Honderd jaar dermatologie: na een valse start groot geworden

, door Diane Romashuk

​In de kelder van het UMCG opende een eigenzinnige professor exact honderd jaar geleden een kleine, dermatologische kliniek. Nu geldt de in blaarziekten en arbeidsgerelateerde huidziekten gespecialiseerde afdeling als een internationaal erkend expertisecentrum. Wat daarvoor nodig was, beschrijven hoofd Marcel Jonkman en medisch historicus Peter Verhoef in het jubileumboek Vallen en Opstaan.

Van eczeem, acne en cellulitis tot gordelroos en gonorroe: zo’n 25.000 patiënten met huid- en geslachtszieken bezoeken jaarlijks de afdeling dermatologie van het UMCG. Toch telt de kliniek maar zes bedden. Alleen voor patiënten met een zeer ernstige blaarziekte is opname nog nodig, het gros is met een dagbehandeling geholpen. Een heel verschil met het begin van de vorige eeuw.

Een ware martelg​ang voor patiënten

Destijds kwamen vooral vrouwen met geslachtsziekten als syfilis bij de kliniek. “De schippers uit de haven brachten meer dan alleen handelswaar naar de stad”, verklaart de auteur van het jubileumboek, afdelingshoofd en hoogleraar dermatologie Marcel Jonkman dat subtiel.

"Vroeger werden patiënten met gonorroe​ geregeld door potige verplegers vastgehouden als hun urinebuis met een ballonspuit werd doorgespoeld"​

Veel konden de dokters niet voor deze vrouwen en andere patiënten met huid- en geslachtsziekten doen. “Antibiotica bestonden niet en van de oorzaken achter de tierende ziekten hadden de artsen nog geen idee. Eindeloos op bed liggen, schoonmaken, zalfjes smeren of röntgenbehandeling met chemische middelen als kwik was alles wat ze konden voorschrijven.”

Voor patiënten kwam dat soms neer op een ware martelgang. “Kinderen met huidziektes en jeuk kregen kokers om hun armpjes tegen het krabben. Van de geslachtsziekte gonorroe ben je tegenwoordig met één tabletje verlost, maar toen werden geregeld potige verplegers ingezet. Zij moesten de patiënten bedwingen als hun urinebuis met een ballonspuit en veel kracht werd doorgespoeld.”

Elke professor zijn eigen strij​​​d

Pas in de tweede helft van de twintigste eeuw veranderde dit. De dermatologie kon meeprofiteren van extra (overheids)gelden voor medische staf en onderzoek. En van wetenschappelijke ontdekkingen. Jonkman: “De vondst van DNA in de jaren ‘50 heeft bijvoorbeeld gentherapie voor huidziekten opgeleverd. In de jaren ’70 zijn belangrijke antistoffen gemaakt voor diagnose.”

Vallen en Opstaan duidt vooral op strubbelingen die de afdelingshoofden moesten ondergaan voor de Groningse dermatologie. Jonkman: “Elke professor heeft zijn eigen strijd geleverd. Het begon zelfs met een valse start.”

​Kliniek in de kelder

De afdeling werd in 1913 opgericht met de benoeming van Rutger Adolf Reddingius tot eerste hoogleraar van de leerstoel voor huid- en geslachtsziekten. “Hij wilde docent zijn combineren met het behandelen van patiënten. Maar Reddingius was van huis uit patholoog, en die mochten van de wet niet met patiënten werken. Van het ziekenhuisbestuur kreeg hij alleen de kliniek in de kelder. Zonder bedden. Dan tel je niet echt mee.”

Johan Wilhelm van der Valk, die hem in 1924 opvolgde, was wel dermatoloog. Hem lukte het om het eerste eigen onderkomen voor de afdeling te bouwen, met een toegangspoort bekleed met klimop waarlangs patiënten ongezien binnen konden glippen. Veel meer successen waren hem niet gegund: vijf jaar na zijn aanstelling overleed hij.

Ingelijfd door de ​​Duitsers

Zijn opvolger, de Duitser Emile Friedrich Zurhelle, kwam tijdens de Tweede Wereldoorlog in een benarde positie terecht. “In de laatste twee weken werd hij ingelijfd bij de Wehrmacht. Toen de Canadezen de stad binnenvielen is hij met de Duitsers vertrokken en nooit meer teruggekeerd.”

In de decennia daarna vergaat het de hoogleraren dermatologie beter. Ze weten hun plek langer te bezetten, zien het patiëntenaantal groeien en krijgen een grotere kliniek met zestig bedden en een laboratorium. Met eigen ontdekkingen maken ze de UMCG-afdeling groot op het gebied van eczemen en (contact)allergieën.

​​​Speerpunt blaarziekten

Sinds 2003 is Jonkman zelf het afdelingshoofd. Hij bracht een nieuw speerpunt mee: blaarziekten. “Dit zijn erfelijke of auto-immuunziekten waardoor mensen een breekbare huid krijgen. Soms, zoals bij het zeldzame Epidermolysis Bullosa (EB), is een lichte aanraking al genoeg om een blaar te veroorzaken. De bestrijding is mijn passie, ik zit al mijn hele carrière in de blaren.”

Aansluitend bij het Healthy Ageing-thema van het UMCG wordt op de afdeling nu onder meer de ontwikkeling van blaarziekten bij ouderen onderzocht.

Kenniscentrum

Door de specialisatie in blaarziekten groeide de UMCG-afdeling dermatologie uit tot kenniscentrum van Nederland, ook mag het zich tot de internationale spelers rekenen. “We werken bijvoorbeeld aan stamceltherapie van stukjes eigen, goede huid. Iets waaruit in de toekomst nog veel te halen valt.”

Daarnaast gaat de Groninger dermatologie zich meer richten op huidkanker. “De epidemie van huidkanker is begonnen met de baby-boomers die zonder bescherming veel in de zon hebben gelegen in de jaren ’70 en ’80. De gevolgen zien we nu.”

“Al met al is de dermatologie na 100 jaar geen klein vak meer”, concludeert Jonkman. “Maar een visitekaartje van het UMCG.”

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.