Niet meteen weer de oude na een klap op het hoofd

, door Theone Joostensz
foto: Henk Veenstra

Veel mensen die hersenletsel hebben als gevolg van een ongeval, blijven nog heel lang last houden van klachten. Hoogleraar neurologie Joukje van der Naalt van het UMCG vindt dat er te weinig aandacht is voor deze patiënten. “Vooral ouderen zijn een vergeten groep.” Van der Naalt houdt dinsdag 18 september haar oratie.

“Binnen de neurologie gaat het vaak over chronische aandoeningen”, vertelt Van der Naalt. “Zoals Parkinson, beroertes en dementie. Mijn aandachtsgebied is traumatisch hersenletsel, ofwel hersenletsel als gevolg van een ongeluk. Zoals een val van de trap of een aanrijding in het verkeer.

“Jaarlijks melden zich in Nederland 85.000 mensen op de spoedeisende hulp met traumatisch hersenletsel na een ongeluk. De meesten, zo'n 80 tot 85 procent, hebben licht letsel. Vaak wordt dat afgedaan met: 'Ach, het valt wel mee; de patiënt heeft een klap op het hoofd gehad en gaat lopend weer naar huis.' Maar een kwart van deze patiënten heeft na een half jaar nog zoveel klachten dat ze niet op hun oude niveau kunnen functioneren.”

Hersennetwerken

Bij licht hersenletsel is vaak geen afwijking te zien op CT-scans. Op een functionele mri-scan wél. Van der Naalt legt uit: “In je hersenen werken specifieke gebieden met elkaar samen, de hersennetwerken. Die heb je nodig om allerlei taken uit te voeren. Er is ook een hersennetwerk actief in rust. Als je een denktaak krijgt, dan moeten je hersenen overschakelen van een rusttoestand naar een actieve toestand. Dat is bij patiënten met licht traumatisch hersenletsel verstoord in de eerste weken na een ongeval.”

Hoe snel iemand herstelt, hangt onder meer af van de ernst van het letsel. Coping, dus hoe je met je klachten omgaat, speelt ook een belangrijke rol. Van der Naalt onderzocht waarom de een sneller herstelt van licht hersenletsel dan de ander. Uit de studie die ze leidde, blijkt dat mensen die vroeg na het ongeval nekpijn krijgen en de neiging hebben om angstig of depressief te worden, minder goed herstellen. Ook mensen die passief afwachten tot de klachten vanzelf over gaan, kunnen vastlopen. Had je vóór het ongeluk psychische problemen, dan spelen die vaak ook een belemmerende rol bij je herstel.

Verschillende niveaus

“Het is natuurlijk niet alleen maar psychologisch, maar een optelsom van factoren”, benadrukt Van der Naalt. “Een functionele mri-scan laat duidelijk zien dat er iets met die hersenen aan de hand is. De manier waarop iemand omgaat met klachten die er zijn, is van invloed op het herstel.”

Daarom vindt ze dat er op verschillende niveaus gekeken moet worden naar hersenletsel: “Is er celschade? Wat voor invloed heeft dat op de hersenwerking? Hoe ervaart de patiënt het? Wat voor steun krijgt hij vanuit zijn omgeving om te re-integreren? We willen voortbouwen op de resultaten uit de UPFRONT-studie en onderzoeken of je heel acuut na het ongeval celschade kunt vinden. Of er bijvoorbeeld een ontstekingsreactie aanwezig is die van invloed is op de samenwerking tussen hersennetwerken.”

Wal en schip

Waar Van der Naalt ook aandacht voor vraagt, zijn de patiënten aan het andere eind van het spectrum: mensen die ernstig hersenletsel hebben gehad en daardoor kampen met gedragstoornissen. “Die belanden vaak tussen wal en schip. De revalidatiearts zegt dat die mensen niet trainbaar zijn, de neuroloog zegt dat hun gedrag erg complex is en de psychiater vindt het een neurologische ziekte. Deze mensen hebben geen inzicht in hun beperkingen, komen daardoor niet aan het werk en hebben vaak relatieproblemen. Deze patiënten moet je ook begeleiding bieden. Daar is nog geen goede oplossing voor.”

Oudere patiënten

Een andere vergeten categorie waar Van der Naalt zich sterk voor maakt, is de groep oudere patiënten. Ouderen vallen veel; een op de vier patiënten met traumatisch hersenletsel is zestigplus. “Waarom herstelt de ene oudere beter dan de andere”, vraagt de neuroloog zich af.

“Bij sommige patiënten is een bepaald eiwit verhoogd aanwezig, wat ook voorkomt bij mensen met dementie. Kan dat een aanwijzing zijn voor ongunstig herstel? Met functionele mri-scans kijken we of ouderen die goed herstellen misschien meer reservecapaciteit hebben en een ander soort verbindingen binnen hun hersennetwerken laten zien.”

App voor ouderen

In de toekomst zou ze wel een app willen laten ontwikkelen om deze ouderen te monitoren en hen ondersteuning op maat te bieden. “Ouderen moeten steeds langer thuis blijven wonen. Daarom is het belangrijk om te weten welke klachten van invloed zijn op hun zelfstandig functioneren. Waarom lukt het bijvoorbeeld niet om boodschappen te doen? Is het vergeetachtigheid of lukt het niet om hulp te regelen? En waarom vraagt de ene oudere wel om hulp en de andere niet? Waar wordt dat door bepaald? We moeten ontdekken waaróm ouderen niet in staat zijn om te participeren in het dagelijks leven. Dat vind ik een heel interessante invalshoek.”

 

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.