"Iets met een balletje vind ik leuk"

, door Jeanine Bronsema
foto: Henk Veenstra

Wat met een opleiding tot gymleraar begon, mondde uit in ee​n speciaal voor hem gecreëerd hoogleraarschap. Koen Lemmink richt zich als hoogleraar Sport, Prestatie en Innovatie op topsport en onderzoekt hoe ver een sporter moet en kan gaan om een topper te worden.​

Van gymdocent tot hoogleraar, hoe is dat zo gekomen?

"Ik begon op de Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO). Dat was niet echt een bewuste keus; ik vond sporten wel leuk, was er goed in en een paar vrienden gingen de ALO ook doen. Niet echt een bewuste keus dus, maar ook niet heel raar. Tijdens de ALO werd mijn interesse gewekt in de achtergrond en theorieën over sport. Maar kritische vragen werden vaak afgedaan met 'dat is nu eenmaal zo'. Ik wilde juist meer weten en begrijpen van wat zich afspeelt op het veld of tijdens een race. Het bleek dat veel van die kennis er nog niet was."​​
"Uiteindelijk ben ik terechtgekomen op de plek waar mijn hart ligt: in onderzoek naar sport."​

​"Toen de universiteit met de opleiding bewegingswetenschappen begon, triggerde mij dat. Dat was wat ik zocht. Na mijn opleiding kon ik bij de universiteit blijven werken om onderzoek te doen naar het meten van fitheid bij ouderen. Over dat onderwerp heb ik wel even getwijfeld, ik had toch meer met sport. Maar ik heb er jaren met veel plezier aan gewerkt en ben er ook op gepromoveerd."  

​"Maar uiteindelijk ben ik terechtgekomen op de plek waar mijn hart ligt: in onderzoek naar sport. Ik vond dat dat te weinig werd gedaan, dus ben ik dat met collega's gaan ontwikkelen."

Hoe bevalt het hoogleraarschap?​

"Het is een veelzijdige baan met afwisseling tussen onderzoek en onderwijs. Ik vind het leuk om nieuwe dingen ​​​te ontwikkelen, creatief te zijn en na te denken over waar het naar toe moet. Ik barst altijd van de ideeën."

"Ik richt me op prestatiesport en dan vooral teamsport, omdat teamsport unieke elementen heeft die interessant zijn voor onderzoek. Het gaat dan over presteren op het moment dat het erop aankomt, tijdens de wedstrijd. Wat heeft een sporter precies nodig, hoe en hoeveel moet hij trainen om die prestatie te kunnen leveren?. Dat is best complex."

​"Het model belasting en belastbaarheid is daarbij heel belangrijk. Op het moment dat hier evenwicht in is, kan iemand goed presteren. Maar als de belasting hoger is dan de belastbaarheid en de balans dus verstoord is, raakt een sporter misschien overtraind of geblesseerd. Dat hoeft niet door de training te komen, psychologische of sociale problemen kunnen die balans ook verstoren."

Waarom de interesse in topsport?​​

"Het mooie bij topsporters is dat zij altijd die grens opzoeken om nog verder vooruit te gaan. Tot ze erover heen gaan en dan gaat het mis. Daarom is topsporten lang niet altijd gezond. Maar het leert je wel waar de grens ligt. Het is interessant om daar kennis over te ontwikkelen en te onderzoeken hoe sporters zo goed mogelijk topsport kunnen beoefenen."

​"Ik kijk vaak naar sport en vraag me dan af hoe mensen op een bepaald moment een ultieme prestatie kunnen leveren. Daar ben ik door gebiologeerd. Maar het is lastig onderzoek, want de absolute topsporters krijg je niet zomaar mee. Die willen misschien wel meewerken in de vroege voorbereiding of in een niet-olympisch seizoen, maar als het er echt op aankomt, zijn ze gericht op hun eigen prestatie, niet op mijn onderzoek."

Is uw onderzoek ook interessant voor een gemiddelde sporter?

​"Door naar die topsporters te k​ijken, kunnen we ook kennis ontwikkelen voor recreatiesporters. Veel ideeën ontstaan bij de topsport. Bijvoorbeeld het meten van de hartslag. Dat begon bij een paar gekke triatleten die hun hartslag wilden meten. De gemiddelde sporter dacht daar niet over na. Nu heeft iedereen een app op zijn telefoon of een hartslagmeter. "

​"We kunnen ook de recreatiesporters kennis meegeven over belasting en belastbaarheid en hoe ze gezond kunnen sporten. Dit kan voorkomen dat sporters geblesseerd raken en niet meer goed kunnen sporten."

U bent beroepsmatig bezig met sport, hoe zit dat privé?​​

"Iets met een balletje vind ik erg leuk. Zo heb ik altijd gevoetbald, tot ik geblesseerd raakte aan mijn voorste kruisband. Ik heb ook een tijdlang getennist. De laatste jaren ben ik meer met duursport bezig, zoals fietsen. Maar nog steeds prestatiegericht; ik stel mezelf altijd doelen."

​​​"Ook als ik sport kijk ben ik denk ik anders dan een neutrale toeschouwer. Ik probeer er altijd achter te komen hoe het komt dat iemand zo goed is. Daar word ik zelf ook wel eens gek van, maar ik kan het niet zomaar uitschakelen. Creatief en nieuwsgierig zijn, achterhalen hoe het is, dat zit nu eenmaal in mijn systeem."

Wat wilt u nog graag bereiken?​​​​

"Ik denk dat we in de sport meer moeten samenwerken met andere faculteiten. Iemand met een andere achtergrond komt vaak met andere theoretische principes. Op die manier kunnen we van elkaar leren. Daarom hebben we ook het Sport Science Institute Groningen opgericht met meerdere organisaties. Ook meer samenwerking met de sportpraktijk is belangrijk. Er zit meer kennis in de boeken dan je daadwerkelijk op het sportveld ziet. Ik wil graag de kennis die we opdoen vertalen naar de sporters. Wat dat betreft zit ik hier de komende jaren nog prima op mijn plek."

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.