Het onbegrepen vrouwenhart

, door Marije van Beilen
foto: Antoinette Borchert

​Het mannenhart en het vrouwenhart zijn verschillend in hoe zij reageren op stress en ziekte. Tests om hartfalen bij mannen op te sporen werken niet altijd bij vrouwen. Hartfalen bij vrouwen wordt vaak niet opgemerkt en daardoor vaak niet goed behandeld. Daar moet verandering in komen, vond ook de Hartstichting , en trok daar ruim twee miljoen euro voor uit. Samen met vier andere Nederlandse universiteiten doet het UMCG de komende vijf jaar onderzoek naar het vrouwenhart.

Hartfalen is een aandoening waarbij het hart niet langer in staat is om voldoende bloed door het lichaam te pompen. Bij mannen wordt het hart dikker, en het kan zich niet meer helemaal dichtknijpen, waardoor het bloed niet goed rondgepompt wordt. Dit heet systolisch hartfalen. Vrouwen hebben vaker last van diastolisch hartfalen: het hart wordt stugger en kan minder goed ontspannen, er kan dan onvoldoende bloed in stromen. 

​​​Hart en vaten

Het hart en de bloedvaten zijn op elkaar afgesteld en moeten continu samenwerken. De gezondheid van de bloedvaten is daarom cruciaal voor het behouden van een gezond hart. Het hart faalt niet plotseling, maar het reageert op jarenlange stress vanuit het lichaam. Een bekend voorbeeld hiervan is de hoge bloeddruk: het hart moet veel harder pompen en raakt hierdoor uiteindelijk beschadigd. Torsten Plösch van de afdeling Verloskunde en Marijke Faas van Medische Biologie onderzoeken de cellen van de vaten: de zogenaamde vaatwandcellen, en zoeken naar verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke cellen. Hiervoor gebruiken ze de cellen uit de vaten van de navelstreng. Plösch: “Deze vaatwandcellen zijn door het kind aangemaakt, dus een deel van de navelstrengen is door jongens gemaakt en een deel door meisjes. Daardoor kun je mannelijke en vrouwelijke vaatwandcellen met elkaar vergelijken.” ​

Mannelijke en vrouwelijke cellen hebben​ wel vrijwel dezelfde genen, maar niet alle genen zijn altijd actief​​​​

Om het verschil tussen mannen en vrouwen op latere leeftijd te onderzoeken moet je bekijken hoe de mannelijke en vrouwelijke vaatwandcellen verschillend reageren op stressvolle omstandigheden gedurende het leven. "Stressvolle omstandigheden voor een cel zijn bijvoorbeeld een te hoog glucosegehalte bij diabetes, of een te hoge bloeddruk, of een giftige stof die door een bacterie in het lichaam komt. Als er een bedreigende stof in het bloed is terecht gekomen, dan zullen vaatcellen daarop reageren”, legt Faas uit. “De cel zal bijvoorbeeld een signaal afgeven waarmee hij zijn buurcellen kan waarschuwen, en hij moet zichzelf kunnen repareren als er iets beschadigd is. Wij voeren in ons lab eigenlijk een kunstmatige stress-test uit door stoffen aan de cel toe te voegen waarvan we weten dat deze de gezondheid van de cel bedreigen”, zegt Plösch. Naast onderzoek met de stress-test, doen Faas en Plösch ook onderzoek bij vaatwandcellen van muizen of ratten die zwangerschapsvergiftiging hebben gehad.

​​​Veranderingen aan het gen

Plösch bestudeert of de genen van de vaatwandcellen reageren op stress. “Mannelijke en vrouwelijke cellen hebben wel vrijwel dezelfde genen, maar niet alle genen zijn altijd actief. Voor de gezondheid van de cel is het belangrijk dat sommige genen aan staan, en andere juist uit. Als je de cel open maakt, kun je zien of de genen in de vrouwelijke vaatwandcellen anders gereageerd hebben op stressvolle omstandigheden dan die in de mannelijke vaatwandcellen. Bij de vrouwelijke cel zullen misschien andere genen aan of uit zijn gaan staan in reactie op stress.” Veranderingen in de activiteit van het gen kunnen vervolgens beschadigingen van het vaatstelsel veroorzaken en dat heeft weer invloed op het ontstaan van hartfalen.

​​Bloedtest

Plösch benadrukt: “Het mooie van labonderzoek met meerdere universiteiten tegelijk is dat we elkaars resultaten kunnen gebruiken. Als wij bijvoorbeeld een verandering ontdekken in een van de genen in de vaatwandcellen van muizen die zwangerschapsvergiftiging hebben gehad, kunnen de andere onderzoekers diezelfde genverandering weer onderzoeken bij weer andere soorten cellen in hun eigen laboratorium. Zo kunnen we in korte tijd veel meer te weten komen. De resultaten zullen mogelijk worden gebruikt om een bloedtest te ontwikkelen waarmee je gevaarlijke veranderingen in de genactiviteit eerder kunt opsporen. Als we hartfalen bij vrouwen eerder kunnen opsporen met een bloedtest, dan kunnen we het in de toekomst ook beter behandelen.”


Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.