‘Een huisarts moet de tijd nemen voor de patiënten’

, door Marjolein te Winkel
foto: Henk Veenstra

Wat begon met de relatief eenvoudige vraag ‘Wat zijn eigenlijk de meest voorkomende klachten waarmee mensen naar de huisarts gaan?’ mondde uit in een gesprek over de toekomst van de huisartsgeneeskunde. Thys van der Molen, hoogleraar Huisartsgeneeskunde in het UMCG, kijkt terug op dertig jaar ervaring als huisarts en blikt vooruit naar een toekomst waarin ‘consumentgedreven zorg’ centraal staat.

“Waarom komt een mens bij de huisarts?” Thys van der Molen leunt achterover in zijn stoel terwijl hij de gestelde vraag herhaalt. “Wat je daarbij eerst moet weten: vóór iemand met iets nieuws naar de dokter gaat, legt hij of zij de klachten eerst aan gemiddeld zes mensen voor.”

Familieleden, vrienden, collega’s – allemaal mensen die, zelfs met de beste bedoelingen, niet altijd weten wat de huisarts weet. “Dat mensen om het minste of geringste naar de huisarts gaan, klopt echt niet”, zegt Van der Molen.

Maar weet iemand wél wat hem mankeert, bijvoorbeeld omdat hij dezelfde klachten eerder heeft gehad, dan weet diegene de weg naar de huisarts  sneller te vinden. “Ruim vijftig jaar geleden was dat vaak vanwege pijn. Pijn in het hoofd, of ergens in het lijf – pijn.”

Seizoensklachten

In de loop van de jaren veranderde dat. Van der Molen: “Luchtwegklachten kwamen aan het einde van de vorige eeuw erg op. Snotneuzen, hoesten, astma… En we zien nu weer een verandering. Mensen worden steeds ouder, en krijgen dan te maken met klachten aan het bewegingsapparaat, dus de spieren en gewrichten.”

“Huisartsen zien veel verdriet. Met een huisarts kun je delen wat je met anderen niet kan delen”

Klachten veranderen daarnaast ook per seizoen – “Van allergische klachten in het voorjaar en de zomer tot bronchitis en verkoudheid in de herfst en de winter” – en zelfs per dag van de week: “Op maandagochtend zien we veel verstuikte enkels.”

Huisartsen zien veel verdriet

En dan zijn er ook de jonge kindjes met koorts, of oortjes die moeten worden uitgespoten. De ouderen voor een controle van de bloeddruk, bloedsuiker of cholesterol. De mensen met verdriet.

“Huisartsen zien veel verdriet. Met een huisarts kun je delen wat je met anderen niet kan delen”, zegt Van der Molen. “Wist je dat een huisarts gemiddeld tachtig procent van zijn tijd besteedt aan twintig procent van zijn patiënten? En dat is goed. Iedereen moet de aandacht en de tijd krijgen die hij of zij nodig heeft.” 

Verborgen hulpvragen

Dat geldt ook voor mensen die ongerust zijn, zegt hij. “Vaak hebben patiënten een verborgen hulpvraag. En zolang je die niet boven water hebt, zolang je die niet hebt beantwoord, heb je de patiënt niet goed geholpen. Je kunt iemand met buikpijn maagzuurremmers voorschrijven en naar huis laten gaan. Maar als diegene eigenlijk bang is dat hij kanker heeft, dan help je hem daar niet mee.”

Mensen halen zich nu eenmaal de raarste dingen in het hoofd – al dan niet geholpen door een hypochondrisch aangelegde kennis of de zoekresultaten van Google. “Je moet er achter komen wat mensen echt willen vragen.”

Ga op zoek

Van der Molen leert het zijn studenten ook. “En dan niet op de man af vragen: wat denkt u er zelf van? Want dan klappen mensen dicht. Geef mensen een beetje ruimte. Vraag: ‘Wat wilt u erover vragen?’ en ga op zoek naar wat ze echt willen weten, of waar ze bang voor zijn.”

De computer doet op een veilige en gefundeerde manier de diagnose en de huisarts komt in beeld als het moeilijk wordt.

Een huisarts moet de tijd nemen voor de patiënten; voor het verdriet, de angst en al die verborgen vragen, vindt Van der Molen. Terwijl ondertussen de werklast van de huisarts groeit.

“Er is een enorme verschuiving geweest van specialistische zorg naar de huisarts, omdat technische ontwikkelingen het monitoren van ziektes gemakkelijker heeft gemaakt.”

Hij voorziet dat die verschuiving de komende jaren doorgaat. En dat die de huisarts niet alleen tijd zal kosten, maar ook besparen.

Recept uit de printer

“Vooral voor patiënten die symptomen herkennen kan er veel veranderen. Bijvoorbeeld: de eerste keer dat je blaasontsteking hebt, weet je misschien niet dat het blaasontsteking is. Je vraagt een familielid, een vriend of vriendin, je zoekt op google en gaat naar de huisarts voor onderzoek, waar je een recept krijgt. Maar als je later opnieuw dezelfde klachten krijgt, dan weet je: ik heb blaasontsteking. Moet je dan wel opnieuw naar de huisarts? Of word je net zo goed geholpen als je inlogt op de website van de huisarts, daar een vragenlijst invult, een recept uitprint en naar de apotheek gaat?”

Of dat patiënten met astma of COPD een vragenlijst kunnen invullen over de soort, mate en ernst van hun klachten, en op basis daarvan een diagnose en behandelplan krijgen. Een van de promovendi van Van der Molen, Esther Metting, heeft onderzoek gedaan naar deze mogelijkheid en heeft een beslisboom gemaakt op basis van ruim 20.000 beslissingen van longartsen.

Artsen moeten kritisch blijven

“Het gaat om beslissingen waar alle longartsen het over eens zijn, gebaseerd op longfunctietests en vragenlijsten. Wanneer een patiënt daar de klachten in invult, krijgt hij te zien: ‘86 procent van de longartsen vindt dat u op basis van deze gegevens astma heeft’. Met die informatie kan een patiënt verder, al of niet in samenspraak met de huisarts.”

Nee, Van der Molen pleit niet er niet voor dat computers de zorg beheersen. “Artsen moeten kritisch blijven en blijven luisteren naar hun patiënten. Maar computers kunnen wel ondersteunen, dat scheelt tijd en geld en de zorg wordt er beter van.”

Immers, zegt Van der Molen: “Deze manier van diagnose is heel transparant. Alle vragen worden gesteld en beide partijen weten wat er is gevraagd én is geantwoord. Nu krabbelt een arts iets in een dossier en wordt er niet vastgelegd wat er tijdens een spreekuur allemaal is gezegd.”

Consumentgedreven zorg, noemt Van der Molen dit. “Enorme stap voorwaarts.” De computer doet op een veilige en gefundeerde manier de diagnose en de huisarts komt in beeld als het moeilijk wordt. Bij nieuwe klachten, bij angst, bij verdriet. “Zo is er dus meer tijd voor de mensen die echt de aandacht nodig hebben.”

De top 10 van 2014
Een artikel dat begint met de vraag Wat zijn eigenlijk de meest voorkomende klachten waarmee mensen naar de huisarts gaan? eindigt, natuurlijk, met het antwoord daarop*.
1. Verkoudheid en/of keelpijn
2. Blaasontsteking
3. Overmatig oorsmeer
4. Eczeem
5. Buikpijn
6. Schimmelinfectie
7. Moeheid / zwakte
8. Hoesten
9. Knieklachten
10. Hoge bloeddruk
* Deze top 10 komt uit het jaarverslag 2014 van het Registratie Netwerk Groningen (RNG), onderdeel van de afdeling Huisartsengeneeskunde van het UMCG.

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.