‘Scheid behandeling en beoordeling van PTSS’

, door Anita Harte
foto: Shutterstock

Militairen die een posttraumatische stressstoornis (PTSS) ontwikkelen en daarom een beroep doen op een Militair Invaliditeitspensioen, komen niet zelden in een spagaat terecht. Behandeling van de stoornis en beoordeling door het Ministerie van Defensie van de mate van psychische invaliditeit, lopen namelijk door elkaar. Dat was één van de conclusies van een evaluatie door een team van Toegepast GezondheidsOnderzoek van het UMCG. “Scheid de behandeling en de beoordeling van PTSS”, zeggen Andrea Fokkens en Roel Bakker, twee van de onderzoekers.
 
Militairen kunnen in hun actieve diensttijd – zeker als ze op missie gaan – een traumatische gebeurtenis meemaken. Een klein deel van hen ontwikkelt na terugkomst een posttraumatische stressstoornis. In hun gedachten en dromen keren de gebeurtenissen steeds opnieuw terug.

Stress, angst en onrust zijn het gevolg. Soms is de PTSS zodanig dat alles om hen heen afbrokkelt. Werken wordt (deels) onmogelijk en behandeling is noodzakelijk. (Oud)militairen kunnen zich bij het risico op blijvend letsel tot Defensie wenden en een beroep doen op het Militair Invaliditeitspensioen (MIP).

Het PTSS-protocol

Om de mate van psychische invaliditeit te beoordelen, maakt het Ministerie van Defensie gebruik van het zogenoemde PTSS-protocol. Hiermee kan de verzekeringsarts de beperkingen van een militair ‘scoren’ op verschillende terreinen, zoals structuur aanbrengen, sociaal functioneren en persoonlijke hygiëne.

“De behandeling van de PTSS én de beoordeling van de beperkingen gebeuren tegelijkertijd, waardoor er een ‘perverse prikkel’ ontstaat.”

Het protocol, dat in 2008 is ingevoerd, en de uitkomst van de keuringen leiden in de praktijk bij (oud)militairen regelmatig tot onrust. Voor het Ministerie van Defensie was dit een aanleiding om het gebruik van het protocol te laten evalueren door onderzoekers van de afdeling Toegepast Gezondheidsonderzoek van het UMCG.

Perverse prikkel

Een pittige klus, waarbij veel verschillende partijen werden bevraagd (zie kader). Ook de (oud)militairen zelf kwamen aan het woord. “We hadden het gevoel dat iedereen graag zijn mening over en ervaringen met het protocol wilde delen. Iedereen wilde laten zien hoe moeilijk en ingewikkeld de problematiek rond PTSS is – aan de ene kant gaat het over geld en aan de andere kant is er sprake van een menselijk, psychisch drama.”

Het onderzoek leidde tot een belangrijk inzicht. “Zo werd duidelijk dat de behandeling van de PTSS én de beoordeling van de beperkingen erg verweven zijn”, zegt Bakker. “Het gebeurt namelijk tegelijkertijd, waardoor er een ‘perverse prikkel’ ontstaat. Een succesvolle behandeling kan immers een laag of geen invaliditeitspensioen betekenen.”

Erkenning

Het ligt ook gevoelig, zegt Fokkens. “Voor de (oud)militairen speelt het gevoel van erkenning een belangrijke rol en zij koppelen die erkenning vaak aan de hoogte van het invaliditeitspensioen. Ook dat is een heel ingewikkelde discussie. Er zitten dus veel verschillende kanten aan en die zijn allemaal relevant.”

“Richt je op de behandeling, beter worden is het allerbelangrijkste.”

Dit inzicht leidde tot één van de belangrijkste aanbevelingen uit het eindrapport. “Behandeling en beoordeling van PTSS bij (oud)militairen zou je moeten scheiden”, zegt Bakker. “We bevelen aan om eerst een voorlopige financiële voorziening te treffen, dan te behandelen en pas na een af te spreken termijn te beoordelen of iemand in aanmerking komt voor een invaliditeitspensioen en hoe hoog dit moet zijn.”

“Als ons advies wordt overgenomen om de trajecten van behandeling en beoordeling niet langer simultaan te laten verlopen, betekent dat meer ‘rust’ voor de (oud)militairen en een beter klimaat om hun klachten te behandelen.”

Zo goed als alle betrokken professionals staan achter deze aanbeveling. Ook de (oud)militairen zelf. Eén van hen zegt in het rapport: “Richt je op de behandeling, beter worden is het allerbelangrijkste.”

Het eindrapport is onlangs door de minister aangeboden aan de Tweede Kamer.

Complex onderzoek
Bij de behandeling van PTSS en bij de toepassing van het protocol zijn veel verschillende professionals betrokken. Een groot aantal van hen, waaronder verzekeringsartsen, behandelaren en belangenbehartigers, werd benaderd voor deelname aan het onderzoek.

De onderzoekers lieten vragenlijsten invullen, namen interviews af en hielden groepsgesprekken. Door de vele verschillende invalshoeken van de grote groep betrokken professionals, werd de complexiteit inzichtelijk gemaakt.
Als onderzoeker werd hij “continu heen en weer gekaatst”, zegt Bakker. “Ik begon steeds meer te zien dat het veel gecompliceerder is dan ik dacht.”
Neem de verzekeringsarts, zegt hij. “Die moet de (oud)militairen van achter zijn bureau beoordelen en heeft geen zicht op de thuissituatie, zoals de case-coördinator. Er is weliswaar gegevensuitwisseling tussen behandelend en beoordelend circuit, maar uit ons onderzoek blijkt dat die beslist beter kan. Net als het informeren van (oud)militairen. Als zij goed weten wat hen qua beoordelingstraject te wachten staat, ontstaat er een veel reëler beeld van de situatie.”

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.