen.”

Regeerakkoord

Dekker is erg enthousiast over het netwerk dat betrokken is bij het project. Het bestaat niet alleen uit diverse specialisten van beide UMC’s en de Cliëntenraad van het UMCG, maar ook uit disciplines en organisaties die verstand hebben van sport en bewegen alsmede de gemeente Groningen.

“Alleen kun je wel wat, maar met een team kun je méér”, vindt hij. “Een inactieve leefstijl is een probleem van de samenleving, waarbij veel factoren een rol spelen. Betrokken partners zijn uitgedaagd om met ons mee te denken. Ik moet ook zeggen dat ik blij ben dat in het regeerakkoord nu het onderwerp preventie weer duidelijk is opgenomen.”

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.