“Herstellen van een depressie begint pas echt na de behandeling”

, door Theone Joostensz
foto: Shutterstock

Mensen die herstellen van een depressie vinden het vaak moeilijk om hun leven weer op te pakken. Ook lopen ze het risico opnieuw depressief te worden. Het programma STAIRS biedt mensen concrete handvatten om weer grip te krijgen én te houden op hun leven. 

Hoe doe je dat, verdergaan na een depressieve periode? Wat vertel je bijvoorbeeld aan je collega’s over je depressie? Hoe ga je om met situaties die jou eerder onderuit hebben gehaald?

Veerkracht vergroten

“Binnen de reguliere behandelingen is er niet altijd ruimte om uitgebreid op deze thema’s in te gaan, laat staan om ermee te oefenen”, zegt Robert Schoevers, hoogleraar Psychiatrie in het Universitair Centrum Psychiatrie van het UMCG.

“Terwijl het voor patiënten die herstellen van een depressie vaak pas echt begint als de behandeling is afgelopen. Want dan moeten ze het weer zelf doen. Daarom willen we patiënten die in de laatste fase van hun behandeling zijn, ondersteunen bij het weer oppakken van hun leven. Met behulp van het programma STAIRS willen we het functioneren van mensen en hun veerkracht vergroten. Zodat ze hun rol als ouder, partner, collega, vriend, en andere, weer kunnen oppakken, en niet terugvallen.”

Ervaringsdeskundigen

Binnen STAIRS, dat staat voor Storytelling and Training to Advance Individual Recovery Skills, is een belangrijke rol weggelegd voor ervaringsdeskundigen: mensen die hersteld zijn van een depressie en die vanuit hun eigen ervaringen kunnen bijdragen aan het herstel van anderen.

Docent-onderzoeker David Wedema is vanuit de Hanzehogeschool Groningen betrokken bij de ontwikkeling en uitvoering van STAIRS. “Wat dit programma zo uniek maakt, is dat we het samen met ervaringsdeskundigen ontwikkelen, en dat we de informatie ook zoveel mogelijk online aanbieden”, vertelt hij.

“Met dit laatste maken we het programma ook toegankelijker voor naasten van patiënten. Want we moedigen patiënten aan om hen erbij te betrekken. Zodat zij onderdeel zijn van hun netwerk waardoor ze er niet alleen voor staan.”

Vooral dóen

De thema’s die aan bod komen, zijn vastgesteld door de projectgroep bestaande uit ervaringsdeskundigen, familie-ervaringsdeskundigen, professionals en onderzoekers. Zo wordt vanuit verschillende kanten gekeken naar wat nodig is om het beoogde doel te halen. De projectgroep is onlangs gestart en zal in de periode tot en met december een programma van ongeveer acht modules ontwikkelen. Elke module bestaat uit in ieder geval één groepsbijeenkomst onder leiding van een ervaringsdeskundige en een professional.

Wedema: “We gaan niet alleen praten, maar vooral dóen. We ontwikkelen opdrachten zodat mensen door middel van bijvoorbeeld rollenspellen ervaren hoe het is om in gesprek te gaan over een bepaald thema en daar feedback op te krijgen. Zo kunnen ze die vaardigheden oefenen in een veilige omgeving en met de steun van de groep.”

Schoevers: “Ik zie een parallel met het model van de anonieme alcoholisten die elkaar steunen in hun gevecht tegen de collectieve vijand. Mensen zijn kwetsbaar om terug te vallen, maar voelen elkaar ook feilloos aan omdat ze door hetzelfde heen gaan.”

Regie voeren

Het gesprek aangaan met je omgeving is een van de moeilijkste dingen voor een herstellende patiënt. Schoevers: “Stel dat je terugkeert op je werk na zes maanden uit de roulatie te zijn geweest. Je wilt waarschijnlijk iets uitleggen over wat er met je is gebeurd, maar hoe ver ga je daarin? Je moet misschien aangeven dat je niet voor de volle honderd procent belastbaar bent. Maar je wilt er ook niet als een soort dumbo bij zitten aan wie niks gevraagd kan worden. Dan is het heel fijn als je daar zelf de regie over kunt voeren. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan.”

“Een ander voorbeeld: hoe ga je het gesprek aan met je partner? Misschien ben je wel hartstikke suïcidaal geweest en was je omgeving bang dat je jezelf iets aan zou doen. Wanneer ben je weer een gelijkwaardige partner, wanneer krijgt die er weer vertrouwen in? Want vergeet niet dat partners van mensen met een psychische stoornis heel zwaar belast zijn.”

Stigma

Het stigma op psychische stoornissen maakt het extra lastig om je leven weer op te pakken. Wedema: “Wat ik vaak hoor van mensen die een depressie hebben gehad, is dat praten over je ziekte een behoorlijk gevecht kan zijn. Het is nog best wel een taboe waardoor mensen het idee krijgen er alleen voor te staan, zwak te zijn, noem alle stigma’s maar op.”

Schoevers: “Daarom is het belangrijk om daar steun bij te krijgen. Er is al veel meer openheid in de samenleving over psychische stoornissen. Maar het gaat niet alleen om meer openheid; je moet er als (ex-)patiënt ook gewoon mee dealen in het dagelijks leven. Hoe maak je mensen weerbaar om zelf de regie te pakken? Ik denk dat dat de kwaliteit van leven van mensen kan verbeteren.”

Storytelling and Training to Advance Individual Recovery Skills (STAIRS) is een samenwerking tussen het UMCG en de Hanzehogeschool Groningen. MIND en AllesGoed zijn ook actief betrokken. Het programma wordt financieel ondersteund door Stichting tot Steun VCVGZ en het Agis Innovatiefonds. Komende maanden wordt het programma ontwikkeld, begin volgend jaar start er een pilot binnen het UCP. Binnen het STAIRS-programma wordt ook wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de effectiviteit van deze nieuwe methode op het functioneren en het risico op terugval. Als de methode succesvol blijkt, wordt het hele aanbod voor iedereen online beschikbaar gesteld.

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.