Samen sterker tegen nierziekten

, door Marte van Santen
foto: Shutterstock

In Nederland is iets bijzonders aan de hand. Nergens anders in de wereld zamelen vrijwilligers huis aan huis zoveel geld in voor onderzoek naar ziekten. Die collectes maken het mede mogelijk voor bijvoorbeeld de nierspecialisten van het UMCG om samen met andere academische centra vernieuwend onderzoek te doen. 

In 2010 besloot de Nierstichting haar onderzoeksbeleid te veranderen. In plaats van verschillende kleine projecten te financieren, wat tot dan toe gebruikelijk was, besloot ze beurzen te gaan toekennen aan grootschalige onderzoeken waarbij verschillende academische centra betrokken waren. Dit vanuit de gedachte dat samenwerking meer slagkracht oplevert en de kans op doorbraken vergroot. 

Sinds de start van dit zogenaamde Consortia Programma​ in 2010 heeft de Nierstichting zes van dit​​ soort beurzen verstrekt, met een totale waarde van 8,5 miljoen euro. Bij vier daarvan is het UMCG betrokken. 

Niet toeleggen op een klein deelgebiedje​​

“Ons ziekenhuis loopt niet alleen in Nederland, maar zelfs in de wereld voorop als het gaat om nieronderzoek”, zegt nefroloog Ron Gansevoort. “Dat komt omdat we er – tegen de trend in – bewust voor hebben gekozen om ons niet op een klein deelgebiedje toe te leggen. In plaats daarvan doen we onderzoek over de hele breedte van de nefrologie. Mede daardoor is het ons gelukt om, samen met enkele andere centra, op heel verschillende onderwerpen Consortia-beurzen binnen te halen.”
"In een grootschalig, landelijk onderzoek testen we of onze veronderstellingen over een medicijn tegen cystenieren kloppen. Zonder de Consortiumbeurs hadden we dat nooit kun​​nen doen."​
Zelf maakt Gansevoort deel uit van het team dat sinds 2011 onderzoek doet naar mogelijke behandelingen voor patiënten met cystenieren, een erfelijke ziekte waarbij zich een groot aantal vochtblazen in de nieren vormen. 1 op de 8 niertransplantaties is het directe gevolg van deze aandoening. Tot voorkort was er geen enkele behandeling voor.

“Maar nu hebben we een middel waarvan we vermoeden dat het verergering van de ziekte kan voorkomen”, aldus Gansevoort. “In een grootschalig, landelijk onderzoek testen we of onze veronderstellingen over dit medicijn kloppen. Zonder de Consortiumbeurs hadden we dat nooit kunnen doen. Vanwege allerlei tegenvallende onderzoeksresultaten in het verleden staat de farmaceutische industrie namelijk niet te springen om onderzoek naar cystenieren te financieren. En in je eentje krijg je er als ziekenhuis nooit genoeg geld voor bij elkaar.”

Behandelingen op maat

In hetzelfde jaar als Gansevoort kreeg UMCG-nefroloog Martin de Borst (samen met collega’s uit Nijmegen en Amsterdam) eveneens een Consortiumbeurs toegekend. Zij onderzoeken waarom nierpatiënten een verhoogd risico lopen op hart- en vaatziekten, en wat daaraan valt te doen. 

“Behandelingen die bij mensen met een normale nierfunctie meestal prima helpen, zoals cholesterolverlagers en een strenge aanpak van suikerziekte, slaan bij nierpatiënten minder goed aan”, verklaart hij. “Sterker nog, ze kunnen de problemen zelfs verergeren. Als we beter snappen waarom dat zo is, kunnen we mogelijk behandelingen op maat ontwikkelen voor nierpatiënten met hart- en vaatklachten.” 

Alle Consortia-studies bestaan uit verschillende takken. Eén ziekenhuis uit het samenwerkingsverband doet bijvoorbeeld experimenteel onderzoek, een ander onderzoek bij patiënten. “Op die manier verdelen we de taken”, aldus De Borst. “Niet alleen dat, door samen te werken en kennis te delen, inspireren we elkaar ook. Zo ontstaan er soms heel nieuwe inzichten.” 

​Nefroloog Stefan Berger, vanuit het UMCG betrokken bij een derde Consortiumstudie, kan dat beamen. “Het feit dat je alle Nederlandse expertise op één gebied bij elkaar brengt, is een enorme verrijking. We stimuleren elkaar om op grotere hoogte te komen.” 

Doeltreffende nieuwe middelen

Het consortium waar Berger in participeert, neemt een onderdeel van het immuunsysteem onder de loep. Dit zogenaamde complementsysteem veroorzaakt ernstige nierziekten en afstoting na transplantatie. 

“Er zijn zeer doeltreffende nieuwe middelen op de markt en in ontwikkeling, die direct ingrijpen in dit onderdeel van het immuunsysteem en zo schade voorkomen”, vertelt Berger. “Maar hoe we deze middelen precies moeten gebruiken en welke patiënten er baat hebben, weten we nog niet. Daar is meer kennis voor nodig.” Kennis, die hij en zijn collega’s de komende jaren hopen te vergaren. 

Baanbrekend onderzoek​​

Voor één Consortiumbeurs worden vaak wel tussen de tien en de twintig voorstellen ingediend. Het is dus best bijzonder dat de samenwerkingsverbanden waar het UMCG deel van uitmaakt zo vaak tot de ‘winnaars’ behoren. 

“Een internationale commissie beoordeelt de plannen”, besluit Gansevoort. “Die zoekt naar baanbrekend onderzoek, naar veelbelovende ideeën die écht het verschil kunnen gaan maken voor nierpatiënten. Wat dat betreft staan we als UMCG met onze aanpak steeds vooraan. Het is fantastisch dat onze internationale collega’s dat onderschrijven.” 

Op de uitkomsten van de ve​rschillende Consortiumstudies moeten we trouwens nog wel even wachten. De eerste resultaten worden op z’n vroegst pas eind 2017 gepresenteerd. 

De cijfers
​• 1 op de 20 mensen heeft lichte nierschade. Hun nieren werken iets minder goed, maar daar merken ze niets van. Hoewel het op zich weinig kwaad kan, is het toch belangrijk om zulke verborgen nierschade tijdig op te sporen. Dan kun je immers maatregelen nemen om verdere problemen (zoveel mogelijk) te voorkomen.

• 1 op de 200 Nederlanders heeft ernstige nierschade. Van hen hebben 8400 een niertransplantatie ondergaan en worden er 6300 gedialyseerd. Jaarlijks komen er zo’n 1600 dialysepatiënten bij.

• In 2014 kregen ongeveer 1000 mensen in Nederland een donornier, van wie 150 in het UMCG​. Ongeveer de helft van de niertransplantaties in het UMCG wordt nu uitgevoerd met de nier van een levende donor. 

• Sinds de eerste niertransplantatie in 1966 hebben in Nederland meer dan 20.000 patiënten een nier van een ander ontvangen. Een donornier gaat gemiddeld tien tot vijftien jaar mee.​

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.