Goede begeleiding is het halve werk voor Wajongers

, door Marjolein te Winkel
foto: Shutterstock

Meer dan de helft van de jongeren met een Wajong-uitkering acht zichzelf in staat om te werken, maar toch lukt het slechts een kwart van de Wajongers om een baan minstens zes maanden te behouden. Dat blijkt uit promotieonderzoek van sociaal geografe Anja Holwerda van het UMCG. Zij pleit voor langdurige begeleiding, die voorkomt dat de jongeren onnodig thuis zitten. 

Jongeren vanaf 18 jaar komen in aanmerking voor een Wajong-uitkering (Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten) wanneer zij door een verstandelijke, psychische of lichamelijke beperking, of door een ontwikkelingsstoornis zoals adhd of autisme, niet in staat zijn zelfstandig het minimumloon te verdienen. “Dat betekent dus niet dat zij niet kúnnen werken”, benadrukt Holwerda. “Maar ze hebben goede begeleiding nodig om zich te kunnen redden op de werkvloer en in de samenleving.”

Een positieve houding en steun van de sociale omgeving, zoals ouders en schoolbegeleiders, kan voor deze jongeren het verschil maken tussen werken en werkloos thuis zitten​

​​Werken of werkloos thuis zitten

Holwerda ondervroeg 3500 jongeren die in 2009 in Groningen, Drenthe en Friesland een Wajong-uitkering aanvroegen. Uit haar onderzoek blijkt dat een positieve houding en steun van de sociale omgeving, zoals ouders en schoolbegeleiders, voor deze jongeren het verschil kan maken tussen werken en werkloos thuis zitten. “Van de Wajongers die ik heb ondervraagd, geeft 58 procent aan dat zij kunnen werken. Maar het behouden van een baan is erg moeilijk voor ze. Slechts een derde van degenen die een baan vinden, behoudt die minimaal zes maanden. En slechts één op de vijf houdt zijn baan minimaal een jaar.” De hoge uitval verklaart Holwerda deels door de moeilijke economische tijden en het geringe aantal vaste contracten dat beschikbaar is. De meeste werkende Wajongers hebben een tijdelijk contract. “Maar de uitval komt ook omdat de jongeren zelf het werk niet altijd aan kunnen. Bijvoorbeeld omdat het werk te hoog gegrepen is, of omdat de jongere niet om kan gaan met veranderingen, of omdat hij of zij niet goed in een team kan functioneren.”

​​Actiever ondersteunen

Schoolbegeleiders en ouders spelen een grote rol in het vinden en behouden van werk. Holwerda: “Het is belangrijk de jongeren al op school te helpen met het vormen van realistische verwachtingen van wat een jongere wel en niet kan. Hier moeten de ouders ook bij betrokken worden. Schoolbegeleider en ouders kunnen bovendien jongeren actiever ondersteunen in het zoeken naar passend werk, want dat maakt de kans op het behouden van werk groter. En wanneer een jongere werk heeft gevonden, nemen de werkgever en de collega’s de rol van begeleider over en zijn zij degenen die de jongeren moeten blijven ondersteunen en stimuleren.”

​​Groter en groter

Volgens Holwerda kan met vroegtijdige adequate begeleiding de instroom in de Wajong afnemen. De afgelopen tien jaar is de groep Wajongers alleen maar toegenomen. “Er zijn nu meer dan tweehonderddertigduizend mensen met een Wajong-uitkering en elk jaar komen daar 16.000 nieuwe jongeren bij. De meeste Wajongers blijven in de Wajong tot hun 65ste . De groep wordt dus groter en groter. Deze kwetsbare groep moet beter gefaciliteerd worden, zodat zij mee kunnen doen in de samenleving en niet buiten de boot vallen”, zegt Holwerda.

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.