Met stamcellen schade aan hart en bloedvaten herstellen

, door Marjolein te Winkel
foto: Antoinette Borchert

Als hoogleraar regeneratieve geneeskunde zoekt Marco Harmsen naar manieren om het lichaam te helpen schade aan hart en bloedvaten optimaal te herstellen. Dit doet hij met behulp van stamcellen uit buikvet. Op dinsdag 15 december hield hij zijn oratie.

Op een donkere parkeerplaats slaat een onverlaat de zijruit van je auto in. Zo goed en zo kwaad als dat gaat sluit je het kapotte raam af met een stuk plastic en een flinke hoeveelheid duct tape. Dat je er niet goed doorheen kunt kijken en dat je bij hoge snelheden geen gesprek meer kunt voeren door al het gewapper, neem je voor lief – tot de monteur er een nieuwe ruit in zet. Een auto kan zich immers niet zelf repareren.

Een lichaam kan dat tot op zekere hoogte wel, zegt Marco Harmsen. “Als je je in je vinger snijdt, dan repareert het lichaam dat. Je ziet geen verschil meer tussen hoe het eerst was, en hoe het na herstel is: die vinger is precies hetzelfde.” 

Maar dat geldt niet voor zwaardere schade, aan hart en bloedvaten bijvoorbeeld. Daar kan het lichaam niet wat het met een snee in de vinger wel kan.

Creatief met stamcellen

Als hoogleraar regeneratieve geneeskunde zoekt Harmsen naar manieren om het lichaam te helpen schade aan hart en bloedvaten optimaal te herstellen, met behulp van stamcellen uit buikvet. 
“Dit onderzoek past echt bij me. Ik hou ervan om nieuwe dingen te doen. Wetenschap, zeker fundamenteel onderzoek, betekent creatief zijn.”
Harmsen is opgeleid tot moleculair bioloog en deed, voor hij naar het UMCG kwam, promotieonderzoek naar virussen bij champignons. Hij werkte op verschillende afdelingen voor hij terecht kwam in de regeneratieve geneeskunde. “Dit onderzoek past echt bij me. Ik hou ervan om nieuwe dingen te doen. Wetenschap, zeker fundamenteel onderzoek, betekent creatief zijn.”

Creatief met stamcellen dus, bijvoorbeeld om verwijde slagaders te herstellen. “Je kent het misschien uit horrorfilms: als daarin iemand de keel wordt doorgesneden, dan spuit het bloed tegen het plafond. Dat komt omdat bloed met veel kracht door de slagaders wordt gepompt. Een slagader moet dus sterk zijn, daarom zit er een dikke laag spiercellen omheen.” 

Het gaat mis wanneer de spiercellen afsterven en de wand van de slagader daardoor slapper wordt. “De slagader lubbert uit, net als bij een ballon, en het gevaar is dat de vaatwand scheurt – dat kan dodelijk zijn.” 

​Piepklein pleistertje

Harmsen werkt aan een soort pleister die hij maakt van stamcellen uit buikvet en op een klein stukje lichaamseigen bindweefsel kweekt. “Dat piepkleine pleistertje wikkelen we in het lab om een nagebouwde slagader heen. Het bindweefsel gaat het uitlubberen tegen en geeft het vat weer stevigheid. En ondertussen kruipen de stamcellen in de bloedvatwand. Ze zorgen er daar voor dat de schade weer wordt hersteld, door nieuwe spiercellen aan te maken.” 

Er gaan nog jaren onderzoek en tests aan vooraf voor de stamcelpleisters geschikt zijn voor patiënten. Onderzoek van de lange adem – en dat geldt nog meer voor het onderzoek naar het hart, waar Harmsen ook aan werkt. 

Hierin probeert hij schade aan het hart na een hartaanval te herstellen, ook met behulp van stamcellen uit vet. “Het hart bestaat uit spiercellen die bloed door het lichaam pompen. Bij een hartaanval, als een bloedvat om het hart verstopt raakt, dan krijgen de spiercellen geen zuurstof en gaan ze dood. Dat is wat iemand ervaart als pijn: het afsterven van hartspiercellen.”

Een lichaam is niet in staat om dode hartspiercellen te vervangen voor nieuwe. Om te voorkomen dat er een gat in het hart ontstaat en je doodbloedt, maakt het lichaam bindweefsel aan op de plekken waar de spiercellen zijn afgestorven. 

Slimme bindweefsels​​

“Functioneel herstel, noem ik dat – zoals dat stuk plastic voor je autoruit. Het doet wat het moet doen, maar daar houdt het ook meteen mee op.”

Maar dat bindweefsel is een echte kortetermijnoplossing. “Het is een soort lijm: stug en hard en dat zorgt voor problemen, want het kan de elektrische prikkels van het hart niet geleiden. Dat zorgt voor hartritmestoornissen en uiteindelijk voor hartfalen.” 

Stamcellen uit buikvet zouden het hart kunnen helpen zich beter te herstellen. “Die stamcellen zijn in feite slimme bindweefsels. Ze kunnen het hart gunstiger herstellen, met minder littekenweefsel, zodat de hartritmestoornissen minder voorkomen.” 

Het onderzoek speelt zich af op het niveau van kweekvaatjes, en is nog niet op het niveau waar Harmsen naar streeft. “We lossen hiermee alleen een gevolg op, niet het probleem zelf. Want die verdwenen spiercellen krijgen we er nog niet mee terug.” 

Daarom zoekt hij door, naar een manier waarop hij stamcellen kan laten werken aan het daadwerkelijk herstel van het hart. “De stamcellen kunnen dan optreden als een soort dirigent, en dan doen ze veel meer dan alleen bindweefsel worden; dan kunnen ze het herstel van de spiercellen aansturen. En dan heb je het over de kern van regeneratieve geneeskunde: dat je ingrijpt in processen van het lichaam, en dat je die processen stuurt zodat de schade wordt hersteld.”

Marco Harmsen doet een deel van zijn onderzoek in een lab van een groot onderzoeksinstituut in São Paulo, Brazilië. Daar kwam hij tijdens een studiereis toevallig terecht. “Het klikte zo goed dat ik een beurs heb aangevraagd om daar een deel van mijn onderzoek te kunnen doen. De afgelopen drie jaar ben ik er meerdere keren een aantal weken geweest en dat bevalt heel goed. Vooral omdat ik daar zelf in het lab sta.” 
Met een eigen onderzoeksgroep houdt Harmsen steeds minder tijd over om in het lab te werken, zegt hij. “Kijk, artsen die ook onderzoek doen, blijven altijd patiënten zien. Maar als je, zoals ik, opgeleid bent tot bioloog, dan zie je geen patiënten. Ik zit vooral achter mijn computer. Het is fijn om daar af en toe los van te zijn, om zelf bezig te zijn en nieuwe ideeën op te doen.” 
Bovendien: “Het is leuk om in Brazilië de tijd te hebben om mensen echt te leren kennen en om te kunnen samenwerken. Dat leidt ook tot nieuwe uitwisselingen. We hebben nu twee aio’s uit Brazilië die bij mij hun promotieonderzoek doen.” 
Zijn onderzoeksgroep telt veel nationaliteiten. “Uit Mongolië, Colombia, Italië, Brazilië, noem maar op. Het is heel leuk om al die culturen te laten samenwerken. Net als sport en cultuur verbroedert ook de wetenschap.” Het belangrijkste aan zijn hoogleraarschap vindt hij om zelf zijn promovendi te laten promoveren. “Voor de titel die erbij hoort ben ik niet gevoelig.”

Maroesjka Spiekman, student geneeskunde aan de RUG en één van de promovendi van Harmsen, heeft onlangs een Talent Grant gewonnen van het Ubbo Emmius Fonds. Spiekman doet onderzoek naar het verminderen van ernstige littekens met behulp van stamcellen uit eigen buikvet. 30 patiënten met ernstige littekens krijgen twee keer deze stamcelbehandeling. De patiënten wordt voor en na de behandelingen gevraagd naar de ernst en de hinder van het litteken, en er worden metingen gedaan van de elasticiteit van de huid en biopten van het litteken genomen.

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.