Genen beïnvloeden de voortplanting

, door Marjolein te Winkel
foto: Shutterstock

​Onze genen beïnvloeden of, op welke leeftijd én hoeveel kinderen we krijgen. Een grote groep onderzoekers heeft 12 specifieke gebieden van het DNA ontdekt die invloed hebben op ons voortplantingsgedrag. Ze publiceren hier vandaag over in het tijdschrift Nature Genetics. Hoogleraar genetische epidemiologie Harold Snieder van het UMCG is een van hen.  

Is het krijgen van kinderen eigenlijk wel een eigen keuze?

“Het krijgen van een kind, en het moment waarop, is sterk afhankelijk van allerlei factoren: sociale, economische en culturele. Bijvoorbeeld of je een relatie hebt, hoe je financiële situatie is, enzovoort. Alleen al het feit dat sinds de jaren zeventig Nederlandse vrouwen op steeds latere leeftijd hun eerste kind krijgen toont dat aan. De introductie van de pil, de toegang tot onderwijs en de veranderende rol van de vrouw in de samenleving heeft daar allemaal mee te maken. Het is dus zeker een eigen keuze, maar wel een waar ook erfelijke factoren een rol spelen.”

Hoe groot is die erfelijke rol?

“Ongeveer 25 procent van ons voortplantingsgedrag, dus of, wanneer en hoeveel kinderen je krijgt, is toe te schrijven aan erfelijke factoren. De rest wordt bepaald door bijvoorbeeld sociale en omgevingsfactoren. We wisten al wel dát voortplanting deels erfelijk bepaald is, maar we hebben nu voor het eerst specifieke gebieden in het DNA ontdekt die hiermee te maken hebben.”

Wat wil dat precies zeggen?

“Dat er genen zijn die de voortplanting beïnvloeden is één ding. Weten welke genen dat precies zijn is iets heel anders. Wij zijn als eersten hier specifiek naar op zoek gegaan. We hebben 12 gebieden in het DNA gevonden die te maken hebben met vruchtbaarheid. En in die gebieden hebben we specifieke genen gevonden die waarschijnlijk direct invloed kunnen hebben op de vruchtbaarheid.”

Welke invloed kunnen die genen hebben op de voortplanting?

“Dat verschilt. Specifiek bij mannen vonden we genen die invloed kunnen hebben op de kwaliteit van sperma, en bij vrouwen genen die een verhoogde kans geven op endometriose (waarbij baarmoederslijmvlies zich buiten de baarmoeder bevindt, wat leidt tot allerlei klachten - red.). Maar wat ons opviel was dat bij mannen en vrouwen grotendeels dezelfde genen een rol lijken te spelen op de vruchtbaarheid. Dit moeten we verder uitzoeken; ons onderzoek is eigenlijk een eerste verkenning die duidelijk heeft gemaakt waar we verder kunnen gaan zoeken naar nog specifiekere informatie over de invloed van genen op de vruchtbaarheid.”

Waarom is het belangrijk om dit te weten?

“Dit onderzoek is begonnen vanuit sociologisch perspectief: welke factoren spelen een rol in het krijgen van kinderen? De biologische factor is er een van. Een belangrijke, want mensen beginnen op latere leeftijd aan kinderen en krijgen daardoor vaker te maken met verminderde vruchtbaarheid, en met ongewenste kinderloosheid. Erfelijkheid speelt daarin een grote rol: de een kan tot op hogere leeftijd kinderen krijgen dan de ander. Door in kaart te brengen welke genen daar invloed op hebben en welke gevolgen dat heeft voor de vruchtbaarheid, kunnen we in de toekomst misschien voorspellen tot wanneer iemand vruchtbaar is, en dus hoe lang iemand kan wachten met het krijgen van kinderen.”

Dus een soort voortplantingsadvies op maat?

“Op basis van genetische informatie voorspellen wanneer de vruchtbaarheid terugloopt  - ja, dat is behoorlijk op maat. Voor we zover zijn is er nog veel te onderzoeken, dus het kan nog even duren voor we genoeg weten om een voorspelling te doen die voldoende nauwkeurig is. Daar zijn we de komende tien jaar nog zoet mee.”

Wetenschappers komen steeds me​er te weten over onze genen. Maar wat kunnen we eigenlijk met al die nieuwe kennis? Lees wat Harold Snieder hierover vertelde in KennisInZicht: Wat hebben we aan al die nieuwe genen?

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.