Is de behandeling in het belang van het kind?

, door Helma Erkelens
foto: Shutterstock

​Kan een te vroeg geboren kind gezond opgroeien? En hoe kun je daar direct vanaf de geboorte al voor zorgen, als het in de couveuse aan allerhande slangetjes ligt? Volgens de arts-onderzoekers van de afdeling Neonatologie van het Beatrix Kinderziekenhuis is het voorkomen van hersenschade de sleutel. Dreigende hersenschade kan worden opgespoord met een nieuwe, mede in Groningen ontwikkelde techniek die het zuurstofgehalte in het hersenweefsel meet.

Baby’s kunnen steeds vroeger in leven blijven. Een kindje van 24-25 weken is al geen uitzondering meer, al is de overlevingskans beperkt. Na zo’n korte zwangerschapsduur zijn de vitale organen nog niet voldoende ontwikkeld. Longen, nieren, maag, darmen, hersenen… ze zijn nog onrijp. “Zonder intensieve zorg zouden deze kinderen overlijden”, stelt hoogleraar kindergeneeskunde Eduard Verhagen vast. 

"Een pasgeborene geeft geen antwoord op je vragen"​

“Maar de keus om ze in leven te houden moet je steeds opnieuw legitimeren, want met het verlenen van zorg brengen we ook schade toe. Die kan gering zijn, maar het kan ook gaan om zeer ernstige lichamelijke en verstandelijke beperkingen. De vraag is dus steeds weer: weegt de schade op tegen het vooruitzicht van het kind? Want je wilt dat de kans zo klein mogelijk is dat het kind de rest van zijn leven nadelige gevolgen ondervindt. Waarom geven we deze medische behandeling? Waarom gaan we er mee door? Hebben we daar genoeg redenen voor? Dat moeten we ons iedere keer weer afvragen.”

​​​Min​​der prikken

​​Het meest kritieke en kwetsbare orgaan van te vroeg geboren kinderen zijn de hersenen. Het onderzoek van het Beatrix KinderZiekenhuis richt zich vooral op de factoren die de ontwikkeling van de hersenen bedreigen en hoe dat tijdig gesignaleerd kan worden. Diagnostiek die bij volwassenen wordt toegepast, is vaak niet geschikt. Bos: “Een pasgeborene geeft geen antwoord op je vragen en je wilt zo’n kwetsbaar kind met een heel dun huidje ook niet steeds prikken om de bloedwaarden te onderzoeken. Het moet ook niet steeds in de MRI voor hersenonderzoek, daar is het gewoon te ziek voor.” Samen met zijn team ontwikkelt hij een manier om óp – in plaats van in – het lichaam te meten hoe het met de ontwikkeling van de ​hersenen en andere kwetsbare organen gaat. Dat gebeurt via een plakker die de hoeveelheid zuurstof meet in weefsel. “Hersenen zijn heel gevoelig voor zuurstofgebrek, met name in deze eerste fase. Als door een aandoening de bloedsomloop naar de hersenen minder dreigt te worden, kun je dat via zo’n zuurstofmeter op tijd ontdekken en er wat aan doen. Je kunt ook meten of een bepaalde behandeling extra schade geeft. Teveel beademen kan bijvoorbeeld leiden tot ‘hyperventilatie’, zoals bekend bij volwassenen. Een baby kan niet zeggen, ‘dokter ik word een beetje licht in mijn hoofd’, maar via zuurstofmeting krijg je wel een stevig vermoeden. Pas dan ga je bloed prikken, en stel je de beademing zo nodig bij.”

​Leve​​nsbedreigend

Er kan nog veel meer gesignaleerd worden met zuurstofmeting. Ontstekingsactiviteit bijvoorbeeld, een andere risicofactor voor de ontwikkeling van de hersenen en andere organen. Een infectie die alleen bij te vroeg geboren kinderen voorkomt, is een levensbedreigende darmontsteking. “Voordat die ontsteking ontstaat, is het zuurstofgehalte in de darmpjes heel laag. De volgende stap is onderzoeken wat we er aan kunnen doen. Onze conclusie is heet van de naald: op een eerder moment dan nu even geen voeding geven, bijvoorbeeld.” Zuurstoftekort is een van de vele risicofactoren voor darmontsteking. Verhagen: “Niet alle te vroeg geboren kinderen krijgen een darmontsteking. Wie wel en wie niet, en waarom? Ook daar doen we onderzoek naar. Al kunnen we maar drie risicofactoren uitschakelen, dan zijn we al een stuk verder.”

​Levensloo​p volgen

De enige manier om er achter te komen of de behandeling op lange termijn de juiste is, is het volgen van de levensloop van te vroeg geboren kinderen. Het Beatrix Kinderziekenhuis volgt de patiëntjes tot en met de basisschool. Verhagen: “Als een kind twee jaar is heb je de eventuele grote schade wel in beeld, maar soms komen ontwikkelingsstoornissen pas tijdens schoolleeftijd naar voren.”

Voorlopig is het dilemma van de neonatoloog, de ouders en de verpleegkundigen de wereld niet uit. Gaan we het kindje dat al zoveel andere aandoeningen heeft nog een operatie aandoen? Waarom wel en waarom niet? Er is nog veel onderzoek te doen.

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.