Een kast vol slimme uitvindingen

, door Marjolein te Winkel
foto: Henk Veenstra

Iedereen die het kantoortje van Wolter de Goede binnenloopt, ziet meteen de vitrinekast. Niet dat de kast nou zo bijzonder is, maar wat er op de vier etages in de kast staat uitgestald, trekt de aandacht. 

171010_beeld_schedel.jpgEen 3D-geprinte schedel, bijvoorbeeld, en een onderkaak uit de 3D-printer.

Of de zaagmal, die op een bot vastgezet kan worden. Gemaakt op verzoek van een orthopedisch chirurg. Die opereert mensen met botkanker en heeft daarvoor een instrument nodig om heel nauwkeurig, onder precies de juiste hoek, een stuk ziek bot te kunnen verwijderen, en net zo nauwkeurig een precies passend stuk gezond bot te zagen om op de plek van het verwijderde bot te kunnen plaatsen.

Een uniek beroep

Voor een dergelijk verzoek gaat zo’n chirurg naar de Research Instrumentmakerij van het UMCG. Naar Wolter de Goede, hoofd van de afdeling, en zijn team van acht instrumentmakers, die op maat gemaakte apparatuur ontwikkelen voor wetenschappelijke en medische innovatie. 
 
Een uniek beroep hebben ze. Nog maar weinig mensen worden opgeleid tot instrumentmaker. Toen De Goede in ’74 zelf begon met zijn werk, had elke faculteit van de universiteit nog een eigen instrumentmakerij. Een stuk of veertig collega’s had hij, op de werkplaats bij algemene natuurkunde en, vanaf 1998, bij de medische faculteit.

Een inhalator die antibiotica in poedervorm bevat, die zeer efficiënt is, gemakkelijk in het gebruik en goedkoop in productie.

De computer heeft veel overgenomen, ook in het doen van onderzoek. Dat gaat ten koste van het werk van De Goede en zijn team. Maar, terugloop of geen terugloop, er is nog altijd werk genoeg, ongeveer 650 klussen per jaar.

Onderzoekers, zorgverleners, docenten: iedere medewerker van het UMCG kan met een verzoek – een klus, noemt hij het - bij de Research Instrumentmakerij komen.

De Goede loopt naar een ruimte met in het midden een grote, houten tafel met plek voor tien mensen. “Hier drinken we koffie, en hier”, wijzend naar de lange werkbank aan de rechtermuur met daarop vijftien blauwe bakken met papier, “verdelen we het werk”.

Elke aanvraag komt in een blauwe bak terecht, en krijgt een verantwoordelijke toegewezen. De ‘man van de week’ neemt de kleine klusjes op zich, zoals, net binnengekomen: het graveren van de naam van de docent van het jaar op een plaatje.

Wegwerpinhalator

Maar het vakmanschap van de mannen – “Er heeft hier ook wel eens een vrouw gewerkt hoor, maar de meesten zijn nou eenmaal mannen” – komt pas echt tot zijn recht bij de meer uitdagender klussen, die weken, soms maanden, en in sommige gevallen zelfs jaren kunnen duren.

Neem de wegwerpinhalator, waarvan diverse prototypes in de vitrinekast in het kantoor van De Goede uitgestald zijn. Tien jaar geleden kwam er een verzoek van de afdeling farmacie om een wegwerpinhalator te ontwikkelen voor patiënten met taaislijmziekte. Een inhalator die antibiotica in poedervorm bevat, die zeer efficiënt is, gemakkelijk in het gebruik en goedkoop in productie.

171010_beeld_inhaler.jpgNa jaren van ontwikkelen en vele prototypes verder, was er een kleine, eenvoudige inhalator. Drie plastic plaatjes en een zuigmondje. Tussen de gladgefreesde plaatjes – “Poeder blijft achter elk minuscuul hobbeltje hangen” – zit het medicijn. De gebruiker trekt een lipje weg waardoor het poeder vrijkomt, inhaleert het medicijn, en gooit de inhalator vervolgens weg om eventuele resistentievorming te voorkomen.

Het ontwerp is uitgegroeid tot een gepatenteerd product, de Twincer, dat in Roden wordt geproduceerd en inmiddels voor verschillende poedermedicatie gebruikt kan worden.

Orgaanperfusie

Ook een groot succesverhaal is die over de orgaanperfusiesystemen. De research instrumentmakers ondersteunden ruim twaalf jaar geleden twee promovendi bij het ontwikkelen van de eerste prototypen deze machines, die de kwaliteit van donorlevers behoudt en verbetert. Inmiddels zijn er voor meerdere donororganen dergelijke apparaten ontwikkeld. Het UMCG opende in 2015 de eerste orgaanperfusiekamer Nederland. En de samenwerking gaat door: een van de instrumentmakers werkt aan een nieuw prototype.

De Goede benadrukt: dergelijke langdurige samenwerkingen, van vele jaren, zijn prachtig om aan mee te werken, maar slechts een deel van het werk wat de instrumentmakers doen.

“Soms komen onderzoekers of zorgverleners met een heel specifieke vraag of een specifiek idee naar ons”, zegt De Goede. “Dan hebben ze zelf al een schets gemaakt waar we zo mee aan de slag kunnen. Of ze hebben zelf al iets in elkaar gezet in hun eigen schuurtje, waar wij ze verder mee kunnen helpen”, zegt hij, wijzend naar de hoek van de tafel in zijn kantoor, waar een plastic buis staat die op een plaat is gemonteerd. “Daar wil een onderzoeker een onderwatertest mee doen. Of wij kunnen helpen de boel waterdicht te maken.”

Leren een kies boren

“Zie je rood, dan boor je in de wortel en doe je je patiënt pijn.”

Maar vaak genoeg krijgen de instrumentmakers alleen een probleem voorgelegd, waar de opdrachtgever nog geen oplossing voor heeft gevonden. De Goede pakt een paar kleine plaatjes uit zijn kast en vertelt: “Alle studenten tandheelkunde leren in hun eerste jaar hoe ze moeten boren. Dat deden ze altijd op kiezen van kunststof. Maar die kiezen zijn duur en kunnen maar een keer gebruikt worden. Bovendien: die eerstejaars moeten het nog echt leren. Dus het gaat er niet om dat ze al heel precies leren een kies te boren, het gaat om basisvaardigheden.”

Zonde dus, om daar dure kunststofkiezen voor te gebruiken, vonden de opleiders. Kunnen jullie een alternatief verzinnen, was daarom de vraag aan de instrumentmakers. Ze ontwikkelden een kunststof plaatje met gegraveerde vlakjes in verschillende vormen en van verschillende groottes.

171010_beeld_boor-oefening.jpg“Het plaatje kun je vastklikken op de boven- of onderkaak van een fantoomhoofd, waar studenten tandheelkunde op oefenen. De studenten kunnen hierop oefenen met boren. De plaatjes hebben twee laagjes: een zwarte en een rode. Zo leren ze om niet te diep te boren. Zie je rood, dan boor je in de wortel en doe je je patiënt pijn. En als ze alle vlakjes hebben weggeboord, kun je het plaatje vervangen.”

De oefenplaatjes worden inmiddels door alle eerstejaars studenten gebruikt. De Goede schat dat er zo’n 1300 plaatjes per jaar doorheen gaan. “Als je iets maakt, dan wil je dat het goed werkt. We houden altijd contact met de opdrachtgevers, want het is doodzonde als iets waar je maanden mee bezig bent geweest niet goed blijkt te zijn en ergens in een kast blijft liggen.”

171010_beeld_kast.jpg
 

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.