“Hersenziekten tasten je eigen ik aan”

, door Marte van Santen
foto: Henk Veenstra

1 op de 4 mensen krijgt in zijn of haar leven te maken met een hersenziekte of -beschadiging. Meer dan kanker en hart- en vaatziekten bij elkaar. Hoog tijd dus om beter uit te zoeken hoe zulke aandoeningen werken, vindt hoogleraar psychiatrie Iris Sommer van het UMCG.

Iris Sommer is een vrouw met een missie. Ze wil er persoonlijk voor zorgen dat wetenschappers meer onderzoek gaan doen naar hoe veelvoorkomende psychische problemen ontstaan en zich ontwikkelen.

Met als doel: patiënten een gerichte behandeling-op-maat te kunnen geven. Of beter nog, breinaandoeningen helemaal te voorkomen. “In de psychiatrie kijken we te veel naar klachten, en te weinig naar de onderliggende oorzaken”, zegt ze. “Daarmee lossen we de problemen niet op.”

Ze geeft een concreet voorbeeld. Daar is ze goed in; niet voor niets werd haar publieksboek Haperende hersenen een bestseller.

“Stel, ik heb een achterdochtige patiënt met hallucinaties en wanen voor me. Op basis van zijn symptomen kom ik tot de diagnose ‘psychose’. Maar vervolgens heb ik geen idee of die het gevolg is van bijvoorbeeld een jeugdtrauma, een chemische onbalans in het brein of een foutje in de erfelijke aanleg. Pas als ik snap wat er in zijn hersenen gebeurt, weet ik ook welke soort behandeling in zijn specifieke geval de grootste kans van slagen heeft.”

Nog een illustratie: depressie. Het standaardbeleid is dat je daarbij begint met een milde behandeling. Afhankelijk van het resultaat, voer je zo nodig de zwaarte op. “Door die werkwijze kan het heel lang duren voordat we de juiste aanpak hebben gevonden”, verklaart Sommer. “Sommige patiënten zijn dan al hun baan en hun gezin kwijt. Dat moet echt anders en beter.”

Hoe kan het dat we nog zo weinig van psychiatrische aandoeningen begrijpen?

“We zijn te lang een breinloos vak geweest, vooral gericht op persoonlijkheid en emoties. Daar is op zich niets mis mee, mits je óók aandacht hebt voor de mechanismen erachter. Maar de plastische werking van het brein is van oudsher meer het terrein van de neurologen. Door die twee specialismen dichterbij elkaar te brengen, kunnen we veel leren.

“Vandaar dat ik zo blij ben dat ik in het UMCG bij de afdeling neurowetenschappen zit. Hier vindt veel fundamenteel onderzoek plaats, bijvoorbeeld in de vorm van dier- en stamcelonderzoek, waar ik mijn voordeel mee kan doen. Andersom kan ik neurowetenschappers weer laten zien wat voor psychische klachten breintrauma’s veroorzaken.”

Wat moet die kruisbestuiving opleveren?

“De komende jaren ga ik met mijn groep onder andere onderzoek doen naar cognitieve klachten — geheugen- en concentratieproblemen — bij mensen met een psychiatrische of neurologische aandoening. Dat soort mentale ongemakken komen bij veel ziektes voor. Depressie en psychose bijvoorbeeld, maar ook bij Parkinson, hersenletsel of na chemotherapie. Ik zou het fantastisch vinden als we deze patiënten in de toekomst een doeltreffende behandeling kunnen bieden om hun verstandelijke functies te verbeteren.”

Waarom bent u eigenlijk psychiater geworden, en bijvoorbeeld geen neurochirurg?

“Hersenonderzoek is mijn passie. Maar ik doe dat niet vanwege mijn interesse in het brein op zich. Het gaat mij om de mensen erachter, die daar hinder van ondervinden. De impact van een hersenaandoening is vaak gigantisch, voor patiënten én hun omgeving. Iemands stemming of persoonlijkheid verandert, of een ziekte tast het vermogen aan om te communiceren. Een breinprobleem raakt kortom aan je eigen ik, aan wie je bent, en heeft daarmee invloed op alles.”

Wat zijn we de afgelopen jaren over de oorzaak van psychiatrische aandoeningen te weten gekomen?

“Dat het afweersysteem een belangrijke rol speelt. Dat lijkt bij mensen met psychiatrische ziektes te scherp afgesteld, waardoor het sneller tot actie overgaat. Bij een stressvolle gebeurtenis kunnen de hersenen maar op één manier reageren, namelijk door de defensie op te schroeven. Dat gebeurt bij infecties, maar bijvoorbeeld ook bij verslaving, eenzaamheid, slaaptekort of trauma’s, zoals pesten of seksueel misbruik. Als zoiets op jonge leeftijd speelt, kan dat het risico op een psychiatrische stoornis later vergroten.”

Hoe werkt dat?

“Het heeft indirect te maken met de toegenomen hoeveelheid stresshormonen, die de afweer stimuleren. Het immuunsysteem voert indringers en rotzooi uit het brein af. Maar als dat overactief is, kan het ook nuttige hersenverbindingen opruimen. Bovendien zorgt het voor extra aanmaak van bepaalde eiwitten, die een direct effect hebben op de stemming, motivatie en energie.”

Om hier verder onderzoek te kunnen doen, bent u van Utrecht naar Groningen verhuisd. Een grote stap?

“Dat viel mee; mijn man werkte al jaren in Groningen, en een van onze twee kinderen studeert hier. Maar de sfeer is wel echt anders dan in de Randstad, veel opener en minder competitief. Mensen zoeken elkaar ook gemakkelijk op. Daardoor heeft het me niet veel moeite gekost om aansluiting te vinden. Ik zit hier helemaal op mijn plek.”

Wie is Iris Sommer?
Iris Sommer (1970), sinds 1 september 2017 werkzaam als hoogleraar psychiatrie bij de vakgroep neurowetenschappen in het UMCG, is gespecialiseerd in psychoses. In 2004 promoveerde ze cum laude op een onderzoek waarin ze aantoonde dat de taalgebieden van de rechterhersenhelft sterk actief zijn op het moment dat mensen met schizofrenie stemmen horen. In 2015 verscheen haar boek Haperende hersenen, waarin ze patiënten met ziekten als schizofrenie, Parkinson of een bipolaire of dwangstoornis een gezicht geeft en uitlegt hoe dit soort aandoeningen werken.

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.