Met een app urineverlies aanpakken

, door Marjolein te Winkel
foto: Shutterstock

​Ongegeneerd lachen? Een sprintje trekken naar de bus? Meespringen met de kinderen op de trampoline? Vrouwen die last hebben van urineverlies, denken wel twee keer na voor ze hier aan beginnen. En wel drie keer voor ze erover durven te praten met de huisarts. UMCG-promovendus Anne Loohuis ontwikkelt een app die op een laagdrempelige manier vrouwen kan helpen urineverlies aan te pakken.

Nee, het is niet dodelijk. Maar, zegt promovendus Anne Loohuis: “Urineverlies is wel heel vervelend. Tussen de 25 en 45 procent van de volwassen vrouwen heeft ermee te maken, en kan het sociale leven en het seksleven van deze vrouwen negatief beïnvloeden.” 

“Slechts een derde van de vrouwen klopt bij de huisarts aan voor hulp. Dat is jammer, want er is echt iets aan te doen.”​
Niet alleen oudere vrouwen hebben last van urineverlies. “Integendeel”, zegt Loohuis, “de klachten beginnen vaak na een bevalling, dus op relatief jonge leeftijd.” Dat komt, legt ze uit, omdat een bevalling grote impact heeft op de bekkenbodem. 

Rennen en springen

De bekkenbodem bestaat uit grote spieren en bindweefsel. Hij draagt de blaas, baarmoeder en darmen en heeft veel andere functies.  Een belangrijke functie is het zorgen dat de plasbuis dichtgedrukt wordt op het moment dat er meer druk op de blaas ontstaat, bijvoorbeeld bij rennen of springen. Om dit goed te kunnen doen moeten de spieren wel stevig zijn.

Als de bekkenbodemspieren door een bevalling of door veroudering slapper worden, werkt het sluitmechanisme van de plasbuis niet goed meer. Het gevolg: urineverlies. En daar weer een gevolg van: schaamte. “Slechts een derde van de vrouwen klopt bij de huisarts aan voor hulp. Dat is jammer, want er is echt iets aan te doen.”

De rest van je leven oefeningen doen

Want omdat het hier om spieren gaat, is er goed nieuws: “Net als alle andere spieren in je lichaam kun je ook deze spieren trainen en sterker maken. Met de juiste oefeningen kun je urineverlies merkbaar verminderen, en soms zelfs helemaal stoppen.”

Om de bekkenbodemspieren sterk te houden, is het nodig om de oefeningen te blijven doen, de rest van je leven. Het is een ware uitdaging om dat vol te houden. 

“We zien dat vrouwen heel trouw hun oefeningen doen, en dat de klachten afnemen. Maar na een poosje verslapt de aandacht - en de spieren.”​“We zien dat vrouwen heel trouw hun oefeningen doen, en dat de klachten afnemen. Maar na een poosje verslapt de aandacht – en daarmee ook de bekkenbodemspieren”, zegt Loohuis. “De klachten komen dan weer terug.”

Intensieve begeleiding, door bijvoorbeeld een huisarts of een fysiotherapeut, helpt de vrouwen om gemotiveerd te blijven. Maar misschien kan die begeleiding ook wel vervangen worden door een digitaal alternatief?

De app als coach

Om daar achter te komen, ontwikkelde Loohuis een app die op een aansprekende manier informatie, advies en ondersteuning geeft, met video’s, animaties en spelletjes. 

De vrouwen die de app gaan gebruiken vullen eerst drie vragen in om te bepalen van welk type incontinentie ze last hebben: inspanningsincontinentie, waarbij je bij sporten, hoesten of lachen urine verliest, of aandrangincontinentie, waarbij je moeite hebt om je blaas te controleren als je nodig moet plassen.

“Die vragen zijn dezelfde die de huisarts ook stelt. Al naar gelang het type incontinentie geeft de app vervolgens informatie over de bekkenbodem en bekkenbodemspieroefeningen of blaastraining.” 

De app werkt ook als een coach: hij geeft je een seintje als het tijd is om je oefeningen te doen. Loohuis onderzoekt of de app net zo effectief is als begeleiding door een huisarts of fysiotherapeut, zowel in resultaat als in kosten. ​

“Motiveert een app genoeg, zodat de vrouwen hun oefeningen blijven doen? Kunnen vrouwen met behulp van de app het urineverlies verminderen? Draagt de app bij aan de kwaliteit van leven en de seksualiteit van de vrouwen? Op al die vragen zoek ik antwoord.”

Weer ongegeneerd lachen

De werving van de deelnemers aan het onderzoek is inmiddels begonnen. 35 huisartsen in Noord-Nederland doen al mee, Loohuis verwacht dat er nog meer zullen worden. “Alleen vrouwen die zelf naar hun huisarts gaan kunnen gevraagd worden om mee te doen aan het onderzoek. Er zullen uiteindelijk 250 vrouwen meedoen. De helft wordt op de normale manier behandeld, de andere helft met behulp van de app.”

Loohuis hoopt dat de app minstens zo goed werkt als de reguliere behandeling. “Het kan tijd schelen voor de huisarts. Het kan geld schelen. Maar ik hoop vooral dat het de drempel om hulp te zoeken lager maakt, zodat vrouwen dit vervelende probleem kunnen aanpakken - en weer ongegeneerd kunnen lachen.” 

Naast de resultaten van de app onderzoekt Loohuis ook hoe het invoeren en het gebruik van de app gaat. “Ik ga aan de hand van interviews met patiënten en zorgverleners het hele proces in kaart brengen. Medische apps schieten als paddenstoelen uit de grond, maar bewijs of ze ook werken, en of de doelen bereikt worden, is er vaak niet. Ik kan na afloop niet alleen precies zien of mijn app werkt, maar ook hoe zo’n nieuwe ontwikkeling in de zorg het beste ingevoerd kan worden.”​ 
Het onderzoek van Loohuis duurt vier jaar. Ze verwacht begin 2018 de eerste resultaten te hebben. ​

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.