Hoe behalen nationale teamsporten winst uit de wetenschap?

, door Eva Smidt
foto: Pixabay

Een gouden samenwerking tussen sport en wetenschap, dat is wat het nieuwe initiatief Team Up! wil bewerkstelligen. Michel Brink, universitair docent Bewegingswetenschappen in het UMCG en coördinator van het initiatief, en Richard Dik, projectcoördinator vanuit TeamNL, vertellen hoe deze samenwerking leidt tot een win-winsituatie.

Zeven nationale sporten – hockey, volleybal, beachvolleybal, handbal, korfbal, waterpolo en voetbal – hebben nu een nieuwe speler in het veld: de wetenschapper. Deze embedded scientist zorgt voor wetenschappelijke ondersteuning bij de teams. 

De onderzoeker verricht fysieke, technische, tactische en mentale metingen bij de sporters, verwerkt de verzamelde data en praat hierover met de coach. Dik: “We beginnen met de data die tot snelle prestatieverbeteringen kunnen leiden, zodat de coaches direct informatie hebben waar ze in de praktijk iets mee kunnen.”

GPS-hesje

Samenwerken is de essentie van Team Up!, een project dat afgelopen zomer opgetuigd werd. De samenwerking tussen het Centrum voor Bewegingswetenschappen Groningen van het UMCG en NOC*NSF/TeamNL moet zorgen voor goede contacten tussen sporters, coaches en wetenschappers.

“Wetenschappers zijn met financiële steun van het ministerie van VWS aangesteld om bij onze nationale ploegen aan de slag te gaan”, vertelt Richard Dik, die zelf ook als wetenschapper bij de Nederlandse Handbalacademie zijn handen uit de mouwen stak.

Het bepalen van de trainingsbelasting is een voorbeeld van een ingewikkeld vraagstuk dat bij de teamsporten speelt. Trainen doe je in een team, maar hoe zwaar is een training voor ieder individu? En hoe voorkom je overbelasting?

“Zelf doe je het misschien ook weleens: hardlopen of wielrennen met een GPS-horloge om je pols of een smartphone in je zak”, zegt Brink. “Dit is ook wat er gebeurt bij de topsporters. Ze dragen een hesje met een GPS-systeem en versnellingsmeters, die bijvoorbeeld de afgelegde afstand en het aantal sprintjes meet. Hierdoor krijg je per training een indruk van de belasting per individu in een team.”

Hoger kennisniveau

Uiteindelijk wil een coach natuurlijk dat zijn spelers zo fit mogelijk voor de dag komen tijdens een toernooi. In de aanloop naar zo’n moment is het daarom van belang dat de coach zijn spelers kan volgen. Hier komt soms het spanningsveld tussen de clubcompetitie en het nationale programma om de hoek kijken.

“Logistiek gezien is het onmogelijk om bijvoorbeeld de Nederlandse hockeydames de hele week samen te laten trainen, omdat zij ook intensief trainen bij hun eigen clubs”, legt Dik uit. “Daarom zijn ze bij het hockey al zo ver dat de metingen van de verschillende spelers niet alleen plaatsvinden tijdens de trainingen van het nationale programma, maar ook tijdens de clubtrainingen.”

Om zulke kennis en ervaringen tussen sporten uit te wisselen, heeft Team Up! een landelijk kennisnetwerk opgebouwd. “De embedded scientists van de nationale ploegen en bewegingswetenschappers van nationale kennisinstellingen komen eens in de zes weken samen”, vertelt Brink. “Tijdens deze bijeenkomsten leren ze van elkaar en kijken ze hoe de teams een nóg hoger kennisniveau kunnen bereiken.”

Win-win-winsituatie

De vergelijking tussen geneeskunde en topsport is makkelijk te maken. “Een arts maakt gebruik van de wetenschap om tot een juiste diagnose en effectieve behandeling te komen. Voor een sportcoach geldt hetzelfde. Door grondige analyses maakt de coach een prestatieprofiel, waaruit een passend trainingsprogramma voortvloeit", aldus Brink.

Maar hoe speelt de topsport in op de wetenschap van het aantal gemeten sprintjes bij een hockeyer? “De onderzoeksresultaten kunnen voordeel opleveren tijdens wedstrijden”, noemt Dik als voorbeeld. “Denk aan wisselstrategieën: hoeveel rust heeft iemand nodig? Kan ik de spits langer laten spelen, of wissel ik een middenspeler sneller door?”

Zeker op doorslaggevende momenten is de afweging tussen belasting en herstel cruciaal. “In het vierde kwart van een hockeywedstrijd tijdens de finale van de Olympische Spelen wil je als coach natuurlijk de beste spelers kunnen opstellen”, voegt Brink toe.

De start van Team Up! maakt het mogelijk om op meerdere plekken winst te behalen. Sporters, coaches, embedded scientists en bewegingswetenschappers verwerven nieuwe wetenschappelijke kennis, delen deze met elkaar en passen deze toe in de sportpraktijk.

Ook krijgen masterstudenten van bewegingswetenschappen een unieke opleidingservaring door stage te lopen bij de embedded scientists van de nationale teams. Zo profiteren sport, wetenschap en onderwijs van elkaar: een win-win-winsituatie.

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.