Scoort empathie in de sport?

, door Margriet Bos
foto: Henk Veenstra

​Als je moet presteren helpen emoties je óf ze gooien roet in het eten. Gert-Jan Pepping, onderzoeker bij de afdeling Bewegingswetenschappen van het UMCG, onderzoekt hoe emoties onze waarneming en acties beïnvloeden. Scoort empathie in de sport?

Wat onderzoekt u?

“Ik wil weten hoe we sporters kunnen helpen bij het nemen van beslissingen, vooral als ze onder grote druk staan. We kennen het effect van emoties waarbij iets misgaat beter dan emoties die positief werken. In die laatste ben ik juist geïnteresseerd en dan vooral in empathie en prosociaal gedrag, wat gaat over gerichtheid op de ander en het vermogen om je in te leven in de gevoelens van een ander. Dat zijn belangrijke kwaliteiten in een teamsport.”

Waarom is sociaal gedrag belangrijk voor een sporter?

“Het stelt de sporter in staat om te voorspellen wat een teamgenoot of tegenstander gaat doen. Positieve emoties kennen we al aardig goed in een creatieve context. Wanneer mensen positieve emoties ervaren, is hun aandacht verbreed waardoor ze creatievere oplossingen zien voor een probleem. Ik wil weten hoe positieve emoties in een sociale setting in de sport je kunnen helpen om tot een goed resultaat te komen. Binnen Bewegingswetenschappen doen we bijvoorbeeld onderzoek naar prosociaal gedrag bij de teamsporten voetbal en volleybal. We willen weten in hoeverre sporters al gebruikmaken van sociale emoties in hun sport. Hoe word je gevoelig voor het lezen van iemands lichaamstaal? Helpt het als je je bij het nemen van een penalty richt op de keeper, zodat je aan zijn lichaamstaal kunt zien waar hij heen gaat?”

Is iemand gewoon sociaal of kun je dat beïnvloeden?

“Mijn hypothese is dat je empathie in een sportteam kunt stimuleren. Samen met neurowetenschappers onderzoek ik hersengebieden die te maken hebben met empathie. Bij angst komen stofjes vrij die zorgen voor ‘avoidance behaviour’, dan wil je het liefst vluchten. Bij sociale positieve emoties en empathie zijn stofjes betrokken die ervoor zorgen dat je je juist op de ander richt: ‘approach behaviour’. Oxytocine is zo’n stofje. Dat ‘knuffelhormoon’ komt onder andere vrij bij seks, maar ook als voetballers elkaar aanmoedigen en aanraken. We doen onderzoek naar de voorbereiding bij het nemen van een penalty met de jeugdselecties van SC Heerenveen. We laten voetballers individueel een serie penalty’s nemen én wanneer ze worden aangemoedigd door hun elftal. We bekijken of dat uitmaakt in de gescoorde doelpunten en de sociale emoties die ze laten zien na hun scoren.”

Hebben jullie al gezien of het werkt?

“We hebben naar heel veel penalty’s gekeken tijdens penalty-shootouts in Europese en Wereldkampioenschappen. Uit dat onderzoek blijkt dat wanneer je duidelijk als team optreedt, elkaar aanmoedigt en flink juicht bij een doelpunt, je een grotere kans hebt om een penalty te scoren. Positieve emoties lijken hier dus zeker te helpen om een goed resultaat te krijgen.”

Voetballers staan toch juist bekend om hun ego’s?

“In sport zie je de urgentie van het nemen van een juiste beslissing meteen: een bal gaat er in of niet. De selectiemethode van scouts is daarom vaak gericht op die ene goede actie van de voetballer. We selecteren voetballers nu in een prestatiecultuur waarin ze worden getraind om vooral gericht te zijn op die ene goal. Mijn hypothese is dat daardoor een cultuur ontstaat die ervoor zorgt dat andere kwaliteiten vaak niet meer gezien worden. Spelers die vooral prosociaal gedrag vertonen, vallen nu regelmatig uit de voetbalselectie. Ze hebben een heel leuk leven buiten het voetbal hoor, maar de vraag is of het team daarmee niet heel veel mist. Daarom ben ik ook benieuwd hoe prosociaal gedrag kan helpen om tot een goed resultaat te komen.”

Hebben we naast de sport ook iets aan dit onderzoek?

“Wat voor de sport geldt, geldt ook vaak voor het dagelijks leven. Kijk maar naar bedrijfsculturen waarin presteren en de gerichtheid op bonussen de norm is. Eigenlijk is mijn geheime missie dat uit mijn onderzoek gaat blijken dat we heel veel kwaliteiten van mensen weggooien als we zo eenzijdig kijken naar presteren en vooral naar presteren onder druk. Wanneer prosociaal gedrag meer de norm wordt, zou dat wel eens een betere basis kunnen zijn voor succes.”

Gert-Jan Pepping (1967) is universitair docent bij het Centrum voor Bewegingswetenschappen. Hij studeerde Bewegingswetenschappen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en promoveerde aan de School of Sport and Exercise Sciences van de Universiteit van Birmingham in Engeland. Pepping verhuisde in 1999 naar Edinburgh in Schotland om daar als research fellow te werken aan de prospectieve controle van bewegingen. Hij deed dit bij de Department of Psychology van de Universiteit van Edinburgh. Daarna was hij vier jaar universitair docent in toegepaste sportwetenschappen aan de Moray House School of Education van de Universiteit van Edinburgh. Voordat hij universitair docent werd bij het Centrum voor Bewegingswetenschappen, was Pepping senior onderzoeker en onderzoekscoördinator voor het Universitair Centrum voor Sport, Beweging en Gezondheid (UCSBG) van het UMCG.

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.