"Effectiviteit van middelen tegen depressie en angststoornissen overschat"

, door Helma Erkelens
foto: UMCG

De effectiviteit van middelen tegen depressie en angststoornissen wordt overschat. De oorzaak: onderzoek dat bewijst dat patiënten baat hebben bij een bepaald medicijn haalt veel vaker een wetenschappelijk tijdschrift dan onderzoek dat zo’n positief effect niet of nauwelijks kan aantonen. Terwijl die onderzoeken er wel zijn. Dat concludeert epidemioloog Ymkje Anna de Vries in haar proefschrift. Ze ontving er onlangs twee prijzen voor.

Onder druk van de farmaceutische industrie zoeken wetenschappers de grenzen op van de wetenschappelijke integriteit, stelt De Vries. “Geneesmiddelen die niet of weinig worden voorgeschreven, zijn voor de farmaceutische industrie weggegooid geld. Het gaat om miljarden. Het belang bij positieve publicaties is dus enorm, want dokters baseren hun keuze voor een bepaald middel op wetenschappelijke publicaties. Daarom wordt hun een te positief beeld voorgehouden.”

Daar komt nog eens bij dat positieve uitkomsten drie keer zo vaak geciteerd worden, waardoor ze nóg meer opvallen. De Vries noemt het ‘bias in de wetenschap’, vertekening. Soms vindt ze het ronduit gesjoemel. “Dan zag ik dat een studie in ongepubliceerde vorm een negatieve uitkomst had, maar bij publicatie ronduit positieve uitkomsten liet zien.”

Medicijnen en placebo’s

Onderzoek naar de effectiviteit van medicijnen is streng gereguleerd. Patiënten moeten altijd toestemming geven voor deelname aan een studie. De helft krijgt het nieuwe middel, de andere helft krijgt een pil zonder werkzame stoffen, een zogeheten placebo.

De patiënten en arts-onderzoekers weten tijdens het onderzoek nooit wie wat krijgt, maar het beloop van de ziekte wordt nauwkeurig bijgehouden. Na afloop van het onderzoek wordt zichtbaar wie het nieuwe medicijn hebben gehad, en dan zou het effect van het middel statistisch glashelder moeten zijn.

Moeilijk aantoonbaar

En dat blijkt nou juist bij antidepressiva erg lastig. Want om bewezen effectief te zijn, moet de uitkomst wél onder de statistisch magische grens ‘P is kleiner dan 0,05’ liggen. Alles hoger dan die waarde berust op toeval.

“Voor medicijnen tegen depressie en angst blijkt het heel moeilijk om die magische grens te halen omdat we nog zo weinig weten over de mechanismen die angst en depressie veroorzaken”, zegt De Vries. “Bij onderzoek naar dit soort middelen ligt bias dus eerder voor de hand. Vanwege die grote financiële belangen.”

Toegelaten middelen

Alle 140 studies – negatieve en positieve - die De Vries tegen het licht hield, betreft geneesmiddelen tegen angst en depressie die zijn toegelaten door de gezaghebbende Food and Drug Administration (FDA) van de Verenigde Staten. Om toegelaten te kunnen worden tot de markt zijn er ten minste twee positieve studies nodig.

“De farmaceutische industrie stelt het mooier voor dan het is”

“De effectiviteit van de middelen tegen angst en depressie is relatief bescheiden, maar dat wil niet zeggen dat ze voor niemand werken. Ook zijn ze in elk geval veilig bevonden”, zegt De Vries. Dat stelt gerust.

De FDA gaat niet over publicaties in wetenschappelijke tijdschriften. Wetenschappers bepalen zelf of ze een studie aanbieden voor publicatie of niet. De Vries vermoedt dat onder druk van de farmaceutische industrie negatieve studies ‘onder de pet’ worden gehouden of uitkomsten worden verdraaid. Alleen wie heel goed zoekt kan de echte resultaten vinden, bijvoorbeeld via documenten van de FDA.

Vertekening uitbannen

Gelukkig gebeuren er ook goede dingen. “Veel wetenschappelijke tijdschriften eisen tegenwoordig dat je je studie op een openbare website moet registreren voordat je begint. Daarin omschrijf je nauwkeurig waarvoor je bewijs wilt vinden en hoe je dat gaat doen. Dat verplicht je niet om te gaan publiceren, maar zo kan je onderzoeksresultaten achteraf veel moeilijker bijkleuren.”

Een andere positieve ontwikkeling is dat de FDA onderzoekers sinds kort verplicht om al hun resultaten op internet te zetten. Het is geen perfecte oplossing, vindt De Vries. “Want welke dokter die zijn patiënt iets wil voorschrijven gaat op internet zoeken in niet-gepubliceerde onderzoeken? Dat is enorm tijdrovend, terwijl je het ook in gerespecteerde tijdschriften als JAMA of The Lancet kunt opzoeken.”

De toekomst

De Vries kreeg voor haar onderzoek de Tekke Huizingaprijs, een aanmoedigingsprijs voor jonge Groningse onderzoekers. “Ik vermoedde dat er iets gaande was, maar wat, dat wist ik niet. Mijn promotor had het geheim moeten houden maar hij kan niet zo heel goed liegen. Hij vroeg of ik meeging naar een afspraak. Later vroeg ik met wie eigenlijk? Ehmmmm…. was het antwoord.” Dat ze in de running was voor de Van Swinderenprijs van het Koninklijk Natuurkundig Genootschap, wist ze wel. Ook die heeft ze inmiddels binnen.

Verder speuren

Met onderzoek naar de werking van antidepressiva is ze nu wel klaar, vindt ze. Ze richt haar blik nu onder andere op medicatie bij ADHD. “Op de korte termijn werkt dat heel erg goed. Bijna alle studies geven positieve resultaten, dan heb je niet echt iets te verbergen. Maar als je er een beetje beter naar kijkt, zie je dat de FDA vaak nog wel wat zorgen heeft, bijvoorbeeld over de veiligheid van de middelen. En dat vind je niet in publicaties terug.”

De Tekke Huizingaprijs gaat ieder jaar naar het beste proefschrift van het UMCG. De van Swinderen Prijs 2018 gaat jaarlijks naar de beste proefschriftpresentatie van onderzoekers die cum laude zijn gepromoveerd.

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.