Elke patient is anders, elke depressie is anders

, door Marjolein te Winkel

Depressies zijn er in veel soorten en maten, en een depressie kan op verschillende manieren worden behandeld.  Als je vooraf weet met welk ‘type’ depressie iemand kampt, weet je ook beter welke behandeling het beste past, redeneerde UMCG-onderzoeker en psychiater-in-opleiding Hanna van Loo. Ze onderzocht hoe depressies beter kunnen worden voorspeld.  

Al toen ze als student geneeskunde een coschap op de afdeling psychiatrie liep, vielen haar de vele verschillen in depressie op: verschillen in symptomen, in hoe vaak en hoe lang iemand ziek is – elke patiënt is anders.

15 tot 20 procent van de mensen  krijgt in zijn leven een depressie. Van die groep mensen is ongeveer de helft één keer depressief en daarna niet meer. Ongeveer 20 procent is de hele tijd – chronisch – depressief. En zo’n 30 procent is op en af wel en niet depressief – episodisch, noemen we dat.

Een enorme variëteit

Om een depressie bij iemand vast te stellen, zijn negen symptomen vastgelegd, zoals een sombere stemming, nergens zin in hebben en slapeloosheid. Heb je vijf van de negen kenmerken, dan krijg je de diagnose depressie.

“Ik berekende dat er 227 verschillende combinaties van symptomen zijn”, vertelt Hanna van Loo. “En dan heb ik het nog niet eens over hoe lang iemand al ziek is, of hoe ernstig. Er zit, kortom, een enorme variëteit in depressie. En er zijn grote verschillen tussen patiënten met depressie.”

Vooraf meer weten

Al die verschillen vond ze zo interessant, dat ze na haar studie koos voor een specialisatie tot psychiater. Tegelijk met haar opleiding tot psychiater begon Van Loo aan haar promotieonderzoek. “Ik vroeg me af of je de mate van depressie kunt voorspellen, en bij wie het bij één depressie blijft en bij wie de depressie terugkeert.”

Want weet je dat vooraf, dan weet je ook beter hoe je mensen moet behandelen. “Kies je voor medicatie, of wacht je daar liever mee omdat het een milde depressie is die vanzelf overgaat? Met andere woorden: hoe kun je vooraf beter weten wat je mensen met een depressie kan bieden?”

Uit een database met de gegevens van ruim achtduizend mensen uit verschillende landen die zijn geïnterviewd over hun mentale gezondheid onderscheidde Van Loo verschillende factoren die van invloed zijn op de mentale gezondheid. Omdat de mensen voor een langere tijd werden gevolgd, kon ze ook nagaan hoeveel ‘voorspellende waarde’ de factoren hebben.  

Angst is een sterke voorspeller

“Er wordt vaak alleen gezocht naar mensen die dezelfde symptomen hebben. Maar symptomen op zich blijken niet zoveel voorspellende waarde te hebben voor de beste behandeling. Daarom heb ik ook naar de voorgeschiedenis van patiënten gekeken, en naar het beloop van de ziekte gekeken. Is iemand eerder depressief geweest? Hoe oud was die persoon toen? Hoe oud is hij nu? Wat heeft hij meegemaakt in zijn leven? Op basis van al die informatie kon ik subtypes vinden om betere classificaties te maken.”

Angst bleek bijvoorbeeld een sterke voorspeller. “Als je erg angstig bent, heb je meer risico om opnieuw depressief te worden. Ook als familieleden aan depressie lijden heb je een groter risico, en als je veel ellende hebt meegemaakt, of grote financiële problemen hebt.”

Prijzenwinnend proefschrift

Op basis van al die informatie omschreef ze drie subtypes van depressie: één met een mild beloop, een matig beloop en een ernstig beloop. Ze omschreef deze subtypes in haar proefschrift, waarop ze in juni 2015 cum laude op promoveerde en waarvoor ze diverse prijzen kreeg.

Zo werd het proefschrift werd uitgeroepen tot het beste proefschrift van de Medische Faculteit en vervolgens tot beste proefschrift van de Rijksuniversiteit Groningen. Van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie kreeg ze de Ramaermedaille, een tweejarige wetenschapsprijs voor de meest verdienstelijke bijdrage op het gebied van de psychiatrische wetenschap.

Van Loo kreeg bovendien een Mandema-stipendium, een beurs van het UCMG waarmee jonge onderzoekers ondersteund worden om eigen onderzoek op te zetten. Dit gaf haar de mogelijkheid om na de resultaten van haar promotieonderzoek verder te onderzoeken. Dat deed ze vorig jaar aan de Amerikaanse Virginia Commonwealth University en nu in het UMCG, met als doel de juiste behandeling te vinden voor elke patiënt.

De subtypes van Van Loo zijn bedoeld om de arts te ondersteunen in de keuze voor de beste behandeling, en niet ter vervanging van de kennis en kunde van de arts, benadrukt Van Loo. “Elke arts wil het beste voor de patiënt. Wat zou het dan fijn zijn als we nog beter vooraf al weten wat de beste behandeling voor iemand is.”

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.