“Laat jonge artsen zich lekker ontplooien”

, door Maaike Muller
foto: Henk Veenstra

Hij kwam voor een jaar naar Groningen. Dat was in 2004. Maar de Duitse anesthesioloog Götz Wietasch werkt nog steeds in het UMCG. Hij staat twee dagen per week op de OK, hij is opleider en sinds een jaar ook hoogleraar Innovatie in de opleiding. Op dinsdag 24 april houdt hij zijn intreerede.

Götz Wietasch legt zijn telefoon op tafel. Hij nam de dienst over van een collega en kan ieder moment gebeld worden over een levertransplantatie die vanavond plaats zal vinden.

“Mijn patiënten slapen dan wel een groot deel van de tijd, maar het gaat om die korte momenten dat ik met ze spreek. Dan ben ik er niet alleen om mensen beter te maken, maar ook om ze gerust te stellen, ze te troosten. Het is als een soort speeddaten: in een heel kort moment moeten ze inschatten of ze me kunnen vertrouwen. Daar zijn mensen over het algemeen heel goed in. Het klinkt misschien raar, maar ik geniet van die momenten. Dan draait het allemaal om compassie, om het mens zijn. Daarvoor ben ik ooit arts geworden.”

Naast arts bent u ook opleider én hoogleraar.

Lachend: “Ja, dat is best een grote klus. We hebben 75 assistenten in de opleiding en 75 stafleden. Gelukkig hebben we een prettig team met hele goede mensen. De functie van hoogleraar is een nieuwe uitdaging voor me, compleet buiten mijn comfortzone. Maar dat is juist goed, ik houd ervan om nieuwe dingen te beleven.

“Ik ben binnen de afdeling ook een beetje een vreemde eend in de bijt; ik zit in een heel andere hoek dan de andere hoogleraren die klinisch onderzoek doen. Ik kijk naar hoe we het onderwijs zo kunnen inrichten dat onze assistenten in opleiding tot anesthesist het maximale uit zichzelf kunnen halen.”

Wat wilt u daarvoor veranderen in het onderwijs?

“We doen onderzoek naar nieuwe manieren van leren, bijvoorbeeld over ‘luchtwegmanagement’ bij patiënten. Assistenten werken dan eerst in kleine groepjes samen om via e-learning de theorie te begrijpen. De docent komt er pas later bij, wanneer de studenten gaan oefenen in het skills lab, bijvoorbeeld door een pop te intuberen. Deze nieuwe methode testen we ook voor andere onderdelen in de opleiding. Maar als hoogleraar Innovatie in de opleiding wil ik eigenlijk vooral de nadruk leggen op het weerbaar maken van onze assistenten.”

Wat bedoelt u daarmee?

“We zien in het eerste jaar van onze opleiding dat veel assistenten heel enthousiast beginnen en daarna een dip krijgen. Ze moeten hun weg vinden in een nieuwe omgeving, krijgen heel veel indrukken en leggen de lat voor zichzelf vaak heel hoog. Ongeveer tien procent van de assistenten valt uit.

“We willen onderzoeken waarom negentig procent wél doorgaat, wat zijn hun ‘coping-strategieën’? Verder blijkt uit eigen, maar ook uit Amerikaans onderzoek, dat veel artsen in opleiding - twintig tot vijftig procent – kampen met burn-out-klachten. Dat zorgt in de praktijk misschien niet meteen tot uitval, maar kan wel jarenlang effect hebben op het welbevinden en het succes van hun opleiding. We moeten de kwetsbare assistenten daarom weerbaar maken.”

Hoe wilt u die weerbaarheid een plek geven in de opleiding?

“Er moet meer flexibiliteit komen en meer ruimte voor talent- en persoonlijke ontwikkeling. We weten uit onderzoek dat jongeren op steeds latere leeftijd ontwikkeld zijn, steeds later weten wat ze willen en wie ze zijn. 25 is het nieuwe 18. Toch vragen we van ze om meteen na hun opleiding tot basisarts een opleiding in te gaan en AIOS (arts in opleiding tot specialist, red.) te worden. Wie dat niet doet, wordt ANIOS (arts niet in opleiding tot specialist, red.).”

“Ik heb van mijn ouders een oervertrouwen meegekregen dat me helpt om  uitdagingen aan te gaan.”

Geïrriteerd: “Hoe kun je nou niet in opleiding zijn? Als je te lang ANIOS bent, kom je in de praktijk vaak niet meer in aanmerking voor een opleidingsplaats. Ik zou graag zien dat er een periode komt, waarin afgestudeerde basisartsen zich op een gestructureerde manier kunnen ontwikkelen. Medisch inhoudelijk, in specifieke vaardigheden - bijvoorbeeld het aanleggen van een infuus - en in de zogenoemde soft skills, zoals communicatieve vaardigheden en compassie. In Groot-Brittannië doen ze dit al, daar heet het een ‘foundation year’. Een mooie term, het is een fundatie om de rest van de opleiding op te bouwen.”

Past dat niet in de opleiding tot specialist zoals die nu is?

“Nee. Nu krijgt een AIOS financiering voor vijf jaar, bij één bepaalde opleiding. Meer tijd nemen of overstappen naar een andere opleiding is nu bijna onmogelijk. Hartstikke zonde! Laat de assistenten zich lekker ontplooien, geef ze de tijd. En de juiste coaching, dat is ook erg belangrijk.”

Heeft u zelf een goede coach gehad, een goede leermeester?

“Dat zijn toch wel mijn ouders. Ik ben bevoorrecht, want van hen heb ik een ‘oervertrouwen’ meegekregen: ‘Als Götz het doet, komt het wel goed.’ Dat vertrouwen helpt me al mijn hele leven om buiten mijn comfortzone te stappen en uitdagingen aan te gaan. Zoals dit hoogleraarschap.”

Götz Wietasch werd geboren in Berlijn, getogen in Duisburg en studeerde en promoveerde in Göttingen. Als anesthesioloog is hij gespecialiseerd in levertransplantaties bij volwassenen en kinderen en neuro-anesthesie. Naast zijn werk op de OK, is Wietasch opleider en coördinator onderwijs voor anesthesiologie en is hij nauw betrokken bij de vernieuwing van het basiscurriculum van de geneeskundeopleiding. Sinds 2017 is Wietasch ook hoogleraar Innovatie in de opleiding.

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.