Hoe is het nu met de te vroeg geboren baby’s van toen?

, door Marjolein te Winkel
foto: Henk Veenstra

Als jonge kinderarts deed Arie Bos in de jaren negentig onderzoek naar de ontwikkeling van te vroeg geboren baby’s. Hoe gaat het nu, ruim twintig jaar later, met de baby’tjes van toen? Omdat te onderzoeken heeft Bos, inmiddels hoogleraar kindergeneeskunde, de geneeskundestudent en promovendus Sahar Salavati aangesteld.

Hoe ontwikkelen te vroeg geboren baby’s zich? Dat vroeg de Oostenrijkse ontwikkelingsneuroloog Heinz Prechtl zich al in de jaren zestig van de twintigste eeuw af. “Hij was een van de eersten die de betekenis van bewegingen bij baby’s onderzocht”, vertelt Arie Bos.

Als jonge kinderarts op de afdeling neonatologie kreeg Bos interesse in het werk van Prechtl, die in Groningen een aanstelling had. Zodoende kon hij promotieonderzoek doen naar de bewegingen van te vroeg geboren baby’s.

Fidgety bewegingen

“Alle baby’s maken bepaalde bewegingen die horen bij hun ontwikkeling. Eerst zijn dat vloeiende, vrij grove bewegingen, en als baby’s wat ouder zijn worden die bewegingen kleiner, en onrustiger, enigszins dansachtig. We noemen dit dan fidgety bewegingen.” Die bewegingen vallen alleen op als je weet waar je op moet letten.

Bos onderzocht als promovendus of baby’s die veel te vroeg geboren waren, dezelfde spontane bewegingen maakten, en of zij zich dus goed ontwikkelen. Om dit goed te kunnen zien, filmde hij de baby’s op verschillende momenten in hun jonge leven.

“Ik concludeerde dat deze bewegingen samenhingen met de ontwikkeling van de zenuwbanen die met zintuiglijke waarneming en motoriek te maken hebben en dat ze belangrijk zijn voor de ontwikkeling van de hersenen”, vertelt hij.

“Bij kinderen bijvoorbeeld die voor de geboorte in groei zijn achtergebleven, zijn de bewegingen in slow motion.”

Met name de bewegingen rond 3 maanden zijn belangrijk om te zien of een baby zich goed ontwikkelt. Bos: “Ontbreken de fidgety bewegingen, dan is het risico dat het kind spastisch wordt groter.”

Jongvolwassenen

Zo nieuw als zijn onderzoek destijds was – ook het maken en bestuderen van videobeelden was niet vaak gedaan – zo geaccepteerd zijn de uitkomsten van zijn onderzoek inmiddels. “Het controleren van afwijkende patronen in de bewegingen bij baby’s van drie maanden is inmiddels een van de beste manieren om ontwikkelingsproblemen te diagnosticeren. Dat is wereldwijd aangenomen.”

De te vroeg geboren baby’s van toen, aan wie we deze kennis te danken hebben, zijn nu jongvolwassenen. Bos: “We zijn benieuwd hoe het met ze gaat, en hoe ze zich hebben ontwikkeld. Daarom hebben we een nieuw onderzoek opgezet en hebben we de tachtig kinderen van toen uitgenodigd om hieraan deel te nemen.”

Dat onderzoek is deel van het promotieonderzoek van geneeskundestudent Sahar Salavati. “We willen graag weten of vroeggeboorte ook op latere leeftijd impact heeft. Daarvoor willen we van alles van ze weten: hoe ze nu in hun dagelijkse leven functioneren, zoals opleiding, werk en sociale contacten. We vragen elke deelnemer om een leeftijdsgenoot mee te nemen, iemand die niet te vroeg is geboren. Zij fungeren als controlegroep.”

Tests, puzzels en spelletjes

Bos en Salavati nemen verschillende neuropsychologische tests af in de vorm van puzzels en spelletjes ontwikkeld om onder meer het geheugen te testen. Salavati: “We willen er graag achter komen hoe deze mensen zich hebben ontwikkeld. We weten dat te vroeg geboren kinderen zich soms op bepaalde gebieden beter ontwikkelen dan op andere. Dat bleek ook uit het onderzoek dat ruim tien jaar geleden met deze groep is gedaan, toen zijn ze getest op IQ, hun taal- en ruimtelijk inzicht.”

Dat waren destijds kinderen in de leeftijd van 8 tot 11 jaar. “We zagen bijvoorbeeld dat een van de kinderen, een elfjarige, niet goed kon meekomen en advies kreeg voor beroepsonderwijs”, vertelt Bos.

“Maar uit onze tests bleek juist dat dit kind verbaal heel goed was, maar motorisch niet – en dan is beroepsonderwijs geen geschikte keuze. Hij is uiteindelijk tolk/vertaler geworden.”

Het onderzoek van tien jaar geleden was een tussentijdse stand van zaken. “Het is natuurlijk heel interessant om te zien hoe zij zich verder ontwikkeld hebben, en of dat wat we tien jaar geleden zagen nog altijd geldt”, zegt Bos.

Die kennis over de ontwikkeling op de lange termijn kan ook helpen om op tijd te kunnen ingrijpen wanneer een te vroeg geboren baby zich niet goed lijkt te ontwikkelen.

“Hoe eerder je ingrijpt, hoe meer effect het heeft”, zegt Salavati, “bijvoorbeeld met fysiotherapie, om de cognitieve ontwikkeling te stimuleren. Daarmee wordt een compensatiemechanisme in de hersenen aangesproken, waardoor baby’s zich toch goed ontwikkelen. Dan stimuleer je wat normaal gesproken vanzelf gaat.”

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.