Ttussen de pioniers van de röntgenstraling

, door Diane Romashuk
foto: Wikimedia
Röntgenstraling is tegenwoordig voor artsen een vanzelfsprekend middel om er zonder te snijden achter te komen wat er speelt in ons lichaam en om tumoren te bestrijden. Dat was niet altijd zo, ontdekte oud-radioloog Kees Simon die bij het UMCG promotieonderzoek deed. Integendeel, artsen waren lang sceptisch over het nut van röntgenstraling voor de klinische praktijk.

Na de ontdekking van röntgenstraling in 1895 zou het nog zeker vijftien jaar duren voordat röntgenstraling een gangbare toepassing werd in Nederlandse ziekenhuizen, vertelt Kees Simon (71) die tot zijn pensioen zelf als radioloog werkte in het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch. “En het zou nog langer duren voor de elektromagnetische straling door artsen voor meer gebruikt werd dan enkel het stellen van diagnoses. In die tijd was de academie voor onderwijs en minder gericht op wetenschappelijk onderzoek. Daardoor was soms een lange adem nodig voordat nieuwe, wetenschappelijke ontdekkingen ook door artsen werden omarmd.”

Tussen de pioniers​​

Simon promoveerde onlangs op zijn onderzoek binnen de afdeling Medische Geschiedenis van Gezondheidswetenschappen van het UMCG. “De Nederlandse Vereniging voor Elektrotherapie en Radiologie (NVvER) had mij gevraagd of ik de geschiedenis van de radiologie en radiotherapie wilde onderzoeken.”

Aanvankelijk zou hij zijn onderzoek doen aan de hand van proefschriften uit de vorige eeuw. Maar al snel besloot Simon dat hij het anders wilde doen. “Vaak wordt de geschiedenis gereconstrueerd door terug te kijken vanuit het nu. Dat leidt nogal eens tot verkeerde interpretaties. Om echt te kunnen begrijpen voor welke uitdagingen de pioniers van de radiologie zichzelf gesteld zagen, wilde ik tussen hen in gaan staan. Hun verhaal horen en met ze meedenken.”

Wetenschappelijke en persoonlijke ontwikkelingen​​​

Dat deed hij onder andere door in wetenschappelijke vergaderingen van de NVvER te duiken en brieven die de pioniers elkaar schreven te bestuderen. “Soms begreep ik weinig van de terminologie van toen. De vertaalslag maken heeft me zo nu en dan behoorlijk wat moeite gekost.” Maar het leidde er wel toe dat zijn proefschrift niet alleen de wetenschappelijke ontwikkelingen binnen de radiologie en radiotherapie tussen 1896 en 1922 schetst, maar ook welke persoonlijke belangen, verhoudingen en persoonlijke eigenschappen hierop invloed hadden.

Dat de ontdekking van Wilhelm Röntgen een mooie was, daarover waren de mensen binnen het onderwijs en in het ziekenhuis het van meet af aan wel eens. “Men vond het prachtig dat je een afbeelding van een hand kon zien, inclusief het skelet en de kogels”, zegt Simon. “Maar artsen vonden het voor hun werk niet nodig. Medisch onderzoek deden ze met een stethoscoop en door het bekloppen van het lichaam. Zo hadden ze het geleerd, dus zo was het beter. Ze ontleenden ook hun status aan hun manier van werken en baseerden daar alles op. Patronen laat je niet zomaar los als er ineens een radioloog zegt dat hij ook wat in het lichaam ziet.”

Niet alleen kijken maar ook duiden​​

Toch komt er rond 1910 een kentering. “Onder meer doordat korte 'momentopnames' mogelijk werden. Tot dan was er geen apparatuur waarmee je bewegende objecten in het lichaam goed kon vastleggen, zoals het hart. Het maken van een foto duurde soms minuten lang.” Ook de meerwaarde van stereoscopische opnames werd ingezien: “Je kon daarop niet alleen een long zien maar ook in de diepte ervan kijken en zien wat er voor of achter zat.”

Simon zoomt onder meer ook in op Groninger Karel Frederik Wenckebach. “Hij was de eerste die verder keek dan de foto's an sich. Het is mooi dat je objecten in het lichaam vast kunt leggen, maar om ze voor diagnoses of in de kliniek bruikbaar te maken moet je de foto's ook duiden, bijvoorbeeld door variaties van aandoeningen bij patiënten in kaart te brengen. Hij liet in Groningen zo'n 1200 foto's van patiënten achter aan een discipel om te bestuderen, een prachtig werkstuk. Maar omdat niemand aan de radiologie in de kliniek wilde is het daarbij ook weer gestopt.” Wenckebach vertrok naar Straatsburg. “En zou groot worden op het gebied van hartritmestoornissen. Om zijn belangrijke werk uit de periode die ik beschrijf was hij niet bekend.”

Hologram-bril​

Ook Pieter Eijkman komt aan bod, mede-oprichter van het Vredespaleis in Den Haag. Op radiologisch gebied omschrijft Simon hem als een innovator. “Hij bracht eigenlijk het idee al naar voren voor wat wij nu kennen als de CT-scan. Hij ging met zijn 'sympanator' naar de VS, waarmee je de stereoscopische opnames kon maken en skelet, kogel en hand in een afbeelding zag. Die kun je vergelijken met de Microsoft hologram-bril van nu waarmee je een virtuele wereld om je heen ziet.” Eijkman presenteerde zijn symphanator voor het eerst in Groningen “Hij zou honderd jaar geleden een eredoctoraat krijgen, waarschijnlijk op voordracht van Wenckebach. Maar hij overleed een maand voor de buluitreiking.”

Hoofdpersoon is Wertheim Salomonson. “De oprichter van de NVvER. Hij wordt binnen de radiologie altijd geroemd en geprezen en beschouwd als de grote innovator.” Simon zet daar een ander beeld tegenover. “Ik laat een tijdgenoot hem beoordelen. Die ziet hem niet als innovator maar omschrijft hem als een goede instrumentenmaker, nou dan weet je het wel. En de instrumenten die hij maakte werden nooit een succes.”

Of dat Simon binnen zijn vakgebied in dank zal worden afgenomen weet hij niet. “Mijn doel was mensen beschrijven en beoordelen op wie ze waren en wat ze hebben betekend. Anderen kregen zo juist  meer waardering dan ze tot nog toe hebben gehad. Het is een kwestie van ere wie ere toekomt.”

Het proefschrift 'De wetenschappelijke ontwikkeling in de radiologie en de radiotherapie binne​​n de geneeskunde 1896-1922' van Kees Simon is verkrijgbaar in de boekhan​del en online te lezen​.

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.