Medische Publieksacademie: coronavirus en mutaties

, door Marjolein te Winkel
foto: Henk Veenstra

Een jaar geleden, op 27 februari 2020, werd de eerste Nederlander positief getest op wat toen ‘het nieuwe coronavirus’ werd genoemd, maar die ook ‘de Italiaanse variant’ had kunnen heten. Want het virus dat in Noord-Italië voor overvolle ziekenhuizen en uitgestorven straten zorgde en zich in sneltreinvaart door Europa verspreidde, was nét iets anders dan de variant waarmee in China de pandemie begon.

 “Virussen veranderen om twee redenen”, legt viroloog Marjolein Knoester uit: “door toevallige foutjes bij het vermenigvuldigen of door meer gerichte foutjes, zodat ze een grotere kans hebben om te overleven.”

Kleine foutjes in genetisch materiaal

Een virus bestaat uit RNA of DNA: genetische bouwstenen. Virussen vermenigvuldigen zich door die genetische bouwstenen te kopiëren. Daarvoor hebben ze een gastheer nodig, want een virus zelf leeft niet.

“Bij het kopiëren van het genetisch materiaal kan er een klein foutje ontstaan. Eén van de genetische bouwstenen wordt dan net iets anders , en zo ontstaat er een virus dat nét anders is dan zijn voorganger.” RNA-virussen muteren gemakkelijker dan DNA-virussen. Het coronavirus is zo’n RNA-virus.

Wanneer een virus ‘druk van buitenaf’ ervaart, probeert het zich aan te passen. “Als iemand al besmet is geweest en nog antistoffen in zijn lichaam heeft, probeert een virus te muteren om zo het afweersysteem te omzeilen. Hetzelfde zal vermoedelijk op de lange duur gebeuren als we allemaal gevaccineerd zijn.” 

Mensen met een verzwakt immuunsysteem

Een virus muteert het gemakkelijkst bij mensen met een verzwakt immuunsysteem, bijvoorbeeld bij mensen die een kankerbehandeling ondergaan of een donororgaan hebben en daarvoor immuunonderdrukkende medicijnen nemen. Hun lichaam heeft meer moeite om het virus goed op te ruimen. Knoester: “Het virus is daardoor langer in het lichaam aanwezig en ziet dan kans om zich aan te passen.”

Maar een kleine verandering kan een nieuwe variant besmettelijker maken. En die kan zelfs de overhand krijgen, zoals vorig jaar in Italië gebeurde en nu met de Britse en de Zuid-Afrikaanse variant lijkt te gebeuren.

Maar lang niet alle mutaties zijn blijvertjes, zegt Knoester. “Het grootste deel is volledig irrelevant. Mutaties kunnen namelijk op heel veel plekken in het virus optreden, ook op plekken die niet voordelig zijn voor het virus. In dat geval verdwijnt een virus snel, zonder dat het kans heeft gehad zich uitgebreid te  vermenigvuldigen en over te gaan op andere gastheren.”

Online publiekslezing
Welke invloed hebben mutaties op de besmettelijkheid van een virus, op de hevigheid van de ziekte en op het vaccinatiebeleid? Daarover hield viroloog Marjolein Knoester op dinsdag 2 maart deze online lezing. 

 

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.