Goed puffen kun je leren

, door Marjolein te Winkel
foto: Shutterstock

Hoe moeilijk is het om een pufje op de goede manier te nemen? Veel moeilijk dan je misschien zou denken, want veel mensen puffen niet goed. Sterker nog: maar een derde van de mensen doet het wél goed. Dat kan anders, weten huisarts en onderzoeker Janwillem Kocks en gedragswetenschapper en epidemioloog Esther Metting van het UMCG.

Ze horen bij de meest voorgeschreven geneesmiddelen van Nederland: tien procent van de Nederland heeft ze wel eens gebruikt. Pufjes – officieel: inhalatiemedicatie – worden voorgeschreven aan patiënten met astma, COPD en andere luchtwegklachten. Een pufje adem je via een inhalator, een apparaatje dat je aan de mond zet, direct in de longen. Ze remmen een ontsteking en maken het ademen makkelijker.

Pil vs pufje

“Een pufje komt direct op de plaats waar het zijn werk moet doen: in de longen”,  zegt huisarts en onderzoeker Janwillem Kocks. Pufjes geven veel minder bijwerkingen dan veel pillen. “Maar een pil slikken is gemakkelijk. Je moet hooguit rekening houden met eten – sommige pillen neem je voor het eten, andere juist tijdens het eten. Verder is een pil doorslikken niet moeilijk, het is 1 stap en je bent klaar.”

Een pufje daarentegen bestaat uit wel twintig stappen, en in dat proces kan dus best iets mis gaan. “Het vervelende is: als je een pufje niet goed neemt, dan werkt het medicijn ook minder goed”, zegt Kocks. “Dat begint al bij het klaarmaken van het apparaatje, wat niet altijd goed gaat. Maar ook bij het inademen zelf gaat er van alles mis.”

Op een eigen manier

Kocks en onderzoeker Esther Metting deden onderzoek naar het nemen van pufjes en de voorlichting hierover. Ze vroegen patiënten om voor te doen hoe zij een pufje namen. “Vaak vergaten mensen om eerst uit te ademen – dat is nodig om vervolgens goed te kunnen inademen.”

Daarnaast bleken veel mensen een heel eigen manier van puffen ontwikkeld te hebben. Kocks: “Iemand hing bijvoorbeeld helemaal voorover vóór het nemen van een pufje, om tijdens het inademen omhoog te komen, met het hoofd helemaal naar achteren. Met de beste bedoelingen, deze man dacht dat hij het hiermee heel goed deed. Maar door de beweging die hij maakte, kwam het pufje vooral boven in zijn mondholte terecht, en niet in zijn longen.”

Minder dan één derde van de mensen bleek de pufjes op de goede manier te nemen. “Dat betekent dat er bij 65 procent van de patiënten iets niet goed gaat. En dat bij deze mensen het middel niet goed werkt. Zij hebben meer last van hun ziekte dan nodig is, puur omdat ze niet goed puffen”, zegt Metting.

Serveren als Serena Williams

Hoe kan dat anders? Om daar achter te komen onderzochten Kocks en Metting met een multidisciplinair en internationaal team de manier waarop patiënten worden voorgelicht over de manier waarop zij de pufjes moeten gebruiken. “We keken naar de rol van de huisarts, de praktijkondersteuner, de longarts, de apotheker…”, zegt Metting. “En wat blijkt? Iedereen denkt dat de ander de voorlichting geeft. En de patiënt zegt ondertussen: ‘Ik red me wel’.”

Natuurlijk zijn er foldertjes. “Maar leren puffen is een motorische vaardigheid, een met veel stappen in korte tijd. Die leer je niet van een uitleg in een folder”, vertelt ze. “Als ik jou nu uitleg hoe je tijdens een potje tennis de bal moet opslaan, betekent dat niet dat je meteen kunt serveren als Serena Williams.”

Neem de tijd

Maar wat is wel een goede manier om patiënten te leren inhaleren? Ook daar bogen Metting en Kocks zich over, met als resultaat een nieuwe voorlichtingsmethode, in drie stappen. Die begint met de arts die uitlegt dat de patiënt de tijd moet nemen om naar de uitleg van de apotheker te luisteren. Kocks: “Mensen hebben het druk, willen snel weer naar huis, en denken dat ze wel weten hoe het moet. Daarom moet de dokter benadrukken: je krijgt uitleg, neem er de tijd voor, want dan kan de medicatie beter werken.”

Stap twee is de uitleg zelf: “De beste manier is om dat een keer voor te doen op normale snelheid, en dan stukje voor stukje. Vervolgens vraag je de patiënt hoe het moet, en pas daarna laat je het de patiënt zelf doen.” 

Stap drie: een follow up. Kocks: “Die uitleg hoeft niet elke keer als je nieuwe pufjes gaat halen. Maar geregelde herhaling is wel belangrijk, zodat de kennis niet wegzakt. Na een flinke longaanval is het helemaal niet raar om de uitleg weer eens te herhalen, zodat je zeker weet dat de patiënt de pufjes op de goede manier neemt.”

Eerder dit jaar, tijdens een internationaal congres voor inhalatiedeskundigen uit de hele wereld, konden de deelnemers een workshop puffen volgen. Ook voor de experts bleek puffen niet zo gemakkelijk. Kocks: “Ik deed het zelf in eerste instantie ook niet goed. Inmiddels ben ik er aardig bedreven.”

De nieuwe methode wordt vanaf dit najaar in een aantal proefregio’s, waaronder in Groningen, getest. Ook gebruikt de stichting IMIS  de methode gebruikt om professionals te scholen. Metting en Kocks zijn daarnaast bezig om, samen met de Long Alliantie Nederland, een subsidievoorstel te schrijven zodat de methode landelijk kan worden ingevoerd. 
De invoering van de nieuwe methode maakt sluit aan bij een van de doelen die zijn gesteld in het Nationaal Actieprogramma Chronische Longziekten van de Long Alliantie Nederland:  twintig procent meer rendement van inhalatiemedicatie bij astma en COPD.

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.