Over de gevaren en risicofactoren van trombose

, door Theone Joostensz
foto: Shutterstock

Wie meent dat trombose alleen voorkomt bij ouderen met steunkousen, die heeft het grondig mis. Trombose, een ongewenste bloedstolling in een bloedvat, treft ook jonge, gezonde mensen. Hoogleraar hematologie Karina Meijer en onderzoeker Lies van Vlijmen van de afdeling Hematologie van het UMCG vertellen over de gevaren van trombose en de (erfelijke) risicofactoren.

In ons bloed zitten stoffen die ervoor zorgen dat je bloed stolt als je een wond hebt. Is de wond dicht en bloedt hij niet meer, dan zorgen anti-stollingsstoffen ervoor dat het bloed stopt met stollen.

“Bij trombose is die balans tussen stolling en antistolling verstoord”, vertelt Meijer. “Er ontstaat een bloedprop - meestal in het been - die het bloedvat afsluit. Dat geeft pijnklachten die mensen in het begin vaak verwarren met zweepslag. Een andere veelvoorkomende vorm van trombose is longembolie. Daarbij is een losgeraakt stukje stolsel via de bloedbaan in de longen terechtgekomen. De klachten zijn in dit geval kortademigheid en pijn op de borst.”

Onbekend

Bij het grote publiek is trombose niet erg bekend, merkt Meijer: “Het ziektebeeld is onduidelijk; mensen verwarren trombose met andere problemen aan de benen of met andere ziektes waar je bloedverdunners voor slikt. Patiënten die zelf trombose hebben of hebben gehad, hoor je er ook niet echt over. Daarom weten mensen vaak niet dat het in de familie voorkomt en dat ze waarschijnlijk zelf ook een verhoogd risico hebben.”

Die onbekendheid kan ervoor zorgen dat patiënten de aandoening te laat onderkennen en daardoor blijvende schade oplopen of zelfs overlijden.

Eén op duizend

Van elke duizend mensen in Nederland krijgt elk jaar één iemand trombose. Dat is best veel, zeker als je bedenkt dat het iedereen, jong en oud, kan overkomen. Bovendien stijgt het risico op trombose gestaag met je leeftijd. Bij jongeren is de kans één op de tienduizend, bij heel oude mensen één op de honderd.

“Mensen met erfelijke stollingsafwijkingen hebben ook een verhoogd risico op trombose”, zegt Meijer. “Daarnaast zijn er risico vergrotende factoren van buitenaf. Langdurig stilzitten of stilliggen waardoor de flow van het bloed afneemt, een ongeluk of operatie waarbij bloedvaten beschadigd zijn, kanker, auto-immuunziekten zoals reuma, zwangerschap en het gebruik van de anticonceptiepil.”

Flow en samenstelling

Meijer en Van Vlijmen onderzoeken met name de invloed van de stroomsnelheid en de samenstelling van het bloed op het ontstaan van trombose in aderen, de veneuze trombose.

Meijer: “De flow van het bloed is heel belangrijk. Je ziet soms trombose-armen bij mensen die heel gespierd zijn omdat ze bodybuilden. Of bij mensen die continu dezelfde beweging maken, zoals kassières en roeiers. Door verdikte spieren of herhalende bewegingen komen vaten in de verdrukking wat de afvloed van het bloed belemmert. Dat vergroot het tromboserisico. Ook een dikke zwangerschapsbuik kan op de bloedvaten drukken.”

Een andere onderzoeksvraag is hoe het komt dat het bloed van de een makkelijker stolt dan dat van de ander. Bij een zwangerschap en als je ouder wordt, heeft bloed vanzelf de neiging om te stollen. Dat heeft de natuur zo geregeld. Mensen met een erfelijke stollingsafwijking missen bepaalde eiwitten in hun bloed. Heb je van nature een verhoogd tromboserisico, dan zou je extra alert moeten zijn op factoren die het risico nog verder verhogen, aldus de onderzoekers.

Trombose door pil

De anticonceptiepil is zo’n risicofactor. De kans op trombose door de pil alléén is heel klein. Maar hoe zit dat bij vrouwen met een erfelijke stollingsafwijking? Lies van Vlijmen onderzocht dit.

“Bij vrouwen met een zeldzame ernstige stollingsafwijking neemt het risico door de pil sterk toe”, zegt ze. “Bij vrouwen met vaker voorkomende milde stollingsafwijkingen stijgt het risico ook bij pilgebruik, maar veel sterker nog bij een zwangerschap. Ook blijkt dat vrouwen wier moeder of zus trombose kreeg tijdens de pil of zwangerschap, een verhoogd risico hebben. Over het algemeen kunnen we stellen dat het tromboserisico door de pil bij een erfelijke stollingsafwijking of bij trombose in de familie 2 tot 3 keer zo groot wordt.”

Familiegeschiedenis

Van Vlijmen onderzocht ook de karakteristieken van een groep van 125 vrouwen die trombose kregen tijdens de pil. “We hoopten dat we een patroon zouden ontdekken waardoor we vooraf kunnen voorspellen wie trombose ontwikkelt”, vertelt ze.

“Dat patroon hebben we helaas niet kunnen vinden. Wel bleek dat 30 procent van deze vrouwen een of meerdere familieleden met trombose heeft. Jonge meiden die aan de pil willen en bij wie trombose in de familie voorkomt, doen er dus goed aan om met hun huisarts te overleggen welke anticonceptie geschikt is. Ook als je niet meer zo’n piepjonge vrouw bent en eventueel een gezin hebt, is het verstandig om met je huisarts te overleggen over betrouwbare alternatieven voor de anticonceptiepil, zoals een spiraaltje of een pil zonder het hormoon oestrogeen.”

Medische Publieksacademie 
Op dinsdag 1 november 2016 was er in het UMCG een Medische Publieksacademie over trombose. Karina Meijer en Lies van Vlijmen vertelden over de behandeling van en het onderzoek naar deze aandoening.

De Medische Publieksacademie is opgericht door UMCG en Dagblad van het Noorden. Met de Medische Publieksacademie wil het UMCG een brug slaan tussen het toponderzoek dat in het UMCG plaatsvindt en de interesse hiervoor van het publiek.

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.