Hoe schaats je een snelle 1500 meter?

, door UMCG
foto: Wikipedia

Een diepe zit, een goede afzet en vooral: een goed opgebouwde race, met een hogere snelheid in het midden van de race. Dat zijn de ingrediënten van een snelle 1500 meter, blijkt uit onderzoek van bewegingswetenschapper Inge Stoter van het UMCG, die op 2 maart promoveert.

Nederlanders doen al jaren mee in de wereldtop van het schaatsen. Maar hoe komen ze daar? In haar proefschrift ging Inge Stoter na hoe junioren in de leeftijd van 13 tot 19 jaar zich ontwikkelden richting de top – dat wil zeggen: iedereen die binnen 10 procent van het geldende wereldrecord schaatst op een laaglandbaan.​​

Bij de vrouwen is dat wereldrecord sinds 10 maart 2019 1.49,83, gereden door de Japanse Miho Takagi. Bij de mannen schaatste de Nederlander Kjeld Nuis op diezelfde dag een wereldrecord van 1.40,17. Binnen 10 procent van deze tijd schaatsen betekent dat vrouwen de 1500 meter binnen ongeveer 2 minuten moeten schaatsen, en mannen binnen 1 minuut en 50 seconden.

​Prestaties toppers op juniorenleeftijd

Voor haar onderzoek analyseerde Inge Stoter bij alle 63 vrouwen en 100 mannen die tussen 1993 en 2013 de top hebben gehaald in Nederland, de prestatieontwikkeling van hun 13e tot hun 26e. Alle prestaties zijn weergegeven als percentage van het wereldrecord, zodat de gegevens bruikbaar zijn voor toekomstige generaties. Om de ontwikkeling van de schaatsprestaties te verklaren, bracht Stoter de indeling van de race, techniek en spiervermoeidheid in kaart.

 


​Snelheid vasthouden

Uit het onderzoek van Stoter bleek dat beter presterende junioren hun snelheid in het midden van de race beter kunnen vasthouden. Voor een goede 1500 meter-race is het belangrijk om in de een na laatste ronde, tussen de 700 en 1100 meter, de snelheid zo veel mogelijk vast te houden en niet te veel snelheid te verliezen. Dit is samen met een relatieve langzame start van belang voor een goede 1500m-prestatie in het schaatsen.

Topschaatsers bouwen hun race op deze manier op. Stoter laat zien dat de opbouw van de race bij junioren verandert tussen hun 13e en 19e. Bij alle junioren ontwikkelt de opbouw van hun race zich richting een relatief sneller middengedeelte en een relatief langzamere start. De junioren die uiteindelijk het best presteren, ontwikkelen zich daarbij meer richting de opbouw van een race van de senioren topschaatsers, dan de minder presterende junioren.

​Goede schaatstechniek op 1500 meter

Verder blijkt uit haar onderzoek dat de schaatstechniek gedurende de 1500m verslechtert; dit geldt voor alle schaatsers en is onafhankelijk van het prestatieniveau. De snellere schaatsers houden tijdens de race een betere techniek, met lagere knie- en afzethoeken dan de langzamere schaatsers.

​Begeleiding junioren naar de top

Volgens Stoter is de individuele weg naar de top voor iedereen anders, maar kan haar poefschrift gebruikt worden om wetenschappelijk onderbouwde begeleiding te bieden aan de huidige en toekomstige junioren. Zij maakte op basis van haar onderzoek speciale tools die coaches kunnen gebruiken om de prestatie-ontwikkeling van hun pupillen te vergelijken met de voormalige schaatstop. Dit draagt bij aan de opleiding van de toekomstige topschaatsers op de 1500m.

Over de onderzoeker
Inge Stoter (1987, Eindhoven) studeerde bewegingswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen en specialiseerde zich in sportwetenschappen. Zij deed haar onderzoek bij onderzoeksinstituut SHARE van het UMCG. Klik hier om haar proefschrift​ 'Staying on track. The road to elite performance on the 1500m speed skating' te lezen. Na haar promotie blijft zij werken als manager van Innovatielab Thialf.​​

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.