Het juiste medicijn voor iedere patiënt

, door Theone Joostensz
foto: Henk Veenstra

De helft van de mensen die een geneesmiddel krijgen voorgeschreven, gebruikt dit middel niet of niet goed. Dat heeft vaak negatieve gevolgen voor de kwaliteit van leven. Therapieontrouw kost de maatschappij bovendien onnodig veel geld, zeggen Jos Kosterink en Job van Boven van het UMCG.

Het overgrote deel van de medicijnen die artsen voorschrijven, werkt lang niet bij iedereen. Ongeveer de helft van de patiënten heeft er baat bij; de andere helft niet, of ondervindt alleen de bijwerkingen. Ook neemt wereldwijd maar liefst 50 procent van de mensen die medicijnen krijgen voorgeschreven, deze middelen niet of niet op de juiste manier in.

Deze zogenaamde therapieontrouw leidt in Europa, naar schatting van de OESO, jaarlijks tot 200.000 doden en 125 miljard euro aan kosten die voorkomen hadden kunnen worden.

Zorgwekkende getallen, aldus Jos Kosterink, hoogleraar Ziekenhuisfarmacie in het UMCG: “Het is heel belangrijk dat mensen het juiste geneesmiddel krijgen voorgeschreven en dat ze het ook trouw slikken, voor hun eigen gezondheid en welzijn.”

Kosterink ziet maar al te vaak dat een geneesmiddel niet werkt of onnodige bijwerkingen geeft. “Soms neemt de patiënt het middel niet terwijl de dokter in de veronderstelling is van wél. Die denkt dan dat het medicijn niet goed werkt en schrijft een extra middel voor. Terwijl dat dus helemaal niet nodig is en zelfs schadelijk kan zijn.”

Oorzaken therapie-ontrouw

Waarom zijn patiënten eigenlijk therapie-ontrouw? Volgens Kosterink zijn daar meerdere redenen voor: “Mensen vergeten eenvoudigweg om hun medicatie te slikken. Zeker als ze het effect ervan niet meteen merken, zoals bij cholesterolverlagers. Soms kost het innemen van een medicijn fysiek veel moeite.

“Denk bijvoorbeeld aan het correct inhaleren van een pufje tegen astma door middel van een inhalator. Als je niet diep genoeg of verkeerd inhaleert, dan komt het medicijn niet op de juiste plek in het lichaam terecht. Ook kan een geneesmiddel vervelende bijwerkingen geven, wat voor mensen een reden kan zijn om het niet te gebruiken.”

Een goede start is daarom heel belangrijk, zegt Kosterink: “Het begint allemaal bij de keuze voor het juiste geneesmiddel en het vaststellen van de juiste dosering. Want niet elk geneesmiddel werkt even goed bij iedereen. Hoe beter een medicijn is afgesteld op de individuele patiënt, hoe groter de kans dat hij het trouw en op de juiste manier blijft gebruiken.”

Medicijnen en je genen

Of een geneesmiddel wel of niet aanslaat, is onder meer afhankelijk van hoe je genetisch in elkaar zit: “Je genen bepalen of je lichaam een geneesmiddel traag of snel afbreekt. Als het medicijn langzaam wordt afgebroken, dan werkt het wel, maar heeft het waarschijnlijk ook meer bijwerkingen. Wordt het medicijn snel door je lichaam afgebroken, dan ervaar je geen bijwerkingen, maar wellicht doet het middel ook niets voor je.”

Daarom moet een patiënt zo optimaal mogelijk ‘ingesteld worden’. Dat wil zeggen dat de juiste dosering moet worden bepaald aan de hand van bloedonderzoek. Dit gebeurt in het laboratorium van de ziekenhuisapotheek waar bloed dat bij de patiënt is afgenomen, wordt onderzocht op de juiste concentratie van het geneesmiddel.

“Deze medicatiemeting gebeurt steeds vaker via de dried blood spot methode”, vertelt Kosterink, “ofwel de vingerprik. De patiënt neemt thuis een paar druppels bloed af bij zichzelf en laat deze vallen op een speciale bloedspotkaart die hij per post naar ons stuurt.”

Ondersteunen op afstand 

Universitair docent Job van Boven van het UMCG doet onderzoek op het gebied van doelmatig geneesmiddelengebruik. Zijn centrale onderzoeksvraag: hoe kunnen we ervoor zorgen dat patiënten én maatschappij zoveel mogelijk profijt hebben van de geneesmiddelen die worden voorgeschreven?

“We kijken onder meer naar hoe we patiënten het best kunnen ondersteunen op het gebied van therapietrouw”, zegt Van Boven. “Tegenwoordig gebeurt dit steeds meer digitaal, op afstand. Immers, in deze tijden van Covid komen veel patiënten niet meer zo vaak in het ziekenhuis of bij de dokter. We proberen mensen zo goed mogelijk in hun thuissituatie te ondersteunen. Bijvoorbeeld door geneesmiddelgebruik te verbinden met een app die herinneringen, feedback en motiverende berichten stuurt.”

Slimme vindingen

Therapietrouw is een ‘hot topic’. Het UMCG richtte het noordelijk Therapietrouw Expertise Centrum MAECON op en riep 18 november uit tot de Dag van de Therapietrouw. “Binnen MAECON werken verschillende disciplines samen aan een aantal innovaties om mensen te begeleiden bij goed geneesmiddelgebruik”, vertelt Van Boven.

“Zoals slimme inhalatoren of een slimme voorzetkamer die de patiënt helpen om op de juiste manier zijn pufje te nemen. Of een innovatief pilpotje dat de patiënt eraan herinnert dat het tijd is voor zijn medicijn. De patiënt ontvangt een herinnering op zijn telefoon. Als hij dat wil, dan ontvangt zijn arts een bevestiging van wanneer het medicijn is ingenomen.”

Niet om de patiënt te controleren, maar om proactief in te kunnen grijpen als het moet, benadrukt Van Boven: “Als je ziet dat iemand een medicijn niet of verkeerd inneemt, dan biedt dat opening voor een gesprek of een interventie. Waarom neemt iemand het middel niet in? Werkt het niet of geeft het bijwerkingen? Dan moet de dosering misschien omhoog of omlaag. Vergeet iemand het? Dan kan de partner misschien helpen. Is het te duur? Dan is er misschien een goedkoper alternatief.

“Het gaat ons om doelmatig geneesmiddelengebruik: hoe kunnen we geneesmiddelen persoonlijker voor de patiënt maken en daarmee effectiever, veiliger én kosten-effectiever?”  

Historische databank

Een nieuwe techniek die momenteel ontwikkeld wordt samen met hoogleraar bioanalyse bij het UMCG Daan Touw, is om de geneesmiddelenconcentratie te kunnen meten in het hoofdhaar van de patiënt.

“Dat doen we om te zien of iemand over een langere periode de juiste hoeveelheid van het middel binnenkrijgt zodat we de therapie kunnen optimaliseren”, zegt Van Boven. “Metingen in het bloed bieden slechts een momentopname. Je haar daarentegen is een soort microreservoir, een historische databank van alles wat er de afgelopen maand - of zelfs maanden -  in je bloed heeft gestroomd aan geneesmiddelen, metalen, et cetera.”

De techniek staat evenwel nog in de kinderschoenen. Zo wordt nog onderzocht in hoeverre de metingen worden beïnvloed door factoren als haarkleur en blootstelling aan uv-licht of haarverf. “Maar”, zegt de onderzoeker, “het is zeker een veelbelovende innovatie voor de toekomst.”

Kijk hier de Medische Publieksacademie ‘Het juiste geneesmiddel voor elke patiënt en het belang van goed en trouw slikken’ van dinsdag 16 maart terug.

 


 

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.