Een scala aan tests en prikjes

, door Ellis Ellenbroek
foto: Henk Veenstra

Dit najaar is het precies vijftig jaar geleden dat de biobank Vlagtwedde-Vlaardingen tot stand kwam, het eerste grootschalige bevolkingsonderzoek van het UMCG. De gegevens mondden uit in een databank vol kennis over de respiratoire gezondheid in Nederland gedurende 25 jaar, waar nog altijd gebruik van wordt gemaakt – al zal het eigentijdse LifeLines hem in de toekomst vervangen.​

Als hij me door de ziekenhuisgangen naar de uitgang loodst – het UMCG blijft een doolhof – staat Bart Scheerder stil bij de ongelooflijke aantallen noorderlingen die telkens belangeloos meedoen aan grote medische onderzoeken. Het UMCG boft er maar mee.

Neem Prevend, de longitudinale studie naar de impact van teveel van het stofje albumine in de urine. Tachtigduizend mensen kregen de vraag of ze hun plas wilden inleveren, 41 duizend deden het. Om nog maar te zwijgen over het actuele gezondheidsonderzoek LifeLines. Daarvoor komen op de kop af maar liefst 167.729 deelnemers periodiek naar een van de onderzoekslocaties, omwille van de wetenschap.
Klopte het dat Groningers uit Vlagtwedde gezondere longen hebben dan Vlaardingers, onder de rook van de Rotterdamse industrie?  
Bart Scheerder is senior consultant biobanking van het UMCG. Een biobank is een database met gegevens en lichaamsmateriaal, definieert hij. Het UMCG is groot in biobanken die doorgaans onderdeel zijn van langjarige studies. Sommigen noemen Groningen de Europese, of zelfs wereldwijde biobankhoofdstad.

Onderzoekers gaven hun biobanken de mooiste namen. Zo is er TRAILS, gestart in 2000, een onderzoek naar volwassenwording, GIANTT, gestart in 2004, over diabetes, en GECKO uit 2006, met overgewicht bij Drentse kinderen als thema. Het megaonderzoek LifeLines over drie generaties en gezond ouder worden is de jongste loot aan de stam.

Happenings in het dorpshuis van Sellingen​​

Dit najaar is het precies vijftig jaar geleden dat de eerste biobank tot stand kwam, Vlagtwedde-Vlaardingen. Een mooi moment voor een verhaal. Vlagtwedde-Vlaardingen was een idee van hoogleraar epidemiologie Roelof van der Lende (1926-2014). Hij wilde weten of het klopte dat Groningers uit Vlagtwedde gezondere longen hebben dan Vlaardingers, onder de rook van de Rotterdamse industrie. 8465 volwassenen deden mee. Tussen 1965 en 1990 werden ze eens in de drie jaar gemeten, telkens in oktober. Dat waren hele happenings. In het dorpshuis van Sellingen en een school in Vlaardingen trokken de deelnemers langs tafeltjes voor een scala aan tests en prikjes.

Vandaag de dag beheert epidemioloog Judith Vonk, samen met vakgenoot en hoogleraar Marike Boezen het cohort Vlagtwedde-Vlaardingen. Het kreeg de koosnaam VlaVla. Vonk: “Ik schrijf soms ook Vlw-Vld - Vlagtwedde voorop, want we zitten natuurlijk wel in Groningen.” Wat er te zien is van het cohort, wil ik weten. Vonk neemt me mee langs een paar achterafkamertjes vol archiefkasten die uitpuilen van metingen en vragenlijsten. Veel is gedigitaliseerd, maar nog niets is weggegooid. “Soms kom je in de digitale database iets tegen waarvan je denkt: dat klopt eigenlijk niet. Dan gaan we toch weer even terug naar het papier.”

Er is zelfs nog oud serum. In glazen buisjes met een stukje hansaplast en een stempeltje daarop, ergens in de krochten van het ziekenhuis, te ver weg om te bekijken. Vonk: “We denken dat we daar misschien microRNA uit kunnen halen.”

Een databank vol kennis​

De VlaVla-gegevens vormden de basis voor een flinke stapel proefschriften, wel twintig tot dertig schat Judith Vonk. De veronderstellingen van Van der Lende kwamen niet uit, de longen van de Groningers bleken niet aantoonbaar gezonder dan die van de Vlaardingers. 

Maar VlaVla mondde wel uit in een databank vol kennis over de respiratoire gezondheid in Nederland gedurende 25 jaar. De relatie tussen longaandoeningen en roken kon ermee worden aangetoond, en de relatie tussen de longkwaal cara en armoede. De gegevens worden nog steeds gebruikt. 

Afgelopen september promoveerde de Iraanse Niloofar Taghizadeh op een onderzoek naar risicofactoren voor sterfte aan de vier meest voorkomende vormen van kanker (long-, dikke darm-, prostaat- en borstkanker). Zij gebruikte daarvoor sterftecijfers uit VlaVla. Een andere vondst van recente datum is dat werken met pesticiden veel slechter voor de longen is dan werd gedacht.

VlaVla mondde uit in een databank vol kennis over de respiratoire gezondheid in Nederland gedurende 25 jaar

​“Er komen steeds nieuwe vragen’’, merkte Vonk. Bovendien wordt het VlaVlacohort gebruikt om vindingen uit LifeLines te vergelijken. Maar de eerlijkheid gebiedt Vonk wel te zeggen dat het eigentijdse LifeLines, waarbij zij ook betrokken is, straks VlaVla als bron wel zal vervangen.

​LifeLines, dat als bv feitelijk los staat van het UMCG, is met het ziekenhuis samen het Biobank Knowledge and Expertise center gestart, afgekort BiKE. Buiten de stad, op industrieterrein Eemspoort, werd een megaopslagruimte vol grote vriezers neergezet. Zo’n zesenhalf miljoen buisjes met lichaamsmateriaal van LifeLines-deelnemers staan er al, bedoeling is ook  materiaal uit de andere biobanken daar heen te brengen. Ook het serum van VlaVla. Scheerder: “Als dat kwalitatief nog goed genoeg is tenminste.”

Volksgezondheid monitoren in Iran​

Als consultant biobanking is een van Scheerders taken het borgen van ieders expertise. Dat wil zeggen dat alle werkzaamheden niet ieder-voor-zich zijn, maar onder de organisatieparaplu vallen. Zeker voor onderzoekstrajecten van tientallen jaren is dat een must. Scheerder: “Als jij als promovendus onderzoek komt doen voor het UMCG, dan creëer je niet een eigen datasetje, maar óns datasetje.”

Scheerder is net terug van bezoeken aan Iran en Japan. In Iran bezocht hij onder meer een biobank nabij de universiteitsstad Tabriz. De bank werd opgericht om de volksgezondheid te monitoren bij een opgedroogd meer, waardoor het zoutgehalte in de lucht ongezond hoog is geworden. In Japan was Scheerder in Sendai, in maart 2011 getroffen door een tsunami die de kernreactoren van Fukushima vernielde. Ook daar moet een biobank de gezondheid van omwonenden volgen. De Groningse expertise in het opzetten van biobanken is internationaal van waarde, zegt Scheerder. 

Een waanzinnige hoeveelheid wetenschap​​

Ook de data zelf houdt Groningen niet voor zichzelf. Iedereen met een gefundeerde wetenschappelijke vraag heeft toegang en hoeft dus niet zelf op data uit te gaan of peperdure opslagcapaciteit te bouwen. Scheerder: “Op wat wij hier verzamelen kun je een waanzinnige hoeveelheid wetenschap loslaten.” Het mooie van de Groningse gegevens is daarbij dat het stabiele materie is. Scheerder: “De meeste mensen die hier komen wonen blijven hier wonen. En de meeste mensen die hier al woonden vertrekken niet. Dat maakt Noord-Nederland een interessante en degelijke proeftuin.”

De vraag brandt op de lippen: Was Rudolf van der Lende met zijn VlaVla nou de ontdekker van de kip met de gouden eieren? Judith Vonk en Bart Scheerder zijn allebei te jong om de eerste ‘biobankier’ gekend te hebben, maar Judith Vonk denkt dat hij aansloot bij een tendens die wereldwijd op gang kwam. 

Bart Scheerder vindt Van der Lende zeker een pionier. Maar het was pas later dat het biobanken echt populair werd. De tweede grote database, Prevend, werd immers pas zeven jaar na het afsluiten van VlaVla geopend. Daarna ging het snel, stelt Scheerder. En nu heeft Groningen een naam gevestigd. Die naam straalt ook af op de regio, dat is het mooie. “LifeLines levert hooggekwalificeerde banen op. Dat geeft een hoop positieve exposure en zet Noord-Nederland echt op de wereldkaart.”  ​

H​​​oe ging dat vijftig jaar geleden precies in zijn werk? Daar zijn gelukkig nog beelden van!

 

​​​​Meer informatie over LifeLines​ 

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.