Moet ik dit wel slikken?

, door Theone Joostensz
foto: Shutterstock

​De Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) maakte onlangs een lijst met ruim 1300 onnodige medische handelingen. UMCG-onderzoeker Janwillem Kocks was betrokken bij het opstellen van deze lijst. Hij doet onderzoek naar het gebruik van ontstekingsremmers die COPD-patiënten voorgeschreven krijgen. Werken die bij iedereen goed? “Als we onnodig gebruik van dit medicijn kunnen terugdringen, dan levert dat een besparing op van 20 miljoen euro.”

COPD is een chronische longziekte waarbij de longen ontstoken en beschadigd zijn. Mensen met COPD zijn vaak benauwd en hoesten veel. De meesten van hen hebben weleens een longaanval. Daarbij worden de klachten plotseling erger.

Artsen schrijven COPD-patiënten vaak ontstekingsremmers voor die ook aan astmapatiënten worden gegeven. Dat zijn de zogeheten inhalatiecorticosteroïden (ICS). Zo’n 222.000 COPD-patiënten in Nederland krijgen deze ICS voorgeschreven. Maar nu blijkt dat 64 procent, dat zijn 142.000 patiënten, deze medicatie waarschijnlijk ten onrechte gebruikt.

Kleine groep patiënten

“Lange tijd werd gedacht dat ontstekingsremmers voor astmapatiënten ook geschikt zijn voor heel veel mensen met COPD”, vertelt huisarts en universitair docent Janwillem Kocks van het UMCG. “Later werd die groep teruggebracht naar COPD-patiënten die vaker dan twee keer per jaar een longaanval hebben. Inmiddels weten we dat ICS maar voor een kleine groep COPD-patiënten geschikt zijn. Mensen die twee of meer longaanvallen per jaar hebben én die vroeger astma- of astma-achtige klachten hebben gehad, reageren waarschijnlijk wel goed op ICS. ”

Baat niet, dan schaadt het niet?

De recente COPD-behandelrichtlijnen raden ICS-gebruik af bij COPD-patiënten die minder dan twee longaanvallen per jaar hebben. Toch worden de ontstekingsremmers nog veelvuldig voorgeschreven. Niet zonder risico, want het credo ‘baat het niet, dan schaadt het niet’ gaat hier niet op.

“ICS hebben verschillende bijwerkingen, zoals een vergrote kans op staar, osteoporose en longontsteking”, zegt Kocks. “Inhalatiemedicatie staat in Nederland op nummer 1, 2 en 4 in de lijst van medicijnen waar het meeste geld aan wordt uitgegeven. Als we onnodig ICS-gebruik landelijk kunnen terugdringen, dan levert dat een besparing op van 20 miljoen euro.”

Niet ineens stoppen

De vraag is nu: hoe zorg je ervoor dat mensen medicatie die ze niet nodig hebben, niet meer gebruiken? Gewoon niet meer geven, zou je denken. Maar zomaar ineens stoppen, kan ook risico’s met zich meebrengen. Bovendien stuit het vaak op verzet bij patiënten, weet Kocks. “Mensen willen niet zomaar stoppen met een medicijn dat de longarts hen heeft voorgeschreven en dat ze vaak al jaren gebruiken. Bovendien is er ook wantrouwen: ‘de zorgverzekeraar zit hier zeker achter’, of ‘het is vast een besparingsmaatregel van het rijk’, wordt er gedacht.”

Huisartsen en apothekers

Het UMCG is daarom een project gestart om het ICS-gebruik onder COPD-patiënten af te bouwen. “We werken hierin samen met een aantal huisartsen en apothekers”, vertelt Corina de Jong, senior onderzoeker bij het UMCG en projectcoördinator.

“We beginnen met een voorlichtingsbijeenkomst. Daarna krijgt de huisarts van de apotheker een lijst met COPD-patiënten die ICS gebruiken en die deze mogelijk niet nodig hebben. De huisarts gaat vervolgens na of de patiënt het medicijn inderdaad ten onrechte krijgt. Dat doet hij door de patiënt goed uit te vragen: heeft hij vroeger astma gehad? Is hij hiervoor opgenomen geweest? Is er een verhoogde concentratie van een bepaald type witte bloedlichaampjes in het bloed aanwezig dat op astma kan wijzen? Als het antwoord op deze vragen ‘nee’ is, dan kan de patiënt waarschijnlijk stoppen met het medicijn. Dat gebeurt dan in goed overleg tussen patiënt en huisarts en met de longarts die hier ook bij is betrokken.”

Voorzichtig afbouwen

De Jong verwacht met dit project, dat in Groningen en Nijmegen wordt uitgezet, zo’n 800 COPD-patiënten te bereiken. “We volgen geen individuele patiënten, maar onderzoeken of dit een goede manier is om onnodig medicijngebruik terug te dringen”, vertelt ze. “Aan het eind van het project kijken we hoeveel mensen succesvol zijn gestopt met ICS, hoeveel mensen er opnieuw mee zijn begonnen en hoeveel mensen helemaal niet willen stoppen. Naast de cijfers gaan we ieders overwegingen uitvragen via focusgroepen. Daar kunnen we veel van leren.”

Kocks: “Ik denk dat dit de juiste manier is om patiënten goed in kaart te brengen en vervolgens te kijken welk medicijn voor die éne patiënt nu van belang is. Iedere patiënt is weer anders, daarom kun je ook niet zomaar stoppen met een medicijn. Daarom heb je een project nodig met zo’n voorzichtige afbouw.”

Het project om het ICS-gebruik onder COPD-patiënten af te bouwen, maakt deel uit van het overkoepelende programma ‘Doen of laten’waarbij acht UMC’s betrokken zijn. Doel is het terugdringen van onnodige zorg die geen toegevoegde waarde heeft of die zelfs schadelijk kan zijn voor de patiënt.

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.