Een kleine revolutie in nierfalenonderzoek

, door Marjolein te Winkel
foto: Shutterstock

Onderzoek naar het voorkomen en behandelen van nierfalen ligt achter op medische vakgebieden als oncologie en cardiologie. Een doorn in het oog van UMCG-nefroloog Ron Gansevoort. Kan dat niet anders, vroegen hij en zijn collega’s uit de hele wereld zich af. Zij deden gezamenlijk onderzoek en kwamen tot de conclusie dat het inderdaad anders – beter – kan. “We zijn een kleine revolutie gestart, waarvan de resultaten over een paar jaar zichtbaar zullen zijn.”

Een dokter kan met eenvoudige tests chronisch nierfalen vaststellen. Maar in de behandeling van nierfalen en het voorkomen van ernstige nierschade is nog veel te winnen. Toch wordt er relatief weinig onderzoek gedaan naar medicijnen die nierfalen kunnen voorkomen of behandelen. 

De reden: bij onderzoek naar nierfalen moet de werking van de nieren van een patiënt met ruim vijftig procent afnemen ten opzichte van de nierfunctie aan het begin van het onderzoek. “Dus wanneer een persoon met een nierfunctie van 60 procent deelneemt aan een onderzoek, moet de nierfunctie afnemen naar 30 procent gedurende het onderzoek”, legt Gansevoort uit.

Deze grens, ook wel het eindpunt in een onderzoek genoemd, is in de jaren tachtig van de vorige eeuw vastgesteld en vormt een groot probleem voor het doen van onderzoek naar nierfalen, vindt Gansevoort. “Halvering van de nierfunctie gaat niet zo snel. Sterker nog: dat kan jaren duren. Goed onderzoek doen duurt daarom erg lang, of je moet een heel grote groep mensen volgen. Dat maakt onderzoek naar nierfalen ontzettend kostbaar en ingewikkeld, en dus onpopulair bij de farmaceutische industrie.”

Met 30 procent afname ook betrouwbaar​​​

Dus kwam de roep om een nieuw eindpunt. Te meer omdat de ooit vastgestelde halvering min of meer uit de lucht gegrepen was, en niet op wetenschappelijke bewijzen was gestoeld. Het was dus zaak om een nieuw eindpunt te definiëren, eentje die wél gebaseerd is op wetenschappelijk bewijs en dat onderzoek naar nierfalen stimuleert in plaats van tegenhoudt. 

“Onderzoeken zijn gemakkelijker uitvoerbaar, zijn van kortere duur of in minder grote aantallen. Dit is van groot belang voor nierpatiënten, want uiteindelijk kan meer onderzoek leiden tot een betere behandeling van nierpatiënten.”​

In een wereldwijd consortium met collega-nefrologen onderzocht Gansevoort eerdere studies en berekende hij wat de resultaten van die studies waren geweest als de nierfunctie van de onderzochte patiënten met 30 procent was afgenomen in plaats van met de helft. De conclusie: met 30 procent afname van de nierfunctie kan ook zeer betrouwbaar onderzoek gedaan worden.

Gansevoort en consorten publiceerden in de afgelopen maanden diverse artikelen die het eindpunt van 30 procent in onderzoek naar nierfalen onderbouwen. Met dit nieuwe eindpunt kunnen grotere studies gedaan worden en neemt de kracht van een onderzoek toe. 

“De farmaceutische industrie is hiermee veel meer geneigd om onderzoek te starten”, zegt Gansevoort. “Onderzoeken zijn gemakkelijker uitvoerbaar, zijn van kortere duur of in minder grote aantallen. Dit is van groot belang voor nierpatiënten, want uiteindelijk kan meer onderzoek leiden tot een betere behandeling van nierpatiënten.”

Nieuwe onderzoeksmogelijkheden​

Gansevoort hoopt dat deze doorbraak leidt tot onderzoek naar betere manier om nierfalen vroeg te kunnen vinden. “De diagnose stellen kunnen we. En we weten dat er bepaalde risicofactoren zijn, zoals een hoge bloeddruk en diabetes. Maar de meeste mensen krijgen pas echt klachten als de nierfunctie nog maar 30 of 20 procent is. Daarvoor hadden ze misschien wel wat vage klachten, maar geen klachten waarbij je meteen aan nierschade denkt. Ik denk dat we met de nieuwe onderzoeksmogelijkheden onder meer hierin grote stappen kunnen maken.”

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.