Experimentele gentherapie voor patiënten met zeer zeldzame erfelijke ziekte

, door Theone Joostensz
foto: Henk Veenstra

Boelo Boelens (23) en Rowan ten Have (32) hebben GSD-1a. Dat is een extreem zeldzame erfelijke suikerstofwisselingsziekte die levensgevaarlijk is als ze zich niet aan een zeer strikt dieet houden. Onlangs kregen ze, als eerste GSD-1a-patiënten in Europa, een experimentele gentherapie toegediend in het UMCG. “Mijn leven wordt met deze therapie hopelijk wat makkelijker.” 

GSD staat voor Glycogen Storage Disease, een verzameling glycogeenstapelingsziekten waarvan type 1a een van de varianten is. Patiënten met GSD-1a missen het belangrijkste enzym dat voor de afbraak zorgt van glycogeen in de lever.

Glycogeen is onze energievoorraad; de vorm waarin de koolhydraten (suikers) die we eten worden opgeslagen  in, onder andere, de lever. Als we energie nodig hebben, dan breekt voornamelijk de lever glycogeen af tot glucose. Via de bloedbaan worden de suikers vervoerd naar de cellen die ze vervolgens opnemen en gebruiken als energiebron.  

Bij mensen met GSD-1a werkt de glycogeenafbraak niet. Daardoor zijn ze sneller moe en lopen ze voortdurend risico op een te laag bloedsuikergehalte. Dat is erg gevaarlijk omdat glucose de enige bron van energie is voor de hersenen. Een ‘hypo’ (hypoglykemie is de medische term voor te weinig glucose in het bloed) kan tot bewusteloosheid leiden en zelfs tot epileptische aanvallen, coma en acuut overlijden als er niet snel wordt ingegrepen.

Toverbal

“Patiënten met GSD-1a moeten er dag én nacht voor waken dat hun bloedsuikergehalte niet te laag wordt”, zegt Terry Derks, kinderarts metabole ziekten bij het UMCG.

“Deze mensen leven bij de klok; ze moeten om de paar uur eten, ook ’s nachts. Daarbij moeten ze zich houden aan een streng koolhydraatarm dieet waarvan rauwe maïzena het hoofdbestanddeel is. Maïszetmeel bevat namelijk complexe koolhydraten die heel langzaam vrijkomen in de darm en vervolgens richting het bloed gaan, waardoor de bloedsuikerwaarden langer stabiel blijven. Ik vergelijk het altijd met een toverbal waar je laagje voor laagje steeds een kleurtje afhaalt.”

Levenslang

Jaarlijks worden er in Nederland één tot twee kinderen geboren met GSD-1a. Tot een jaar of veertig geleden werden die kinderen niet oud, simpelweg omdat er geen behandeling was. Gelukkig kunnen kinderen met GSD-1a dankzij dieetbehandelingen nu wel volwassen worden.

“Mijn leven wordt met deze therapie hopelijk wat makkelijker.” 

Toch is de behandeling zeker niet zaligmakend. Patiënten kunnen niet zelf bepalen wat en wanneer ze eten en zijn constant bezig om hun volgende eetmoment voor te bereiden: ga ik straks sporten? Hoeveel extra maïzena moet ik dan nemen? Hoe zijn mijn bloedwaarden nu?

“Het is een gevaarlijk ziektebeeld. Dit dieet is voor deze mensen veel meer dan ‘gewoon eten’, maar een soort medicijn en daarmee de hoeksteen van hun behandeling”, zegt Derks. “Bovendien is het een behoorlijke inperking van hun vrijheid.”

DNA in virus

Maar nu is er misschien dus een goed alternatief voor deze dieetbehandeling die patiënten hun vrijheid teruggeeft: een experimentele gentherapie die onlangs in het UMCG werd toegediend bij patiënten Boelo en Rowan.

Melanie van der Klauw, internist-endocrinoloog bij het UMCG, legt uit hoe dat ging: “Boelo en Rowan hebben via een infuus het stukje DNA toegediend gekregen dat bij hen defect is. Dat DNA zit ingebouwd in een onschadelijk virus dat rechtstreeks naar de lever gaat en daar het DNA afgeeft. Vanaf dat moment gaat het lichaam zelf het eiwit aanmaken dat Boelo en Rowan missen, en kan hun lichaam zelf het glycogeen in de lever omzetten naar glucose.”

Hoe lang de gentherapie werkt, is nog niet bekend: “We kunnen deze behandeling naar alle waarschijnlijkheid maar één keer geven met dit virus”, zegt Van der Klauw, “want de volgende keer heeft het lichaam antistoffen gemaakt om de indringer af te breken. Dus we hopen dat er genoeg virus in hun lever terechtkomt zodat ze er heel lang mee kunnen doen. Van andere erfelijke ziekten waarbij deze therapie ook gebruikt wordt, weten we dat patiënten er soms wel tien jaar mee vooruit kunnen. Maar voor GSD-1a weten we het gewoon nog niet.”

Veiligheid

De komende maanden worden Boelo en Rowan goed in de gaten gehouden door de onderzoekers. Derks: “De patiënten hebben ook beschermende corticosteroïden gekregen om hun immuunsysteem om de tuin te leiden. Die moeten we langzaam gaan afbouwen terwijl we het dieet aanpassen. Het geleidelijk afbouwen van maïzena speelt hier ook nog doorheen. Daar moeten we de juiste balans in zien te vinden. In de komende maanden hopen we meer te kunnen zeggen over de resultaten van deze gentherapie.”

Rowan ten Have (32) is horecaondernemer, getrouwd en vader van twee jonge kinderen. Hij volgt een strak eetschema waarbij hij elke drie uur een afgepaste hoeveelheid maïzena tot zich neemt. Zijn dieet bestaat verder uit veel groente, eiwitten, zo min mogelijk koolhydraten en al helemáál geen snelle suikers, zoals die bijvoorbeeld zitten in snoep en koek.

Ondanks zijn ziekte heeft hij zijn leven kunnen inrichten zoals hij dat wil. “Ik werk in de horeca dus ik leid niet echt een regelmatig bestaan”, lacht hij. “En in het verleden heb ik me ook niet altijd even netjes aan de regels gehouden. Daar heb ik weleens de negatieve gevolgen van ondervonden.” Rowan hoopt dat de gentherapie zijn leven zal veranderen: “Hopelijk wordt het allemaal wat makkelijker.”

Boelo Boelens (23) studeert Biomedische technologie aan de Universiteit Twente, woont bij zijn ouders en tennist graag. “GSD-1a is een heel gevaarlijke, onvoorspelbare ziekte. Ik voel een hypo niet aankomen en dat geeft een onveilig gevoel. Daarom ben ik altijd heel voorzichtig. Ik prik meerdere keren per dag bloed om mijn bloedsuikergehalte te checken en hou me heel strikt aan het eetschema.

Voor ik naar bed ga, eet ik een soort supermaïzena. Daardoor kan ik gelukkig langer doorslapen.” Nu hij gentherapie heeft gekregen, mag Boelo zijn strakke schema wat laten vieren. Dat is wel wennen: “Ik moet echt leren om die structuur los te laten. Het liefst zou ik zonder beperkingen genieten van mijn vrijheid. Maar omdat ik ook doof ben, ben ik afhankelijk van anderen. Op mezelf wonen zit er voorlopig niet in, dat is nog te gevaarlijk.”

Het UMCG is een internationaal expertisecentrum voor Lever-gebonden Glycogeenstapelingsziekten en participeert in een internationaal onderzoek naar een experimentele gentherapie voor GSD-1a patiënten. Terry Derks en Melanie van der Klauw zijn hoofdonderzoekers voor het UMCG in deze internationale multicenter studie. Dat deze gentherapie kon worden gegeven in het UMCG, was mede het resultaat van zeer langdurige voorbereidingen en intensieve samenwerking tussen vele collega’s van onder andere de afdelingen interne geneeskunde, het Beatrix Kinderziekenhuis, de ziekenhuisapotheek, het laboratoriumcentrum en het team biologische veiligheid. Meer informatie over deze studie is te vinden in het studieregister: NCT03517085.

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.