"Je bent zo snel als je slechtste arm"

, door Ellis Ellenbroek
foto: Henk Veenstra

Elk jaar gaat hij met de masterstudenten rolstoelbasketballen in het Centrum voor Revalidatie, Beatrixoord. Zelf deed Riemer Vegter een uitgebreide cursus aangepast sporten. Hij organiseerde als afdelingsuitje met een collega een dagje aangepast sporten. Niet zo gek dat nu in Rio de Janeiro de Paralympische Spelen beginnen Riemer Vegter erbij is.

Wanneer bewegen van mensen met een fysieke beperking je vak is moet je daar wel zijn natuurlijk. Als docent-onderzoeker bij het Centrum voor Bewegingswetenschappen is de core business van Vegter het vervolmaken van rolstoelen en handbikes die sporters gebruiken voor bijvoorbeeld aangepaste atletiek, basketbal, rugby en tennis.

Nooit voorzien dat hij in die wereld zou belanden, zegt de 35-jarige Vegter die dit jaar namens de faculteit Medische Wetenschappen genomineerd was voor de titel RUG-docent van het jaar. Hij startte op de hts, met een studie bouwkunde, dacht erover industrieel ontwerper te worden. Maar op tijd kwam hij er achter dat hij liever met mensen dan met gebouwen van doen heeft. “Het leuke van mensen is dat ze bewegen, het jammere van gebouwen is dat ze stilstaan.”

Een goede manier van rollen

Het menselijke bewegingsapparaat. De puzzel hoe alles werkt en met elkaar samenhangt. Fundamentele kwesties van balans en evenwicht: “Daar mag je me ’s nachts voor wakker maken.” Hij promoveerde vorig jaar op hoe mensen leren een rolstoel te gebruiken. “Hoe gebruik je je rolstoel zo dat je jezelf zo min mogelijk belast? Wat is een goede manier van rollen?”

“Het leuke van mensen is dat ze bewegen, het jammere van gebouwen is dat ze stilstaan.”

De gehandicaptensport is boeiend, vindt Vegter. Om twee redenen: inhoudelijk is het interessant te zien hoe een ernstig beschadigd bewegingsapparaat weer op gang komt, waar mogelijk. Reden twee telt zeker zo zwaar: “Omdat je daadwerkelijk iets kunt betekenen voor mindervaliden.”

Zelf bedrijft hij de klimsport. Klimmen is tot zijn vreugde in 2020 bij de Olympische Spelen in Tokio een discipline en daarna hoogstwaarschijnlijk ook een Paralympisch onderdeel.

Bij het klimmen legt Vegter regelmatig verbanden met vraagstukken uit zijn werk. En als hij op kantoor achter de computer meetgegevens verwerkt – nou een keer het dagelijks metier van de wetenschapper – en iets niet snapt maakt hij modelletjes van lego om de situatie te visualiseren. Met een grijns: “Hier noemen we dat niet spelen, maar wetenschap.”

Krachten op rolstoelwielen

De recente lancering van een bijzondere ergometer is een belangrijke mijlpaal voor Vegter en zijn collega’s. Het apparaat vol geavanceerde elektronica werd jongstleden mei gepresenteerd. In samenwerking met het bedrijf Lode B.V., dat doet in sportmeetapparatuur, werd met nieuwe technologie een meter ontworpen waarmee de krachten op rolstoelwielen afzonderlijk in kaart kunnen worden gebracht.

Vegter heeft de ergometer helaas niet in de buurt maar kan hem wel beschrijven: “Het is een vierkante meter op de vloer waar je met de eigen rolstoel op kunt gaan staan. De wielen die je aandrijft komen op twee rollen die de weerstand controleren en meten hoeveel kracht je levert.”

Wat het nut is van de vinding? Als je weet hoe een rolstoeler zijn kracht gebruikt, dan kan de stoel worden aangepast zodat hij makkelijker rijdt.

Ongewenste afwijkingen

Vegter illustreert het met een voorbeeld uit het rolstoelrugby. Alles komt daar aan op snelheid en scherp kunnen wenden. Maar als een sportman of -vrouw met de ene arm sterker is dan met de andere ontstaan bij het racen ongewenste afwijkingen naar links of rechts.

De bewegingswetenschapper: “Als je sporters vraagt dan weten ze meestal wel dat ze links iets sterker zijn dan rechts of andersom. Maar hoeveel weten ze eigenlijk niet. En hoeveel je er aan kunt doen weten ze ook niet. Eigenlijk ben je zo snel als je slechtste arm.”

“Ik zou natuurlijk het liefst willen kunnen zeggen dat we Kenny van Weeghel aan zoveel tienden minder hebben geholpen, maar dat is niet zo.”
Vegter verwacht dat het hulpmiddel vanaf december te koop zal zijn. Handig voor elke rolstoelgebruiker, zeker dus ook voor sporters. Maar denk niet dat je ervoor langs kunt gaan bij de Perry Sport of zo. Niet alleen loopt de prijs in de tienduizenden euro’s, de meetresultaten moeten nu nog door een professional worden geduid. Zo’n professional kan dan bijvoorbeeld adviseren dat de rolstoeler ten opzichte van de wielen beter wat hoger of lager zou kunnen gaan zitten.

“Het idee is dat bijvoorbeeld Papendal en grote revalidatiecentra en onderzoeksplekken de ergometer krijgen.” Vegter vertelt hoe in dwarslaesie gespecialiseerde centra hebben samengewerkt in het zogeheten Koepelproject waarbij patiënten door de revalidatie heen zijn gevolgd. “Voor dat project waren er loopbanden waar je met de rolstoel op kunt, maar die zijn langzaam aan vervanging toe. Onze ergometer zou de vervanger kunnen zijn.”

Linker- en rechterarm

Juist nu topsporters het vanaf 7 september tegen elkaar opnemen in de Olympische arena’s is de hamvraag: wat hebben bewegingswetenschappers eigenlijk al bereikt voor de aangepaste sport? Vegter en zijn collega’s hebben bij rolstoelrugby gekeken naar het sprintvermogen van spelers en naar hoe asymmetrie in kracht tussen de linker- en rechterarm de prestatie beïnvloedt. Bij rolstoeltennis is het effect van rijden met een racket in je hand onderzocht. Rolstoelatleten waren actief betrokken bij de ontwikkeling van de ergometer.

Maar revolutionaire resultaten zijn er nog niet, bekent Vegter eerlijk. Geen wonderen die medailles garanderen. Het vertalen van wetenschap naar praktijk vergt een lange adem. Vegter: “Ik zou natuurlijk het liefst willen kunnen zeggen dat we Kenny van Weeghel (wheeler en topatleet uit team NL, red.) aan zoveel tienden minder hebben geholpen, maar dat is niet zo.”

Vegter zegt het wel eens jammer te vinden dat hij als docent-onderzoeker algemene uitspraken doet over algemene principes. “Ik heb geen klinische rol. Ik ben niet de fysiotherapeut die voor die ene individuele patiënt de beste individuele oplossing moet bedenken.”

Erbij zijn in Rio

Vegter en zijn collega’s hebben contact met André Cats, chef d’équipe van team NL bij de Paralympics, en met hem gesproken over toekomstige onderzoeksaanvragen. “Een paar jaar geleden hebben we een subsidieaanvraag gedaan en die is toen niet gehonoreerd, jammer.  Er komt binnenkort vanuit de overheid een mogelijkheid tot subsidie van topsport. Dan doen we weer mee.”

Erbij zijn in Rio is belangrijk. Om contacten te leggen en belangstelling te tonen. Riemer vertrok een dikke week voor de Spelen al, met een groep studenten bewegingstechnologie uit Den Haag. Eerst ging hij naar een trainingscentrum in Sao Paolo om te kijken hoe ze daar werken.

Daarna presenteerde hij zijn onderzoek naar rolstoelrugby op een congres. Tijdens de Spelen is hij vijf dagen lang toeschouwer bij diverse wedstrijden. Zijn rugby-onderzoek betreft Engelse toppers – Vegter is visiting fellow bij het instituut voor aangepast sporten van de Loughborough Univsersity. Is hij daardoor stiekem voor Engeland? “Natuurlijk niet.”

Zijn voorgangster in Groningen ging bij de vorige Paralympische Spelen in Londen bij sporters langs om vragenlijsten te laten invullen, dat ging over belasting juist tijdens de Spelen. Vegter laat de sporters met rust. “Tijdens de Spelen moeten ze presteren. Wij hebben de rolstoelatletiekers daarom het laatste jaar van de voorbereiding al niet meer al teveel met onderzoek belast. In het najaar begint de nieuwe cyclus. Dan zouden we de ergometer willen inzetten.”  

Over het promotieonderzoek van Riemer Vegter verscheen eerder dit jaar in het videomagazine Unifocus van de RUG deze video.

 


 

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.