Kwaliteit van donornieren meten met een MRI

, door Marjolein te Winkel
foto: UMCG/Marjolein te Winkel

Zes technici staren gebiologeerd naar de beelden op een klein laptopscherm. De computer staat in contact met de MRI-scanner in de naastgelegen ruimte, te zien door een groot raam. Vier medisch specialisten, sommigen nog in opleiding, bedienen drie andere laptops, die grafieken in verschillende kleuren tonen. Hun geoefende ogen lezen op de schermen zuurstofgehalte, pH-waarden en temperatuur af.

Het zijn de weergaven van een zelfgemaakte hartlongmachine: een stalen constructie waaraan een pomp hangt met daaraan lange, dunne slangetjes die transplantatiechirurg Cyril Moers behendig verbindt aan een varkensnier. De nier ligt in een plastic bakje bloed - varkensbloed.

Moers heeft de nier de dag ervoor opgehaald bij een slager in de stad. Hij was bij de slacht van het varken aanwezig. Geen pretje, maar nodig om de kwaliteit van de nier te behouden. Hoe langer een nier uit het lichaam is, en daarmee verstoken is van zuurstofrijk bloed, hoe minder goed de nier functioneert als het eenmaal terug is in een lichaam. Of is aangesloten op een machine.

De machine voert bloed aan, waardoor de temperatuur van de nier stijgt naar 38 graden. Functioneert de nier goed, dan komt ook de urineproductie op gang. Hij plast, ook als hij in een bakje met bloed ligt.

Nier_in_een_bakje.jpgHet aansluiten van de nier op de machine, een routineuze handeling voor Moers, is snel gepiept. De handschoenen kunnen uit, en hij wijst naar de MRI-scanner: daar zit ‘m de moeilijkheid. Hoe kun je een scan maken van een op een machine aangesloten nier?

Moers’ expertise is de transplantatiechirurgie. Hij wisselt zijn werk op de OK af met wetenschappelijk onderzoek. Het een hangt duidelijk met het ander samen. Hij ziet wat een donornier betekent voor zijn patiënten. Hoe die het verschil kan maken tussen een ernstig zieke patiënt wiens leven afhangt van drie ochtenden in de week aan de dialyse, en een gezond mens. Iemand die kan werken, kan sporten, eropuit kan.

Maar het slagen van een transplantatie is afhankelijk van de kwaliteit van een nier. En de kwaliteit van overleden donororganen, zegt Moers, is de laatste jaren afgenomen. Want donoren zijn ouder. Ze hebben vaker diabetes, overgewicht, een hoge bloeddruk. Ze overlijden vaker aan een hartstilstand.

De vraag is: kunnen we een betrouwbare methode ontwikkelen om de kwaliteit van een donornier te meten?

Het zijn de chirurgen en de nefrologen die beoordelen of een donornier geschikt is voor transplantatie. En dat is geen objectieve methode - hoe professioneel de artsen ook zijn. Veertig procent van de donornieren worden afgekeurd voor transplantatie, en Moers acht het waarschijnlijk dat een deel van de afgewezen nieren goed zou kunnen functioneren.

Daarnaast blijkt acht procent van de getransplanteerde nieren toch onvoldoende te functioneren. Een ware nachtmerrie voor een patiënt, die soms jaren heeft gewacht op een nieuwe nier. Een nieuw leven.

De vraag voor de onderzoeker Moers is daarom: kunnen we een betrouwbare methode ontwikkelen om de kwaliteit van een donornier te meten?

Hij maakt daarvoor gebruik van een kleine fles zuurstof, ogenschijnlijk nonchalant onder een van de bureaus in de kamer neergelegd. Zuurstof 17. Anders dan de zuurstof 16, die gebruikt worden de patiëntenzorg, is zuurstof 17 zichtbaar op een MRI-scan. Het is veel kostbaarder bovendien. Twintig liter zuurstof 17 - onder hoge druk samengeperst tot een halve liter volume - kost 50.000 euro.

Bloed verrijkt met zuurstof 17 laat precies zien hoeveel zuurstof elk stukje nier gebruikt. Hoe meer zuurstof de nier nodig heeft, hoe beter hij functioneert.  En hoe geschikter de nier is voor transplantatie. 

Werkt het, dan kan elke donornier voor transplantatie met een MRI-scan worden beoordeeld. Zo voorkom je dat een nier onterecht wordt afgekeurd -  gezien het tekort aan donororganen niet onbelangrijk. En is de kans kleiner dat een goedgekeurd orgaan alsnog niet geschikt blijkt.

Het is de eerste keer dat Moers deze hypothese in de praktijk brengt. Hij wordt daarbij geholpen door onderzoeker Ronald Borra van de afdeling Radiologie, die op zijn beurt weer wordt bijgestaan door een team experts die speciaal voor deze proef vanuit Duitsland naar Groningen zijn gekomen.

‘Even’ een MRI-scan maken van een nier is namelijk makkelijker gezegd dan gedaan. Borra houdt enthousiast een uitgebreide verhandeling over de verschillende spoelen van een MRI-scanner.

Vergelijk het met het maken van een goede foto. Alleen op een knopje drukken levert wel een beeld op, maar voor een goed beeld moet je kennis hebben van scherpte, diepte, belichting, perspectief, compositie…

Om ervoor te zorgen dat een MRI-scanner het goede beeld geeft, is dan ook meer nodig dan alleen op het knopje drukken. Zeker als je iets - een met zuurstof 17 verrijkte nier - in beeld wilt brengen dat nog niet eerder in beeld is gebracht.

Een bijkomende uitdaging blijkt de nier zelf te zijn. En vooral het feit dat die zich in een bakje bevindt, bevestigd aan een zelfgebouwde pomp, die tijdens het scannen de nier van bloed voorziet. Onvermoeibaar passen de experts tot in detail de instellingen aan de scanner aan. Tot de nier, plassend en al, duidelijk in beeld verschijnt.

Moers besluit de nier een beetje te pesten. Hij blaast een piepklein ballonnetje op dat hij in een zijtakje van de nierslagader heeft geplaatst en blokkeert daarmee de toevoer van bloed. Tijdelijk; zodra hij het ballonnetje weer laat leeglopen komt de bloedtoevoer weer op gang. De beschadigingen die dit in de nier tot gevolg heeft zijn duidelijk op beeld te zien. 

Bemoedigend, noemt Moers dit eerste experiment. Ondanks dat de speciaal voor dit doel door de Duitse experts in elkaar geknutselde MRI-spoel het voor het einde van het experiment begaf. Ze komen terug, beloven ze, met een nieuwe – betere – spoel. Om het hele experiment nog een keer te doen.

MRI - goede nier.jpgMRI - nier_afgestorven_gedeelte_bovenin_nw.jpg
​De gezonde nier​De gepeste nier: de bovenkant van de nier (donker gekleurd) is beschadigd

Cyril Moers (1979) studeerde Geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. In 2005 studeerde hij cum laude af. Hij volgde van 2008 tot 2015 de opleiding tot chirurg. In 2011 promoveerde hij, eveneens cum laude, op onderzoek naar machineperfusie.
Moers werkt sinds 2015 als transplantatiechirurg in het UCMG. Dit werk combineert hij met wetenschappelijk onderzoek. Voor zijn onderzoek naar het meten van kwaliteit van donornieren kreeg hij 100.000 euro van de Nierstichting.
Naast de tests met het met zuurstof 17 verrijkte bloed testte Moers ook andere technieken om de kwaliteit van een donornier te beoordelen. Het onderzoek duurt twee jaar.

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.