“Mondziekten zijn grotendeels te voorkomen”

, door Theone Joostensz
foto: Shutterstock

Het is zeker geen gemakkelijke opgave om de tanden van een onwillige peuter te poetsen. Maar vroeg beginnen met goede mondzorg is belangrijk, weet Annemarie Schuller, onderzoeker bij het Centrum voor Tandheelkunde en Mondheelkunde van het UMCG: “Eigenlijk zijn mondziekten grotendeels te voorkomen door gezond gedrag.” Ze pleit voor meer aandacht voor preventie en voor regelmatig onderzoek naar de mondgezondheid bij kinderen. 

Op het beeldscherm van Schullers computer verschijnen nachtmerrieachtige foto's van peutergebitjes met zwarte tandjes en kiesjes. “Soms moet bij zo'n peuter het hele melkgebit getrokken worden”, vertelt ze.

“Een traumatische ervaring. Zo rond het zevende, achtste jaar komt het blijvende gebit door, beginnend bij de voortanden. Dan loopt een kind een tijd lang rond met alleen een paar grote-mensen-voortanden in de bovenkaak, en verder niks. Kun je het je voorstellen? Zo'n kind krijgt een enorm sociaal probleem.”  

Wel wat beter

Toch gaat het over het algemeen wel wat beter met de gebitjes van jonge kinderen in vergelijking met voorgaande jaren. Had in 2005 slechts 44 procent van de vijfjarigen een gaaf melkgebit en 59 procent in 2011, in 2017 is dat aantal gestegen naar 76 procent. Dat blijkt uit de monitoringen die TNO sinds 1987 om de drie jaar houdt bij kinderen in de leeftijd van vijf tot 23 jaar.

“We zijn natuurlijk heel blij met dit resultaat, maar het is een halve boodschap. Want de vijfjarigen die wél gaatjes hebben, hebben er net zoveel als in voorgaande jaren”, zegt Schuller, projectleider van de monitoringen van TNO, tegenwoordig in opdracht van het Zorginstituut Nederland.

“Bovendien zien we dat de gebitten van oudere kinderen slechter zijn geworden. Slechts zes op de tien elfjarigen heeft een gaaf gebit, dus 40 procent heeft al een gaatje gehad in hun blijvende gebit. In 2011 had zeven op de tien elfjarigen een gaaf gebit. Dat gaat dus niet de goede kant op.”

Naarmate de kinderen ouder worden, is het slechter gesteld met hun mondgezondheid: van de zeventienjarigen heeft nog maar 34 procent een gaaf gebit. En van de 23-jarigen slechts twee op de tien. Schuller: “Dit is alleen nog maar wat we op het oog kunnen zien. In de onderzoeksbus waarmee we door het land trekken, staat geen röntgenapparaat. Dus dit is alleen het topje van de ijsberg.” 

Voorkomen is beter...

De slechte resultaten uit de onderzoeken van 2005 en 2011 hebben ervoor gezorgd dat er de afgelopen jaren flink wat aandacht en energie is gestoken in preventieve mondgezondheidszorg bij jonge kinderen. Een project als GigaGaaf!, een samenwerking tussen het UMCG, TNO en de Erasmus Universiteit, is daar een goed voorbeeld van.

Zodra het eerste tandje doorkomt, bij zes maanden ongeveer, worden de kinderen en hun ouders vanuit het consultatiebureau geadviseerd om naar de tandarts of mondhygiënist te gaan. Die geeft op maat gesneden tips en adviezen om de tandjes van het kind gezond te houden. “Zoals twee keer per dag poetsen en geen flesje melk mee naar bed”, zegt Schuller. “Want melk bevat suiker die de tanden aantast. Veel ouders weten dat niet.”

'Ik ben twee en ik zeg nee'

Meer kennis leidt tot beter gedrag. Bijvoorbeeld niet de hele dag door kleine beetjes eten, want dat zorgt voor constante zuuraanvallen op de tanden. En natuurlijk twee keer per dag poetsen met een fluoridehoudende tandpasta. Maar wat doe je met een onwillige peuter die beslist niet wil poetsen? Schuller: “Ik ben de laatste die beweert dat dat een gemakkelijke opgave is. Maar ouders moeten het gewoon niet opgeven. Je laat je kind toch ook niet zonder schoenen naar buiten gaan?”

Er zijn allerlei trucjes om het poetsen leuker te maken. Een muziekje opzetten, bijvoorbeeld. Sommige kinderen vinden het fijn als je ze zachtjes in het gezicht blaast. “Als je de tandjes rustig en met aandacht poetst, dan is het voor het kind ook prettiger. Leg het bijvoorbeeld op het aankleedkussen of bij je op schoot. Met je ene hand houd je de wang een beetje aan de kant. Dan kun je perfect zien wat je doet, en dan is het voor het kind ook veel prettiger.”

Cola en energy drinks

De mondgezondheid van pubers baart Schuller momenteel veel zorgen. “Je ziet niet alleen veel gaatjes, maar ook veel tandslijtage als gevolg van zure drankjes zoals cola en energy drinks”, zegt ze. “Die zijn volop te verkrijgen in de kantines. En anders gaan ze wel naar de supermarkt om de hoek. We buigen ons nu over de vraag: hoe kunnen we deze kinderen bereiken? Hoe zorgen we voor ander gedrag? Ik zeg altijd: drink cola als je er zin in hebt, maar water als je dorst hebt. Je wilt dat die kinderen zélf het belang ervan inzien.”

Een paar jaar geleden stond Schuller met haar onderzoeksbus bij Serious Request in Leiden. “Jongeren konden een foto laten maken van hun gebit met een speciale camera. Op de computer zagen ze vervolgens hoe vies of hoe schoon hun tanden waren. Dat vonden ze hartstikke leuk. Een meisje kwam zelfs vijf keer terug voor een nieuwe foto. Die was zich de eerste keer rot geschrokken van haar vieze gebit. Een student van mij heeft dit laatst ook op een vmbo-school gedaan, en met succes. Pubers vinden alles stom, maar dit niet. Want dit gaat over hén.”   

Kamervragen

Een andere grote zorg van Schuller is dat de afgelopen monitoring de laatste is. Dat betekent dat er nu geen regelmatige monitoring meer is van de mondgezondheid bij kinderen. “Het kan toch niet zo zijn dat we in Nederland binnenkort helemaal niet meer weten hoe de mondgezondheid van onze bevolking er voor staat? Dat kan toch niet? Er zijn Kamervragen gesteld, net als toen in 2005-2011, toen de resultaten bij jonge kinderen zo slecht waren. Dus hopelijk levert dat de nodige bewustwording op.”

Mondzorg moet veel meer ingebed worden in de reguliere gezondheidszorg, vindt Schuller: “In het Nationaal Preventieakkoord dat als doel heeft dat Nederlanders gezondere keuzes gaan maken, komt het woord tandheelkunde niet eens voor. Dat vind ik verschrikkelijk. Op de een of andere manier valt mondzorg altijd overal buiten.”

Terwijl er enorm veel te halen is met preventie bij mondzorg: “Eigenlijk zijn mondziekten grotendeels te voorkomen door gezonde gedragingen. Wat je thuis doet, dus. De mondzorgprofessional kan je begeleiden en goede raad geven, maar je moet het wel zelf doen.”

Meer gezonde jaren
Het uitgangspunt van het wetenschappelijk onderzoek in het UMCG is om meer gezonde jaren toe te voegen aan het leven. Daarom verrichten we onderzoek naar de mechanismes van ziektes, dus naar de vraag: wat ligt ten grondslag aan een ziekte? Ook zoeken we naar manieren om ziektes te voorkomen, en, als er toch ziektes ontstaan, naar nieuwe manieren om die vast te stellen en te behandelen.

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.