Hygiëne en je weerstand: hoe zit het nu precies?

, door Theone Joostensz
foto: Pixabay

We hebben mondkapjes gedragen, houden afstand en wassen veelvuldig onze handen, allemaal om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Maar wat doen die hygiënemaatregelen eigenlijk met je weerstand? Die gedijt toch bij een beetje viezigheid? Volgens Jon Laman, hoogleraar immunologie in het UMCG, is dat een misverstand.

Goed voor de weerstand, zeggen we als een kind iets van de grond raapt en het in zijn mond stopt. In die uitspraak zit wel een kern van waarheid. Om een goed immuunsysteem te ontwikkelen, moeten jonge kinderen in aanraking komen met veel verschillende soorten micro-organismen zoals bacteriën, virussen en schimmels. Op die manier leert hun lichaam welke vreemde stoffen wel, en welke niet gevaarlijk zijn en of het afweersysteem in actie moet komen. Die blootstelling aan microben vindt gewoon in de eigen omgeving plaats, via de voeding en het contact met gezinsleden en huisdieren.

Buiten spelen

“Het is ook heel belangrijk dat kinderen buiten spelen zodat ze in contact komen met de juiste microben”, zegt Jon Laman, werkzaam op de afdelingen Biomedische Wetenschappen van Cellen en Systemen en Pathologie en Medische Biologie. “Het microbioom, de verzameling micro-organismen die we allemaal met ons meedragen en die het immuunsysteem ondersteunt, wordt daardoor heel divers. Een toonaangevend Amerikaans tijdschrift publiceerde recentelijk een onderzoek waaruit bleek dat het microbioom van kinderen die regelmatig naar buiten gaan veel rijker is dan dat van kinderen die altijd binnen zitten.”

Hondenpoep en blauwalg

Dus: in de zandbak spelen? Ja! Maar niet in een zandbak met hondenpoep waar gevaarlijke ziekteverwekkers in zitten. “Hier in Groningen gaan we lekker buiten zwemmen in het Paterswoldsemeer. Maar niet als er een waarschuwing voor blauwalg geldt. Je moet altijd je gezond verstand blijven gebruiken.”

Een smerige omgeving waar gevaarlijke bacteriën en andere ziekteverwekkers de overhand hebben, is dus niet goed voor onze gezondheid. Maar een steriele omgeving is dat ook niet omdat je dan onvoldoende blootgesteld wordt aan de juiste micro-organismen. Onderzoeken laten zien dat kinderen die opgroeien in een extreem schone omgeving meer kans hebben op het ontwikkelen van allergieën; onnodig heftige reacties van het immuunsysteem op een ongevaarlijke stof.

Wat is dan de gulden middenweg? Minder vaak handen wassen om je immuunsysteem te versterken? “Nee”, zegt Laman, “het is echt een misverstand om te denken dat dat goed voor je is. Persoonlijke hygiëne, dus je handen wassen nadat je naar de wc bent geweest of voordat je een maaltijd bereidt of gaat eten, is heel erg belangrijk om het verspreiden van ziekten tegen te gaan. Dat moet je ook vooral blijven doen.”

Een ander soort hygiëne

Naast persoonlijke hygiëne bestaat er nog een ander soort hygiëne die een nog veel grotere rol speelt bij de vorming van ons microbioom en de ontwikkeling van ons immuunsysteem. In een onlangs gepubliceerd artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Evolution, Medicine, and Public Health noemen Laman en zijn Amerikaans mede-auteurs dit ‘systeemhygiëne’.

Daarmee bedoelen zij zaken als een gesloten rioleringsstelsel, waterzuiveringssystemen en de strenge hygiëneregels rondom voedselverwerking. Factoren die wij in Nederland en in andere landen met hoge inkomens zo vanzelfsprekend vinden dat we ze niet eens meer opmerken. Maar die er wel voor hebben gezorgd dat wij niet meer massaal ten prooi vallen aan besmettelijke ziekten als tyfus, cholera en dysenterie die in lagelonenlanden nog volop kunnen voorkomen.

“Mensen die in de jaren vijftig in Nederland zijn opgegroeid, kunnen zich vast nog wel het verschijnsel ‘wormen in de ontlasting’ herinneren”, zegt Laman. “Het was toen heel normaal dat kinderen wormpjes hadden. Als gevolg van de sterk toegenomen systeemhygiëne komt dit nu amper meer voor.”

Nuttige beestjes

De keerzijde van de medaille is dat onze goede systeemhygiëne er ook voor heeft gezorgd dat we nu bepaalde nuttige beestjes missen in onze darmen, zoals helminthen, goedaardige wormpjes, waardoor we meer risico lopen op het ontwikkelen van auto-immuunziekten, allergieën en zelfs depressies. In eerder genoemde lagelonenlanden maken deze darmwormpjes nog wel vaak deel uit van het microbioom. Daar komen auto-immuunziekten en allergieën minder vaak voor.

Feit is dat systeemhygiëne onze maatschappij veel heeft gebracht, en we kunnen en willen niet meer zonder. Maar hoe krijgen we bepaalde nuttige microben zoals helminthen weer terug in ons microbioom? Laman: “Er zijn wetenschappers die onderzoeken hoe we dit alsnog voor elkaar kunnen krijgen. Hetzij in de vorm van een pilletje, hetzij als levend beestje. Dat laatste klinkt niet iedereen erg aanlokkelijk in de oren, maar er zijn beestjes die zich niet in de darm vasthechten, en er ook niet levend uitkomen. Het is dus goed dat er verschillende oplossingen worden onderzocht. Daar zijn we nog lang niet mee klaar.”

Meer lezen
Jon Laman is een van de vier auteurs van het artikel ‘Between a hygiene rock and a hygienic hard place’ dat onlangs gepubliceerd werd in het wetenschappelijke tijdschrift Evolution, Medicine, and Public Health. Lees hier het artikel.

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.