Groninger aardbevingen hebben impact op gezondheid kinderen

, door Marjolein te Winkel
foto: Henk Veenstra

​Tijdens haar laatste jaar in het UMCG werkte kinderarts Boudien Flapper mee aan een onderzoek naar de effecten van de aardbevingen in Groningen op kinderen die in dat gebied wonen. “Kinderen voelen zich onveilig en hebben geen vertrouwen in instanties die voor ze op komen.” 

De lessen op school, die een kind zo moeilijk vindt dat hij er buikpijn van krijgt. De geldzorgen van papa en mama, waar een kind onder lijdt en ziek van wordt. Kindermishandeling, die blauwe plekken en een gevoel van onveiligheid geeft – allemaal voorbeelden van hoe de omgeving invloed kan hebben op de gezondheid van een kind. Dat was het aandachtsgebied van kinderarts-sociale pediatrie Boudien Flapper. Eind maart nam zij afscheid van het UMCG.

Gronings gaswinningsgebied

Op de dag waarop ze terugtrad als kinderarts en hoofd van de sectie sociale pediatrie in het Beatrix Kinderziekenhuis van het UMCG, werd het rapport Een veilig huis, een veilig thuis? gepresenteerd, met daarin de resultaten van het onderzoek naar het welbevinden en de leefomgeving van kinderen en jongeren in het Gronings gaswinningsgebied. 

​Flapper: “Veiligheid is een belangrijk aandachtsgebied in de sociale kindergeneeskunde. Je veilig voelen is zo ontzettend belangrijk voor een kind. Toen ik over dit onderwerp hoorde, dacht ik meteen: hier moet ik iets mee.”

Hoe is het met de kinderen?​

Het doel van het onderzoek was om te inventariseren wat er leeft onder de kinderen in het aardbevingsgebied. “Er was al onderzoek gedaan naar het effect van de aardbevingen, naar de gevolgen voor volwassen die met alle gedoe te maken krijgen in de afhandeling van de schade aan huizen. Maar er lag nog een vraag open: hoe is het eigenlijk met de kinderen in dat gebied?”

“De hele wereld is bezig met veiligheid. Wij hebben een onveilig postcode-ge​​bied, en in dat gebied groeien kinderen op.”​​​​

Zes onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen, Jonx (onderdeel van Lentis) en het UMCG onderzochten dit. Flapper: “Veel ouders waren ‘onderzoeksmoe’, en moe om erover te praten. Ook onderwijzers praatten er niet te veel over. Vanuit het idee: het is beter om het er niet te veel over te hebben, om het niet steeds op te rakelen, want er wordt al zo veel over gepraat, het moet maar eens afgelopen zijn. Maar met de kinderen werd er eigenlijk heel weinig over gepraat.”

Gevoel van onveiligheid​​

Toch vonden de onderzoekers snel een groep van 50 kinderen en hun ouders die wilden meewerken aan het onderzoek. “Kinderen nemen over wat ze hun ouders en andere volwassenen horen zeggen, maar hebben ook hun eigen ideeën.”

Zo zei een van de kinderen dat ze les en uitleg over aardbevingen zou willen krijgen op school, zodat ze weet hoe aardbevingen ontstaan en wat ze moet doen bij een zware aardbeving. 

​Flapper: “De aardbevingen zorgen bij een deel van de kinderen voor een gevoel van onveiligheid. Niet zoals bij aardbevingen in andere delen van de wereld, of zoals bij een oorlog, waarbij iemand in een klap alles kwijt is. Nee, in Groningen gebeurt dat sluipenderwijs. Het gevoel van onveiligheid groeit ook sluipenderwijs, en het houdt heel lang aan, en dit zorgt voor langdurige stress bij deze kinderen.”

Opgroeien in een veilig huis

Sommige kinderen zijn bang. Bang voor scheuren in hun huis, bang dat hun huis instort, bang dat er dan mensen doodgaan. “Uit ons onderzoek blijkt dat dit ook impact kan hebben o​​p hun gezondheid”, zegt Flapper. “Kinderen hebben last van slaapproblemen, nachtmerries en zindelijkheidsproblemen. Ze kunnen zich niet goed concentreren, zijn boos of verdrietig, en hebben hierdoor ook lichamelijke klachten, zoals buikpijn.”

​Kinderen willen opgroeien in een veilig huis, zodat ze zich thuis veilig voelen, blijkt uit het rapport. “En dat is niet zo vreemd”, zegt Flapper. “De hele wereld is bezig met veiligheid. Wij hebben een onveilig postcodegebied, en in dat gebied groeien kinderen op.” 

Geen vertrouwen

De kinderen uit het aardbevingsgebied hebben naast dat gevoel van onveiligheid ook weinig vertrouwen in instanties die voor ze op moeten komen. “Dat zijn twee bedreigende elementen in de omgeving van een kind. Diezelfde elementen doen ons denken aan het leven van een kind dat thuis mishandeld wordt: ze voelen zich onveilig en hebben vaak geen vertrouwen in instanties die ze zouden moeten helpen.” 

Deze kinderen moet je helpen, vindt Flapper. “Meedoen aan dit onderzoek hoort bij de taken van een universitair medisch centrum: sociale betrokkenheid tonen, de context van een ziekte zien. Met gezond ouder worden kun je immers niet vroeg genoeg beginnen.”

Het onderzoek Een veilig huis, een veilig thuis? werd gedaan onder leiding van Elianne Zijlstra van de Rijksuniversiteit Groningen in opdracht van de Nationaal Coördinator Groningen.
Het rapport is hier te lezen

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.