Handen ineen voor onderzoek naar zeldzame ziekten

, door Angela Rijnen
foto: Shutterstock

​​Sommige aandoeningen zijn zo zeldzaam, dat wetenschappelijk onderzoek ernaar lastig te realiseren is. Celbioloog Marjon Pasmooij en moleculair geneticus Dineke Verbeek starten elk met een nieuw onderzoeksproject, gefinancierd door een Europees onderzoeksfonds voor zeldzame ziekten. Hun projecten zijn gericht op kleine patiëntengroepen, maar kunnen relevant zijn voor méér ziektebeelden.

Een ziekte is zeldzaam, wanneer ze minder dan één op tweeduizend mensen treft. Er bestaan duizenden zeldzame ziekten, waardoor toch 26 tot 30 miljoen Europeanen een zeldzame ziekte hebben. Het is niet eenvoudig wetenschappelijk onderzoek naar het ontstaan en mogelijke behandelingen van zeldzame ziekten van de grond te krijgen.

Zo is financiering een proble​em, omdat de patiëntenaantallen klein zijn. Om diezelfde reden is het moeilijk wetenschappelijke studies van voldoende omvang op te zetten. Zo’n omvang is vereist om betrouwbare uitspraken te kunnen doen over de werkzaamheid van behandelingen.

Hartver​scheurend

Het UMCG is het nationale behandelcentrum voor blarenziekte (epidermolysis bullosa​ of kortweg EB). Met zo’n 750 patiënten in Nederland is deze aangeboren aandoening zeldzaam. Bij EB laat de opperhuid snel los van de lederhuid. Bij ernstige vormen van EB ontstaan voortdurend blaren en open wonden.

Het enige wat artsen kunnen doen, is verbinden, geven van pijnbestrijding, voorkomen en behandelen van infecties en het operatief corrigeren van misvormingen. Hartverscheurend, vindt celbiologe Marjon Pasmooij. De onderzoekster, werkzaam bij de afdeling Dermatologie, wíl er iets op vinden, in eerste instantie voor de meest ernstige vorm: dystrofische EB.

Kleine b​​udgetten

EB ontstaat door tekorten aan hechtingseiwit tussen de huidlagen. Zoek je een werkzame behandeling, dan moet je iets bedenken dat de oorzaak – een erfelijke defect - teniet doet of corrigeert. Maar hoe? Ten minste zeventien verschillende genetische afwijkingen kunnen leiden tot EB. Een heterogene groep, dus. Bovendien zijn de financieringsbronnen voor onderzoek naar dergelijke zeldzaam voorkomende ziekten schaars. “Wij kunnen bijvoorbeeld geen beroep doen op grote fondsen als de Hartstichting of de Nierstichting”, aldus Pasmooij. Fondsen voor specifieke zeldzame ziekten hebben doorgaans kleinere subsidiebudgetten.

E-Ra​re​

Een aantal jaar geleden is in Europees verband een programma opgezet om onderzoek naar zeer zeldzame ziekten te stimuleren: E-Rare. Niet een pot met geld waar onderzoekers naar hartelust uit kunnen snoepen: in de ronde van 2012 zijn slechts elf projecten gehonoreerd. Bovendien eist het programma dat onderzoekers uit verschillende landen samen een voorstel indienen. Dat is bedoeld om kennis te linken en toegang tot grotere patiëntenaantallen te creëren. 

Het is Marjon Pasmooij gelukt. Het project dat ze samen met Oostenrijkse en Duitse collega’s indiende, is gehonoreerd. Vanaf april gaat ze in het laboratorium proberen stukjes RNA (een molecuul dat nodig is bij het kopiëren van genetische informatie in het DNA) in het genetisch materiaal van huidcellen van patiënten te smokkelen.

Dat RNA kan, zo hoopt de onderzoekster, een ontbrekend stukje gen opvullen. Of, in een tweede aanpak, een gendefect afdekken. Dat laatste is een Leidse onderzoeksgroep gelukt in cellen van patiënten met de ziekte van Duchenne, een erfelijke spierziekte. De Leidse projectleider adviseert Pasmooij’s team, dat daarmee nieuwe kennis binnenhaalt. Ook doen Madrileense onderzoekers mee.

“Ruim zestig procent van hun patiënten heeft één specifieke genetische afwijking. Bovendien hebben ze voor die afwijking een goed muismodel”, vertelt de celbiologe. Het muismodel maakt het mogelijk te onderzoeken of het inbrengen van RNA in een levend organisme doet wat het moet doen.

Netwe​​​rken

“Zonder te netwerken is onderzoek doen naar zeldzame ziekten onmogelijk”, zegt moleculair geneticus Dineke Verbeek, universitair docent bij de afdeling Genetica. “Je moet samenwerking zoeken, je onderzoek proberen breed te trekken en een link te maken naar waar anderen mee bezig zijn.” 

Dineke Verbeek heeft eveneens E-Rare financiering in de wacht gesleept. Haar project richt zich op een vorm van spinocerebellaire ataxie (SCA): de ziekte van Machado-Joseph (SCA-3). SCA tast de kleine hersenen aan en SCA-3 is van de 37 varianten de meest voorkomende, vertelt de onderzoekster. In Nederland gaat het om honderd tot hondervijftig patiënten. 

Verbeeks onderzoeksgroep doet als enige in ons land genetische research naar deze ernstig invaliderende aandoening. “Het verzamelen van onderzoeksmateriaal vergt veel geduld”, zegt ze, “en een goede coördinatie. In ons geval heeft een Nederlands en een Europees onderzoeksnetwerk daar enorm bij geholpen.” 

Verbeeks groep probeert aan het erfelijk materiaal af te lezen welke factoren bepalen hoe ernstig de aandoening is en op welke leeftijd de klachten beginnen. Want bij dezelfde genetische mutatie, verschilt dat toch per patiënt. Voor wie de diagnose krijgt, is het heel belangrijk om te weten hoe het ziekteverloop zal zijn. Daarover kunnen behandelaars nu nog te weinig uitsluitsel geven. 

Bovendien hoopt Verbeek dat meer inzicht in het ontstaan van de ziekte ook handvatten gaat geven voor het ontwikkelen van een therapie. Samen met Duitse, Portugese en Israëlische collega’s gaat ze onder meer huidcellen van patiënten eerst terugprogrammeren tot stamcellen om er vervolgens zenuwcellen van te maken. In die patiënt-specifieke zenuwcellen hopen de onderzoekers te kunnen volgen wat het gendefect precies teweegbrengt.

Tekenta​​fel

Onderzoek naar zeer zeldzame ziekten, zegt Dineke Verbeek, moet je altijd extra verantwoorden. “Het betreft immers een kleine groep patiënten. Maar ik denk dat onderzoeksuitkomsten bredere betekenis kunnen hebben.” Marjon Pasmooij bevestigt dat. “Wij ontwerpen voor één genetisch defect een behandeltactiek. Maar als die werkt, kun je teruggaan naar je tekentafel en de methode vertalen naar andere gendefecten, dus voor andere varianten van de aandoening of voor andere ziekten.”

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.